Oostzaan > Joodse onderduiker

STREIM (MARGôT)


Margôt Streim (Amsterdam, 12-1-1943)1

 

Dirk en Neeltje Bakker-Scherrewitz woonden op de Soeteboomstraat 44. Dirk werkte bij bakkerij Scherrewitz, de zaak van zijn schoonouders aan de Oostzanerdijk, en ging ook wel met brood langs de deuren.2 Het echtpaar had tussen oktober 1939 en september 1940 de Pools-Duitse vluchteling Jozef Laufbaum (Sieniawa, 1904) in huis. Laufbaum had een timmermansbedrijf gehad. Hij wachtte op een visum naar Engeland, waar zijn vrouw en dochter al waren. De zoon van Dirk en Neeltje, Jan Bakker, vertelde dat Jozef na de Duitse inval van 10 mei 1940 een eind aan zijn leven wilde maken. Hij zei: "Ik weet wat er gaat gebeuren." Dirk kon hem ervan weerhouden. Jozef Laufbaum moest in december 1940 naar Westerbork. Hij zou de Sjoa overleven.

 

Vondeling

Ruim twee jaar later, op 10 april 1943, kwam Margôt Streim bij het echtpaar Bakker terecht. Op die zaterdagmorgen liep Stans Barzelay-Degenkamp, een gemengd gehuwde collega van moeder Selma Streim*, met een baby in de armen op het Zuideinde.3 Zij wilde naar de Kerkbuurt in het dorpscentrum om er werk te zoeken. Moe klampte zij bakker Dirk aan en vroeg hem of het kindje zolang bij hem thuis mocht blijven. Om 17.00 uur zou ze het kind komen halen. Dirk stemde toe, maar ze kwam niet meer terug.

 

Voorkennis

"Begin 1943 had ik contact met de welbekende Hannie Schaft om adressen voor Joodse onderduikers te zoeken (...) Aan een 2-tal Joodse landgenoten werd, uiteraard, op valse naam een persoonsbewijs verstrekt. Een van hen, een Joodse vrouw, heeft met haar man de oorlog overleefd. Zij was -en is- de moeder van de baby die voorjaar 1943 te vondeling werd gelegd ten huize van D. Bakker in de H. Soeteboomstraat. Van het voornemen terzake droeg ik vooraf kennis. In feite een levensgevaarlijke onderneming omdat toentertijd veel Joodse baby's te vondeling werden gelegd."4 Zo keek gemeentesecretaris Marcelis Charles Beerling na de oorlog terug op zijn betrokkenheid bij de actie om het leven van Margôt Streim te redden.

 

Aangifte

Op maandag 12 april ging Neeltje Bakker naar de NSB-burgemeester J.A.A. de Bree om de vondeling aan te geven. Hij zou gezegd hebben: "Als het een jodenkindje is, verzuip ik het eigenhandig." De huisarts van de familie, Wijthof, moest van hem eerst een onderzoek instellen. Die schreef dat de vondeling alle trekken vertoonde van een joods kind. Gemeentesecretaris Beerling, die op de hoogte was, protesteerde, omdat het rapport niet door de gemeentearts was opgemaakt. De Bree zag zich toen gedwongen dokter Taams het kind te laten keuren. Hij achtte het een 'normale' zuigeling van ongeveer drie maanden oud, met een 'normaal' neusje. Zo kon Beerling voor het geboorteregister een acte van vinding opstellen voor een 'arisch' kind, geboren op 'vermoedelijk 10 januari 1943' -het was de 12de geweest-, dat de naam 'Nellie' kreeg. Dirk en Neeltje Bakker werden benoemd tot voogd en voogdes.

 

SS'er

De Bree was een fanatiek SS'er en een antisemiet, zo valt ook op te maken uit een artikel in de Provinciale Noord-Hollandsche Courant van 26 augustus 1942: "Enige dagen geleden arresteerde de burgemeester een wielrijder, die groenten smokkelde. De fietser, een jood die zich zonder ster in het openbaar vertoonde, verzette zich tegen de aanhouding, waardoor de burgemeester zich genoodzaakt zag hardhandig in te grijpen." Zijn actie kon blijkbaar op weinig sympathie van getuigen rekenen. "Hij kreeg daarbij de indruk dat de omstanders zich ondisciplinair gedroegen. Zij weigerden te voldoen aan het verzoek om de man vast te pakken en traden ook overigens vijandig op. Zelfs ging iemand zover met de fiets tussen de burgemeester en de arrestant in te rijden."

