POLAK (LEVIE/LOU)
Levie Wolf ('Lou') Polak (Amsterdam, 1938)1
Levie was 5 jaar oud toen hij door Zaandammer Piet Bosboom* en zijn communistische plaatsgenote Guurt van Houten-van Ederen van huis werd gehaald. Hij was na het overlijden van zijn zus Femmetje enig kind. Het jongetje overleefde de oorlog op diverse onderduikadressen.
Hollandsche Schouwburg
Het gezin Polak woonde tijdens de oorlog in Amsterdam op de Andreas Bonnstraat 19 I. Levie en zijn ouders waren al een paar keer in de Hollandsche Schouwburg -de verzamelplaats voor Amsterdamse joden- geweest, maar kwamen daar steeds weer uit. Eén keer omdat Levie zogenaamd rode hond had, de andere keer om onbekende redenen. Maar in 1943 werd het toch te gevaarlijk. Levies moeder dook toen onder in Amersfoort. Vader Wolf (Amsterdam, 9-1-1904) dacht zich wel te kunnen redden, maar werd opgepakt en afgevoerd naar Sobibor. Hij stierf er op 21 mei 1943.
Tram
Guurt van Houten herinnerde zich na de oorlog Levie nog. "Ik haalde dat jongetje op. Ondanks het feit dat het voor joden al lang verboden was om met de tram te gaan, hadden we geen andere keus. Ik zette Jopie, dat was zijn nieuwe naam, naast me op de bank en wel zo, dat zijn gezicht naar buiten gericht was. Als de tram zich in beweging zet komt er iemand van de Grüne Polizei langs ons. Plotseling draait Jopie zijn gezicht van het raam weg, ziet de man en zegt: 'Kijk tante, daar gaat zo'n rot-NSB'er. Hoewel ik er de volgende halte echt nog niet uit moest, heb ik het wel gedaan."2
Geïmproviseerd bedje
Het echtpaar Van Houten-van Ederen stelde hun woning aan de Oostzijde 76 open voor meerdere joodse onderduikers. De man had een handel in aardappelen. Piet Bosboom vertelde over huiseigenaar Van Houten dat 'de man 's nachts in de schuur in een geïmproviseerd bedje sliep, om de onderduikers maar een bed te geven'.
Diverse adressen
Levie Polak werd in 1943 in Zaandam op meerdere adressen ondergebracht, op de Oost- en de Westzijde. Af en toe verraadde hij zichzelf. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij Andries en Wijtske Selier (Pieter Latensteinstraat 42). Het echtpaar was actief bij het Leger des Heils en liet zich inspireren door de bijbeltekst 'Verberg de verdrevenen, verraad de vluchtelingen niet'. Zij pasten dat toe door tijdens de oorlogsjaren aan minstens zeventien mensen onderdak te verlenen. Andries werkte bij de Artillerie-Inrichtingen in Zaandam en kon van de bedrijfsarts regelmatig ziekteverlof krijgen. "Ik speelde met de kinderen op straat. Op een gegeven moment kreeg ik een ijsje, waarop ik vroeg: 'Mogen die opa en oma die boven zitten er ook één?' Dat waren onderduikers. Mijn verblijf was zodoende van korte duur, een kleine week. Ik herinner me ook nog dat ik bij de Seliers een astma-aanval kreeg. Ze hadden me een ei gegeven, en daar was ik allergisch voor.3
Makkum
Vanuit Zaandam werd Levie door Piet Bosboom naar onder meer Makkum gebracht. Eerst met de Alkmaar Packet van Zaandam naar Amsterdam en vandaar met de Lemmerboot naar Friesland. Op een gegeven moment zou hij overgedragen worden. De man die hem wegbracht zei dat hij niet mocht weglopen. Voor de zekerheid bond hij Levie met een touw vast aan een boom. Maar als gevolg van een misverstand of omdat er iemand werd opgepakt werd het jongetje niet opgehaald. Het gevolg was dat hij daar 's nachts vast zat in een bos. Piet Bosboom hoorde dat en is hem toen gaan zoeken. Met resultaat.
Veenstra
In totaal is Levie op tien tot twintig adressen ondergebracht. De laatste anderhalf jaar zat hij bij stationschef Marten Veenstra en diens huishoudster en latere echtgenote Ietje Dijkstra, een tante van Wijtske Selier. Ze woonden in een houten woning op de Provincialeweg 170, schuin tegenover het station. Daar maakte Levie Polak ook de bevrijding mee. Zijn moeder overleefde de oorlog eveneens.
1 Rechtvaardigen onder de Volkeren; Schaap, E. Vrijgevochten. Zaans verzet in nationaal perspectief (1940-1945); Informatie van L.W. Polak (21-3-2007)
2 Citaat uit tekst van G. van Houten, voorgelezen door L.W. Polak op 7-9-1984
3 Informatie van L.W. Polak (21-3-2007)