BRILLEMAN (JUDA/JULES)
Echtpaar Juda ('Jules') Brilleman (Amsterdam, 1903) en Sophie Brilleman-Soesan (Amsterdam, 1905)1
Juda had op de Amsterdamse Bilderdijkstraat 215 samen met zijn zwager een zaak in ijzerwaren en gereedschappen. Met zijn vrouw Sophie Soesan dook hij tijdens de oorlog onder in diverse plaatsen. Zij vonden aanvankelijk een plek in Velsen-Noord. Toen deze gemeente in de zomer van 1944 werd ontruimd, konden zij in het al eerder van joden ontdane Zaandam onderduiken. Ze kregen een plek bij het gezin Hania, in de Zuiderkerkstraat 14. De man was machinist.2
Liesbeth
De Brillemans slaagden er in om hun dochter Liesbeth eind 1942/begin 1943 via verzetscontacten op de Terrasweg 61 in Santpoort onder te brengen. Haar 'pleegvader' Dirk Jan van Rijswijk (Velsen, 28-10-1904) werd op 1 maart 1945 opgepakt, omdat de nazi's zijn illegale groep op heterdaad betrapten. Hij werd naar Amsterdam gebracht en op 8 maart op de Amsteldijk gefusilleerd. Na de oorlog is hij begraven op de Eerebegraafplaats te Overveen.3 Liesbeth werd ook gearresteerd en opgesloten in het huis van bewaring aan de Amstelveenscheweg. Dat mocht ze wonderlijk genoeg al snel verlaten. Ze zou alleen haar papieren nog moeten ophalen bij de Sicherheitsdienst op de Apollolaan. Waarom dat was, begreep Liesbeth niet, maar ze greep haar kans. Het persoonsbewijs was uiteraard vals. Liesbeth ging naar gemengd gehuwde kennissen op de Biesboschstraat, vroegere buren. Daar kon ze voorlopig terecht. De bevrijding maakte ze mee in Haarlem.
Amsterdam
Door haar arrestatie op 1 maart was het onderduikadres van haar ouders onveilig geworden. Men moest er rekening mee houden dat Liesbeth zou doorslaan. Jules en Sophie Brilleman konden daarom de laatste maanden van de oorlog niet bij de familie Hania blijven. Ze vonden in Amsterdam een nieuw onderduikadres.
Vervolg
Liesbeths moeder had zoveel familieleden verloren dat zij na de bevrijding niet meer terugwilde naar Amsterdam. Het gezin vond na enige tijd een eigen woning in de Zaandamse Mozartstraat. Liesbeth Kamst-Brilleman vertelde dat Nederlands Volksherstel4 hielp met tweedehands meubels: "We vonden het vreselijk. De meubels waren weggehaald uit de huizen van NSB'ers." Haar vader kon werk krijgen als ambtenaar op het distributiekantoor dat tot begin jaren '50 bonnen uitgaf voor gerantsoeneerde artikelen. 's Avonds werkte hij als verzekeringstussenpersoon. Hij wilde zijn vooroorlogse ijzerwarenzaak niet opnieuw opbouwen, omdat zijn toenmalige compagnon, tevens zijn zwager, in het vernietigingskamp was vermoord. Jules ging na verloop van tijd bij een groothandel in gereedschappen werken als vertegenwoordiger.
Verwanten
Juda en Sophie namen na de oorlog een kind van een van de broers Soesan in huis, Salomon Philip. Het indertijd 1 jaar oude jongetje was zo ziek geweest dat het in 1942 uitstel van deportatie kreeg. Hij werd vervolgens snel in onderduik gegeven en kwam na de oorlog als 'broertje' van Liesbeth naar Zaandam.
1 Mededelingen van Liesbeth Kamst (zomer 2005)
2 Adresboek voor de Zaanstreek 1946
3 www.ogs.nl; Heere, P. De Eerebegraafplaats te Bloemendaal
4 Vergelijk het echtpaar Stein-Schlesinger*