FRANSMAN (JOSEPH)
Gezin Joseph Fransman (Amsterdam, 5-5-1907)1 en Jansje Fransman-Gruys (Assendelft, 2-8-1908) met Marcel Albert (Koog aan de Zaan, 30-5-1938)
De familie Fransman woonde op de Koogse Leliestraat 33. Joseph was 'chef-correspondent Europa' bij essencefabriek Polak & Schwarz* te Zaandam, aldus oud-werknemer G. Duyf. Josephs niet-joodse vrouw werkte bij hetzelfde bedrijf op de afdeling personeelszaken. Zij behoorden tot wat wel de 'Polak & Schwarz-huwelijken' werd genoemd. Dat was dan een van de huwelijken tussen Amsterdamse joden en niet-joodse Zaankanters.2
Scheiding
Joseph Fransman leverde op 20 februari 1941 de aanmeldingsformulieren voor zichzelf en zijn zoontje in en kreeg op 20 maart Bewijs van Aanmelding 31 en 32. Een jaar later stond het hele gezin, ondanks het gemengde huwelijk, op de politielijst, met voor de vrouw een onderstreepte waarschuwing dat zij niet-joods was ('ist Arierin'). Joseph had toen al besloten van zijn vrouw te scheiden. Een archiefaantekening geeft als scheidingsdatum 12 maart 1942. Volgens het aanvullende jaarverslag van Polak & Schwarz was hij op 21 februari 1942 al ondergedoken.3 Fransman was goed op de hoogte van wat er in Zaandam en elders gebeurde en beschikte over betrouwbare contacten. Na de Zaandamse 'evacuatie' van 17 en 19 januari 1942 hadden verschillende joodse mannen zich van hun niet-joodse partner laten scheiden. Dat gold onder andere voor Saul Smit*, de zwager van zijn collega Kees van Looy. Daar moesten de gemengd gehuwden echter mee-'evacueren', hetgeen in andere Noord-Hollandse gemeenten niet het geval bleek te zijn.
Onderduik
Achteraf gezien waren Jansje Fransman-Gruys en de halfjoodse Marcel zonder de scheiding ook veilig geweest. Nu hadden zij echter minder last van anti-joodse pesterijen en bedreigingen. Joseph liep echter groot gevaar. Hij moest op of rond 30 maart 1942 vanuit Koog naar Zaandam vertrekken. Zijn naam stond in januari 1943 bij de gemeentelijke opgave van 'geëvacueerden', zij het met een vraagteken. Het Amsterdamse bevolkingsregister noch de Joodsche Raad konden uitsluitsel geven. Fransman was vermoedelijk ondergedoken.
'Geräumt'
Op de Verzeichnis evakuierten Juden-wohnungen van februari 1943 staat Fransman aan het eind van het alfabetische overzicht. De reden is dat hij een uitzonderingsgeval was. De meubels zijn niet door de Zentralstelle afgehaald. Reden: "Schon vor der Evakuation geräumt." Jansje en Marcel verhuisden blijkbaar nog voor 30 maart 1942 uit de woning. De nieuwe woning en inboedel kon daardoor als 'arisch' worden beschouwd. Of de Hausrat-erfassung dit standpunt deelde, is niet bekend. Marcel Albert staat op de lijst van gemengd gehuwden en 'Mischlingen' die de Commissaris van de Provincie in juli 1942 opvroeg. Het adres van moeder en zoon was op dat moment de Verlengde Badhuisstraat 23.
De leden van het gezin Fransman overleefden de oorlog.
1 Aanmeldingslijsten maart 1941, nummer 10 (2 pers.), en najaar 1942 nr. 31-32; Burgemeesterslijst nummer 15 - vrouw en kind ongenummerd; Politielijst achtste adres; Opgave gemengd gehuwden juli 1942 nummer 25 (alleen Marcel); Opgave 'geëvacueerden' november 1942; Verzeichnis Judenwohnungen februari 1943 nummer 6; Telefoongesprek met G. Duyf, Koog aan de Zaan, december 2002
2 Telefoongesprek met Corrie Lammes uit Uitgeest (februari 2003). Zij werkte tussen 1928 en 1975 bij het bedrijf
3 NIOD, Aanvullend verslag (p. 4)