BAUMGARTEN (WALTER EN ERWIN)
Gezin Walter Baumgarten (Berlijn, 28-6-1907)1 en Erwin Baumgarten (Berlijn, 5-7-1917)
De familie Baumgarten was van oorsprong Oostenrijks en woonde in Wenen.2 Omstreeks 1920 kreeg vader Baumgarten in Duitsland een baan bij een coöperatieve instelling die inkopen deed voor katholieke en protestantse ziekenhuizen. Hij liet zichzelf en zijn familieleden naturaliseren. Omstreeks 1934 ontnam het Hitler-regime de Baumgartens het Duitse staatsburgerschap, waardoor ze statenloos werden. Ze woonden op dat moment in Keulen -vader Baumgarten was overigens al overleden- en gingen zich steeds meer op het in hun ogen vrije Nederland oriënerteren.
Journalistiek
Walter Baumgarten kreeg in 1935 een journalistieke baan bij het Haagse blad De Residentiebode. Hij kon soms teksten opnemen die Erwin had geschreven over de kerkvervolging in Duitsland. Later werd zijn werkvergunning, die hij als buitenlander nodig had, ingetrokken. Dat gebeurde waarschijnlijk onder invloed van een Duits-vriendelijke medewerker bij de krant. Door zijn technische kennis raakte hij vervolgens betrokken bij een radiocentrale in Amsterdam. Hij kwam op 30 januari 1937 vanuit Amsterdam naar Zaandam. Hij vond in de Jan Steenstraat 3 onderdak bij de Duitse vluchtelingenfamilie Petersen-Stock*.
Ter Laan
Walters tien jaar jongere broer Erwin kwam drie maanden later vanuit Keulen naar hetzelfde adres. Hij was in 1936 naar Nederland gekomen en kreeg, als statenloze, na een kort verblijf in de hoofdstad medewerking van burgemeester Klaas ter Laan om zich in Zaandam te vestigen. Eerst was hij werkloos, maar in 1938 werd hij algemeen secretaris van het internationaal katholiek bureau voor vluchtelingenzaken in Utrecht. Soms schreef hij iets voor United Press.
Zaandam
De broers bleven tot 1 november 1939 bij Petersen ingeschreven staan en verhuisden toen naar de Jan van Goyenkade 2. Beiden staan op de gezinskaart genoteerd als r.k. (Rooms-Katholiek) en Duitser. Walter had als beroep 'journalist'. Ook hun moeder kwam naar Zaandam, zo blijkt uit een bewaard gebleven foto. Zij was als niet-joodse vermoedelijk gemengd gehuwd. De familie Baumgarten is in januari 1942 niet naar Westerbork of Amsterdam gegaan. Het is waarschijnlijk dat niemand van het gezin meer dan twee joodse grootouders had. Geen van hen behoorde tot de joodse gemeente.
Christelijke joden
Op 2 augustus 1942 werden als represaille voor de tegenstand van de katholieke bisschoppen tegen deportaties naar Auschwitz veel katholieke joden3 aangehouden en via Westerbork naar Auschwitz gestuurd. Gemengd gehuwden hoefden niet weg. Er waren in Nederland 690 volle joden rooms-katholiek, van wie 300 met buitenlandse nationaliteit. 500 gedoopte voljoden zouden met het een na laatste transport, op 3 september 1944, uit Westerbork vertrekken. Ze gingen naar het relatief gunstige Theresienstadt. 150 van hen ontkwamen dankzij een uitwisseltransport in 1945 naar Zwitserland. In totaal vierhonderd gedoopte joden zouden de oorlog vanwege vrijstellingen overleven. De grootste groep 'christelijke' joden bestond echter uit gemengd gehuwden, bijna 20.000.4 Van hen overleefden velen de oorlog.
Illegale pers
In de oorlog gaf Erwin Duitse taalles. Net als zijn broer was hij al in het eerste oorlogsjaar betrokken bij schuchtere pogingen tot verzet, samen met onder anderen de Zaandamse politie-inspecteur A.J. van Doorn. Dankzij valse documenten waren de broers vrijgesteld van werken in Duitsland. Walter Baumgarten was radio-amateur en bleef zijn hobby ook tijdens de oorlog uitoefenen. Beide broers werden door kapelaan G. Groot van de Zaanse verzetsgroep RKC (Rooms-Katholieke Centrale) in oktober 1944 betrokken bij het illegale blad De Typhoon. Ze kwamen in de redactie terecht en namen in feite, met instemming van Groot, het redactionele werk over. Ze gingen zich ook bemoeien met andere zaken, zoals de financiën van de krant. Erwin: "We zeiden wel eens gekscherend tegen elkaar: Erwin is de hoofdredacteur, Walter is de directeur."
Landelijke dekking
De Typhoon had tegen het eind van de oorlog een bijna landelijke dekking en een oplage van 30.000 exemplaren. Het blad werd geproduceerd door RKC'ers die via een tandem de drukpers aandreven. De Typhoon zou nog ruim 47 jaar voortbestaan als Zaans dagblad, zij het niet meer op katholieke grondslag.
Vervolg
In de scriptie van Ellen Klijn uitten verschillende RKC-leden die in de drukkerij en de distributie werkten zich negatief over de broers Baumgarten. In hun optiek namen de broers bijna alle redactionele activiteiten over en gingen ze zich tevens met het geld van de krant bemoeien. Na de oorlog kwam er een Beheersraad waarin de RKC'ers zich slecht vertegenwoordigd voelden. Walter Baumgarten werd hoofdredacteur, Erwin directeur van de krant. "De rest van de Typhoon-ploeg kwam met een uitkering van 40 gulden op straat", aldus Klijn. In een latere brochure van de parochie, De St. Bonifatius in donkere dagen, schrijft de niet bij naam genoemde auteur dat een aantal RKC'ers zich zelfs gewapenderwijs tegen de gang van zaken wilde verzetten. In de scriptie wordt verteld dat de krant na enige tijd door de broers aan drukkerij Stuurman werd verkocht.
Verenigde Naties
Kort na de oorlog werden de Baumgartens tot Nederlander genaturaliseerd. Erwin vertrok in 1946 bij De Typhoon, Walter werd in 1950 uitgekocht. Erwin werkte eerst in Den Haag als diplomatiek correspondent van provinciale bladen. In 1947 vertrok hij naar de Verenigde Naties, waar hij begon als persattaché en eindigde als directeur voorlichting. Walter vertrok in 1948 tijdelijk. Als radio-expert raakte hij betrokken bij de oorlog tussen Israël en de Arabische landen. Omstreeks 1950 kwam hij even terug en reisde daarna in een telecommunicatiefunctie naar onder meer New York, Gaza, Kasmir en Zuid-Jemen.
1 Mededelingen van B. Vollmann-Petersen (1998); Gezinskaart; Pinkas, Geschiedenis van de joodse gemeenschap in Nederland (p. 569); Klijn, E. De Illegale Pers. De Zaanse ondergrondse nieuwsvoorziening tijdens WO II (p. 11-21); 't Hoen en Witte, o.c. (p. 94); De St. Bonifatius in donkere dagen (p. 13); De Typhoon 1944-1984 (november 1984)
2 De Illegale Pers.
3 Presser, o.c. I (p. 260-261); Presser, o.c. II (p. 88); Moore in een datalijst, o.c. (p. 320)
4 Presser, o.c. I (p. 260-261); II (p. 85-89)