HET BOEK
'Ik heb een heel tijdje niets van me laten horen'
Joden in de Zaanstreek, 1940-1945
Pim Ligtvoet

Stichting Uitgeverij Noord-Holland
Bureau Discriminatiezaken Zaanstreek/Waterland
Wormer 2007, ISBN 978-90-78381-08-2
"Ik heb een heel tijdje niets van me laten horen" zijn de beginregels van de brief die Julie Vet* op 23 mei 1943 schreef aan haar schoolvriendin Annie de Beurs. Ze kenden elkaar van het lyceum aan de Westzijde in Zaandam. In september 1941 werd Julie van school geweerd en in januari 1942 viel ze met 220 anderen onder de eerste Nederlandse jodenevacuatie. Deze werd gedeeltelijk in gang gezet in de winkel van haar vader, de Zaandamse contactpersoon voor de Joodsche Raad. Annie bleef haar ook in Amsterdam huiswerk brengen, tot dit onmogelijk werd. Want op de ochtend dat ze haar brief schreef, kreeg Julie een oproep voor Duitsland en dat besloot ze haar vriendin te laten weten.
Zaandam proefgemeente
Toen in de rest van Nederland de vervolging medio 1942 haar hoogtepunt bereikte, was de Zaanstreek al Judenrein - vrij van joden. In opdracht van de nazi's dwong Zaandam namelijk op sabbat 17 januari 1942 als eerste Nederlandse gemeente haar joden om naar getto's te verhuizen, het voorportaal van de Holocaust. In maart en april 1942 volgden de andere Zaangemeenten. Een Zaandamse politieman rapporteerde: "Een en ander heeft in volmaakte orde plaatsgevonden. Moeilijkheden hebben zich in het minst niet voorgedaan."
Onderduik
Dat is niet het hele verhaal. In de Zaanstreek doken vanaf juli 1942 enkele honderden joden onder. In dit boek worden ruim 180 van hen genoemd. Er zijn bekende namen bij, zoals Ajax-fysiotherapeut Salo Muller* en schrijver Frans Pointl*. De joodse baby's Max* en Martha* werden in koffers vanuit de Hollandsche Schouwburg naar gereformeerde helpers in Zaandam gesmokkeld. De tjalk De Dankbaarheid voer bij Nauerna en Wormerveer rond met drie onderduikers, Jacques*, Loekie* en Ien*. Een weg met gastvrije Assendelftse boeren kreeg de informele naam Jodenbreestraat*. Via onder meer een dagboek*, brieven uit Amsterdam* en kamp Westerbork* en een bewaard gebleven kalenderblaadje met de rekening voor onderduikkosten* wordt een indringend beeld gegeven van het oorlogsleven van de onderduikers. Een van hen werd in Koog aan de Zaan gearresteerd en overleefde Auschwitz*.
Zwijgen opgeheven
133 joodse Zaankanters overleefden de Holocaust, of in het Hebreeuws, de Sjoa. 84 van hen kwamen uit Zaandam. Julie Vet en haar ouders waren daar niet bij. Van de overlevenden vertrokken velen naar elders. De vernielde, en weer opgebouwde synagoge op de Gedempte Gracht moest in 1972 worden verkocht. De regels van Julies afscheidsbrief krijgen daarmee een andere betekenis. Dit boek kijkt terug op de joodse gemeenschap van de Zaanstreek, zoals die in 1940 bestond. Het probeert een stem te geven aan hen die tot zwijgen werden gebracht. Door tevens een groot deel van de joodse onderduikers in de Zaanstreek en hun helpers te beschrijven, wordt ook het -in de oorlog zo noodzakelijke- stilzwijgen van deze groep verbroken. 'Ik heb een heel tijdje niets van me laten horen' reconstrueert in driehonderd biografische schetsen voor het eerst het verhaal van verdrijving en onderduik in de Zaanstreek.
Ontstaansgeschiedenis
Dit boek komt voort uit twee door het toenmalige Comité Waakzaamheid Racisme Zaanstreek georganiseerde bijeenkomsten(op 26 mei 1998 en 18 april 1999) over de jodenevacuatie in 1942. Het comité zag het joodse verleden van de Zaanstreek als een waarschuwing tegen racisme. Ondersteuning was er van het toenmalige arbeidspastoraat DISK, de Nederlands-Israëlitische Gemeente Zaanstreek-Waterland, het Genootschap Nederland-Israël en leden van het voormalig verzet. Via hen heb ik namen, bronnen (en soms tijd) gekregen om het materiaal voor deze publicatie te verzamelen, in en buiten de Zaanstreek.
Dank
Degenen die de afgelopen tien jaar veel aan dit werk hebben bijgedragen, noem ik in het overzicht van de bronnen en gesprekspartners achterin, in het notenapparaat of in de onderschriften bij de ter beschikking gestelde foto's en documenten. Dan nog blijven velen ongenoemd. Allen dank ik zeer. Enkele namen wil ik eruit lichten. Wijnand Takkenberg (†7 april 2005) begon samen met mij aan het onderzoek. Barbara Vollmann-Petersen was mijn grote vraagbaak. Lia Steinvoorte-Bakels las de eerste versie van het manuscript na op fouten. En zonder de indrukwekkende bijdrage van Erik Schaap op het gebied van inhoud, redactie en fondswerving had dit boek nooit het licht gezien. Rest mij dank uit te spreken aan het Bureau Discriminatiezaken Zaansteek/Waterland en Stichting Uitgeverij Noord-Holland.
Wens
Julie Vet eindigt haar brief met een wens: "We zullen maar hopen dat we elkaar spoedig weer in vrede zullen ontmoeten." Dat is haar niet vergund geweest. Het is nu aan ons deze wens te vervullen en elkaar, wie we ook zijn, in vrede te ontmoeten.
Website
Nadat 'Ik heb een heel tijdje niets van me laten horen' in 2007 uitkwam, reageerden tal van mensen op de inhoud. Dat leidde tot aanvullingen, wijzigingen en extra namen. Nieuwe archiefvondsten en publicaties zorgden voor extra gegevens. Sinds 2007 zijn er tal van nieuwe onderduikers teruggevonden. Omdat het boek uitverkocht raakte en de nieuwste vondsten ook een plek verdienden, besloot ondergetekende om samen met Erik Schaap een website op te zetten, waarbij 'Ik heb een heel tijdje niets van me laten horen' het fundament vormt van deze site. Het resultaat van alle naspeuringen ziet u voor u.
Pim Ligtvoet
Pim Ligtvoet (1947) werkte als pastor in Berlijn, Maastricht en de Zaanstreek. Momenteel is hij adviseur diversiteit.
Lees over de website*