Krommenie > Joodse onderduiker

DRILSMA (BENJAMIN)


Echtpaar Benjamin Drilsma (Harlingen, 8-8-1903) en Esther Drilsma-Jacobs (Amsterdam, 12-12-1904)1

 

Het Zaandamse echtpaar Drilsma was op 17 januari 1942 gedwongen om naar Amsterdam te verhuizen. Vermoedelijk in het najaar doken zij onder op de zolder van kapper Willem Bleeker (Assendelft, 19-6-1912) en echtgenote Ali Loon (1914), die aan de Noorderhoofdstraat 70 in Krommenie woonden. Voor dochter Adolphina* en grootmoeder Josephina Jacobs-Kater* werd een adres gevonden in Beverwijk, bij de politieman Leonardus Hendrikus Martinus van der Hoorn. Door verraad kwamen Benjamin en Esther in december 1942 in Westerbork terecht, hun gastheer Bleeker in Vught.

 

Anoniem schrijven

Tijdens het naoorlogse proces tegen de Krommenieėr NSB-burgemeester A.G. Jongsma kwam naar voren dat de Duitse politie eind 1942 een anoniem schrijven ontving over de verblijfplaats van het ondergedoken echtpaar. De Zaanlander van 17-2-1948: "In de woning van Bleeker werd, na een revolverkanonnade, mevr. Drilsma gearresteerd. Jongsma zei: 'Ze moesten je voor je hersens schieten' tegen Bleeker. Het geld en de sieraden van mevrouw Drilsma werden eveneens meegenomen. Onderweg had verdachte [Jongsma] gevraagd, waar het kind [Adolphina] zat, Hij had toen een papiertje in de hand, waar dat adres in Beverwijk op stond." In de tussentijd werd ook Benjamin Drilsma aangehouden in de woning van Bleeker. Bij de arrestaties was ook agent G.H. Moser betrokken.

 

Adolphina

Daarna werd in Beverwijk ook Adolphina opgepakt. Tijdens het naoorlogse proces kwam ter sprake dat 'Bleeker het echtpaar Jongsma had gezien in kleren van de Drilsma's. Jongsma zelf droeg de regenjas van Drilsma, mevr. Jongsma de bontjas van mevr. Drilsma en haar tas en koffertje'. Van Benjamin Drilsma en Willem Bleeker is bekend dat ze op 11 december 1942 in hechtenis werden genomen door het Bureau Joodsche Zaken in Amsterdam. Het verblijf daar duurde enkele dagen, waarin ze werden verhoord. Op een bewaard gebleven kaartje van het Bureau Joodsche Zaken staat achter Benjamins naam: "Verblijf zonder verhuisvergunning; vals p.b. [persoonsbewijs]."

 

Bureau Joodsche Zaken

In een brief van de Amsterdamse politie d.d. 15 december 1942 aan het eveneens in Amsterdamse gevestigde Bureau Joodsche Zaken staat opgesomd waarvan Drilsma ('am 10.12.42 in Krommenie vorl. festgenommen') werd beschuldigd: het niet dragen van de verplichte jodenster, zich met een van ene Jan Eenhoorn gekochte valse persoonskaart voordoen als 'Ariėr', ontrekking aan de Arbeidsinzet en het tegen de regels in afgeven van geld en andere waardevolle spullen aan Bleeker. "Das Geld und die Wertsachen werden dem SD übertragen. Willem Bleeker und Jan Eenhoorn wurden ebenfalls festgenommen", aldus de dienstdoende politiecommissaris (zie de brief hiernaast). Op 15 december werd Benjamin Drilsma overgedragen aan de SD. Bleeker moest naar de 'Dienstststelle Rozenberg' - mogelijk de 'Einsatzstab Rosenberg', die actief was bij het inbeslagnemen van joodse inboedels ('Hausraterfassung').. De Drilsma's werden doorgezonden naar Westerbork, Bleeker naar Vught.

 

Distributiepapieren

Op 3 januari 1943 stuurde Westerbork-medewerker A. Mos jr. naar aanleiding van de binnenkomst van de Drilsma's een briefje naar de Distributiedienst in Krommenie. "Bijgaande doe ik U toekomen een opgave van die personen, die bij aakomst in 'Lager Westerbork' hun D.S.K. [distributiestamkaart] niet bij mij inleverden. Ik verzoek U het ontbrekende te doen opsporen en mij zoo spoedig mogelijk per aangetekende toe te zenden; tevens de nummers der onvindbare D.S.K. te blokkeeren." Mos kreeg op 26 maart antwoord van een behulpzame werknemer van de Distributiedienst in Wormerveer: "Na politioneel onderzoek is gebleken, dat de stamkaarten van de desbetreffende personen niet te vinden zijn. Deze beide personen waren verborgen bij een inwoner van Krommenie. De stamkaarten waren daar echter niet meer aanwezig, terwijl de levensmiddelenkaarten van een ander adres in Haarlem werden betrokken."

 

Auschwitz

Het echtpaar Drilsma-Jacobs maakte de briefwisseling over hun documenten niet mee. Ze werden op 11 januari 1943 naar Auschwitz gedeporteerd en daar vermoord. Burgemeester Jongsma werd in 1948 veroordeeld tot een lange gevangenisstraf.

 

Zie verder Benjamin Drilsma* en Josephina Jacobs-Kater* in Zaandam.

 

1 Mededeling van Lies Uhl-Dijkstra uit Zaandam (1998); De Zaanlander (2-2 en 17-2-1948); Zee, S. van der, Vogelvrij (p. 124); Informatie van Erik Schaap uit Zaandam (27-4-2010); NIOD-karthoteek Bureau Joodsche Zaken; Stadsarchief Amsterdam, toegangsnummer 5225, inventarisnummer 7309

 


Laatste bewerkingsdatum: 2010-08-05


Aanklacht tegen Benjamin Drilsma d.d. 15-12-1942 (collectie Stadsarchief Amsterdam)


Overzicht van door de politie (bureau Joodsche Zaken) bij Benjamin Drilsma in beslag genomen goederen (collectie Stadsarchief Amsterdam)