Koog aan de Zaan > Joodse onderduiker

HäRTZ (BENJAMIN)


Gezin Benjamin Härtz (Harderwijk, 5-11-1903) en Roosje Härtz-Meiboom (Hoogeveen, 25-8-1905) met Betty (Harderwijk, ongeveer 1931)1

 

Het gezin Härtz leefde sinds 7 september 1943 bij Gerrit Klaas van de Stadt (1919). Hij woonde op het Smaal 11 in Koog aan de Zaan (tegenwoordig Zaandam). Gerrit was een broer van Simon van de Stadt, waar de familie Speyer* was ondergedoken. Het gezin Härtz was niet volledig. Twee andere kinderen, Dora ('Jetje') (Harderwijk, 6-8-1930) en Hartog, waren elders.

 

Vlucht

Het gezin Härtz had aanvankelijk een onderduikadres in Zaandam, bij autostaller T. Schuurman in de Valkstraat 16. Daar moesten zij vertrekken, omdat ze hem niet meer konden betalen. De onderduikgever dreigde de Gestapo in te lichten. Via Simon van de Stadt vond het gezin onderdak bij Gerrit en Annie. Het echtpaar Härtz woonde op zolder. Betty verborg zich niet, maar leefde in het gezin als een nicht uit het gebombardeerde Rotterdam.2 Zelf hadden de Van de Stadts een kind van een jaar oud. Het echtpaar deelde alles met de onderduikers, ook in de hongerwinter, toen Annie een tweede kind kreeg. Rechtvaardigen onder de volkeren beschrijft dat Gerrit en Annie het 'als vrome christenen hun plicht vonden leden van het uitverkoren volk te helpen'.

 

Zaans huisje

Een broer van Annie, Hans Krijt, schreef in zijn autobiografie Enkele reis Zaandam-Praag over Betty Härtz. "Van mijn vier zusters hield ik het langst contact met de jongste, Annie. Na haar huwelijk bezocht ik haar regelmatig in het kleine, houten, typisch Zaanse huisje in Koog aan de Zaan, waar zij en haar man, Gerrit van der Stadt, zich genesteld hadden. Al gauw kwam daar een dochtertje bij. Op een van mijn bezoeken trof ik bij hen een meisje van een jaar of tien aan, Betty. An vertelde dat ze uit Zeeland kwam, waar in de nabije toekomst kans was op oorlogsgeweld en dat de ouders van Betty haar naar de Zaanstreek gebracht hadden. Het was een bedeesd lief meisje. Na de oorlog zouden we horen dat Betty een joods meisje was, dat zich bij Gerrit en Annie verschool. Nog groter was onze verbazing dat ook haar ouders al die jaren op de piepkleine zolder gezeten hadden. Chris [Hans' oudere broer] was de enige die dat wist: hij had op een dag de waterleiding naar het zoldertje doorgetrokken."

 

 

Onderduikkosten

Over de door Simon berekende (redelijke) betaling zwijgt het boek. Aangaande de kosten voor het verblijf van de ondergedoken gezinnen Speyer en Härtz bij de broers Simon en Gerrit van de Stadt zijn echter enkele documentjes bewaard gebleven.3 Het betreft twee beschreven velletjes, een bladzijde uit een boekhoudschriftje en een half afgescheurd kalenderblaadje van zondag 17 en maandag 18 juni 1945. Op de voorkant van het Zaanse kalenderblaadje staat de Dam met het beeld van Czaar Peter, op de achterkant de namen van de onderduikers. Op het boekhoudvelletje berekende Simon van de Stadt voor het gezin Härtz (aangeduid als A. Härtz) na de oorlog 64 weken onderduik à 30 gulden. Dat zijn niet alle weken. Op 1 december 1944 had het Nationaal Steunfonds -via Vakgroep J- de betaling overgenomen. Zo kwamen de kosten op 1920 gulden. Daarnaast bracht Simon 213,65 gulden aan extra onkosten in rekening, 'voor hout, aardappels, bonnen enz'. Of de kosten betaald zijn, en zo ja door wie en aan wie, is niet bekend.

 

Vervolg

Na de oorlog, eind mei 1945, keerde het echtpaar Härtz terug naar Harderwijk, Markt 2. Met dochter Jetje was contact. Ze zat bij 'tante Bep' in Vught en ontving op 24 mei briefkaarten uit Harderwijk, die ze vier dagen later beantwoordde. Ze wilde graag naar haar ouders terug, maar kreeg op het stadhuis van Vught nog geen toestemming. Jetje schreef dat 'onze jongen' nog niet terug was -vermoedelijk haar broer Hartog-, maar dat ze de moed niet opgaf. "Er zijn nog 350.000 Nederlanders in Duitsland die nog geen kans hebben om naar Holland terug te komen." Bedoelde ze dwangarbeiders of ook joodse gedeporteerden? Jetje was op Sjabbos (22 mei) in Den Bosch naar de sjoel geweest, waar opperrabbijn Heertjes volgens haar een mooie predicatie hield. De rest van haar brief ging over de aardige Canadezen die bij tante Bep ingekwartierd waren en die huilden van heimwee.

 

Onderscheiding

Op 8 mei 1986 werd aan het echtpaar Gerrit en Annie van de Stadt de Yad Vashem-onderscheiding toegekend. Dit was mede vanwege het feit dat zij geen geld aannamen. De vraag dringt zich op of dit juist is. Uit het bewaard gebleven boekhoudvelletje is niet op te maken of de ruim 2130 gulden die Simon van de Stadt voor het verblijf van het gezin berekende ooit aan Gerrit en Annie zijn betaald. Vast staat wel dat Simon met het gezin Speyer* een bedrag voor het onderduiken had afgesproken en dat dit de afspraak nakwam.

 

Zie ook Benjamin Härtz* in Zaandam.

1 Rechtvaardigen onder de Volkeren; Mededelingen van Simon Boers uit Zaandijk (2003); www.levie-kanes.com

2 In Zaandam werden vanaf juni 1940 kinderen uit Rotterdam opgevangen, zie Inja-Weijl*

3 Collectie Simon Boers


Laatste bewerkingsdatum: 2009-09-05


Mededelingen kosten onderduik echtparen Härtz en Speyer op briefje Van de Stadt (collectie Simon Boers)