DAVIDS (ANDRIES)
Andries Davids (Rotterdam, 30-1-1905)1
Andries was vertegenwoordiger binnenland van Polak & Schwarz* en had Groningen als standplaats.
Familie
Hij was het derde en jongste kind van Polak & Schwarz-handelsreiziger Samuel Davids* (Rotterdam, 29-4-1874) en Geertruida Dasberg* (Rotterdam, 13-6-1876). Andries trouwde rond 1930 met Esther Bekkers (Rotterdam, 12-8-1906). Het echtpaar staat op de grote groepsfoto die rond 1939 ter gelegenheid van Samuel Davids' jubileum voor het bedrijf in Zaandam werd gemaakt.
Gezin
In augustus 1930 verhuisde het echtpaar Davids-Bekkers naar Groningen. Ze kregen er drie kinderen: Geertruida ('Trudi') (Groningen, 17-9-1931), Lea (Groningen, 29-4-1934) en Samuel ('Sam') (Groningen, 14-12-1936). Het gezin woonde begin 1941 aan de Parklaan 27.
Werkkamp
Andries Davids moest in de oorlog naar een werkkamp in Overijssel, Het Wijde Gat. Dat zal in de herfst van 1942 zijn geweest. Zijn collega Corrie Lammes ontving in oktober van hem een eerste brief. Andries schreef haar dat de geselecteerde Groningse joodse mannen verdeeld waren over vijf kampen in Drente en Overijssel. In Staphorst bevonden zich tachtig joden. Andries was ontroerd door het feit dat de bevolking hen bij het vertrek uitzwaaide, 'zelfs hooge politieambtenaren'.2 Op zijn kamer waren de pianoleraar van een van de kinderen, Sal Dwinger, en een bekende van de fabrieksdirectie van Polak & Schwarz, Leo Frank. Wellicht was dit Leonard David Frank, advocaat, procureur en lid van het verzet (geboren in Zwolle op 9-10-1903, overleden in Auschwitz op 21-1-1943).
Westerbork
Na enige tijd werd Andries naar Dedemsvaart en tenslotte naar Westerbork gestuurd, waarheen ook zijn vrouw en de kinderen waren gedeporteerd. Dat moet voor 17 september 1943 zijn gebeurd, aangezien een foto van de 12-jarige Trudi in Westerbork werd gemaakt. Corrie Lammes bezocht Andries in Dedemsvaart en het gezin in Westerbork. Ze stuurde hen tevens levensmiddelen. Ook kreeg ze het van directeur Schwarz* gedaan dat Andries een vorm van salaris behield. Dat mocht in die tijd hoogstens 250 gulden per maand zijn. Dat geld kreeg zij in bewaring. Andries vroeg haar om er ook boodschappen van te doen. Ze herinnert zich een stofzuiger, jurken en spelletjes voor de kinderen te hebben gekocht. Corrie kreeg foto's van de kinderen en de ouders. Naast die van Trudi waren dat professionele portretopnames van alle kinderen en de ouders uit maart en april 1944. De meeste kampbewoners waren toen al gedeporteerd.
Emigratiebureau
In Westerbork werkte Andries Davids bij het emigratiebureau van de Joodse Raad. Dit controleerde onder andere afstammingsbewijzen ten behoeve van emigratie.3 Hij fungeerde er volgens het aanvullende jaarverslag van Polak & Schwarz als inkoper.4 Daardoor had hij bewegingsvrijheid. 'Einkäufer' Davids handelde relatief veel zaken af met Zaanse bedrijven, zoals Bruynzeel, Jan Dekker, T. Duyvis en Hille.
'Aan de zaak'
Hij plaatste ook meerdere keren bestellingen bij zijn oude werkgever Polak & Schwarz, onder meer geneesmiddelen voor de kampbevolking. Andries 'kwam regelmatig aan de zaak. Tevens kon hij berichten meenemen van andere in Westerbork aanwezige Joden', aldus het naoorlogse verslag van Polak & Schwarz. Hij kwam ook wel in Wormerveer, bij Abraham Pais*, handelaar in scheepsbenodigdheden en lange tijd vrijgesteld van 'evacuatie'.
Huwelijksgetuige
Andries was toeziend voogd van Bernardus Goslinski (Groningen, 8-3-1922). Deze was sinds 30 april 1942 leerling-verpleegkundige in het krankzinnigengesticht het Apeldoornsche Bos, evenals zijn verloofde, Roosje Manassen (Elst, 24-3-1922). Velen zochten tijdens de oorlog toevlucht tot dergelijke instellingen waar het niet-joodse personeel ontslagen was. De inrichting werd op 21 en 22 januari 1943 leeggehaald. In Westerbork besloten Bernard en Roosje te trouwen. Andries was, samen met de Groningse uitgever en voogd Lion Poons, getuige5 bij hun huwelijk op vrijdag 5 februari 1943. De jong getrouwden werden kort daarop gedeporteerd en in Auschwitz om het leven gebracht.
Deportatie
Vanwege Andries' werk kon deportatie van het gezin Davids naar het Oosten worden uitgesteld. Op 4 september 1944 moest het gezin alsnog weg. Het was het laatste transport naar Auschwitz. Zijn vrouw en kinderen werden er op 7 oktober vergast. Hij zelf werd geselecteerd voor werk en kwam in het Kommando Golleschau, een van de werkkampen van Auschwitz. Daar werd hij volgens het bedrijfsverslag gezien door zijn zuster. Dat moet Sara* zijn geweest. Andries' overlijdensdatum, 19 januari 1945, stamt uit de periode dat Auschwitz ontruimd werd vanwege de komst van het Russische leger.
1 Plaquette Polak & Schwarz; NIOD, Aanvullend verslag Polak & Schwarz; Mededelingen van Gerard Duijf uit Koog aan de Zaan, Cor Flipse en Corrie Lammes uit Uitgeest (2003);Gezinskaarten Amsterdam; www.ogs.nl; www.joodsmonument.nl; Zie jubileumfoto bij Polak & Schwarz*
2 Brief uit collectie van Corrie Lammes
3 www.jhm.nl, documenten nr. 0000429 (telegram aan het emigratiebureau, 1943)
4 Aanvullend verslag (p. 4-5)
5 www.joodsmonument.nl (Andries Davids)