 

Walter de Boer

Uit een dagrapport van de Amsterdamse politie komt meer naar voren over de opstandige actie. De 40-jarige Amsterdamse kippenhandelaar Walter de Boer werd op 22 augustus 1942 in zijn woning aan de Derde Oosterparkstraat 118 aangehouden. "Door den B.M. [burgemeester] van de gemeente Oostzaan was in overleg met den S.D. alhier de opsporing en aanhouding van De Boer verzocht, terzake het belemmeren van bedoelden B.M. bij het arresteeren van een jood in zijn gemeente en tevens wegens bedreiging tegen het leven van dien B.M. De Boer blijft aan het 2e Bureau in bewaring teneinde op 24 Augustus 1942 voor den S.D. te worden geleid." Hoe het hem verder verging is onbekend. J.A.A. de Bree was een jaar lang burgemeester van Oostzaan. In juli 1943 overleed hij onverwacht.

 

Verlamming

De kleine Margôt Streim werd een paar maanden na bij het echtpaar Bakker te zijn ondergebracht ziek. Het Gemeenteziekenhuis Zaandam constateerde kinderverlamming. Ze moest tot januari 1944 in het ziekenhuis blijven. Margôt hield er een mank linkerbeen aan over. Ook Jan Bakker kreeg de ziekte en een verlamming in een been. Moeder Selma Streim kon dankzij haar valse persoonsbewijs in het voorjaar van 1944 uit Drente overkomen om haar dochter te zien.

 

Bevrijding

Selma en Isaak Streim* keerden in mei 1945 uit hun onderduik terug naar Oostzaan. Tijdens de bevrijdingsfeesten van juli 1945 reed een wagen mee met het motto 'Jongste Onderduikster'. Een meisje uit de familie Bakker, met kleine pop, speelde Stans Barzelay-Degenkamp die de zuigeling had gebracht. Onder haar de teksten: "Leeftijd: 3 maanden" en "Zo werd zij gebracht." Naast haar zaten Selma en Margôt boven de teksten: "Leeftijd: 2 1/2  jaar" en "Zo werd zij gehaald." Het was een praalwagen van de familie Bakker met Dirk voorop.

 

Vervolg

In augustus 1969 werd Margôt Streim door oud-gemeentesecretaris Beerling in de echt verbonden met Wim de Graaff. Ze gingen in Hazerswoude wonen. Margôt zorgde ervoor dat aan het echtpaar Bakker-Scherrewitz (postuum), Stans Barzelay-Degenkamp, het echtpaar Kamminga (zie Isaak Streim*) en Marcelus Beerling de hoge Israëlische onderscheiding Yad Vashem werd toegekend.

 

1 Waar recht tot onrecht wordt wordt verzet tot plicht (p. 21); Historische collectie Jelle Brinkhuijsen; Gemeentearchief Zaanstad en Oostzaan (dossier Streim); www.joodsmonument.nl; Mededelingen van Hartog Streim en Lia Steinvoorte-Bakels (voorjaar 2004); Provinciale Noord-Hollansche Courant (26-8-1942); Stadsarchief Amsterdam, toegangsnummer 5225, inventarisnummer 7304 

2 Telefoongesprek met Jan Bakker uit Oostzaan (17-4-2004); Gesprek met H. Abbring-Evers (12-4-2004)

3 E-mail Yvonne Barzelay uit Amsterdam (14-4-2006)

4 Belevenissen van een Oostzaanse secretarie-ambtenaar tijdens de jaren 1940-1945, o.c. (p. 6-7)

 


Laatste bewerkingsdatum: 2010-06-27


Margôt Streim (Nellie Bakker), 1944 (bron 'Waar recht tot onrecht wordt')


Margôt en Selma op de praalwagen van de familie Bakker tijdens de bevrijdingsfeesten van juli 1945 (bron 'Waar recht tot onrecht wordt')