QUERIDO (DUIFJE)
Duifje Querido (Amsterdam, 1929)1
Met haar moeder Klara (Amsterdam, 24-6-1900) en zusje Rebecca* moest Duifje in juni 1943 na een grootschalige razzia in allerijl Amsterdam verlaten. Verzetsman Hans Blom bracht hen onder op twee verschillende schuilplaatsen in Zaandam. Na een kleine twee maanden verhuisde Duifje van haar tweede Zaandamse onderduikadres naar een gezin met drie kinderen in Zaandijk, waar ze in de huishouding kon werken.2 Eind augustus 1943 viel de politie de woning binnen en arresteerde er zowel de onderduikster als het gastgezin, het resultaat van verraad. Duifje zat een nacht vast op het Zaandamse politiebureau en werd toen met een overvalwagen naar de tegenover de Joodsche Schouwburg gelegen crèche gebracht, in afwachting van transport naar het kamp.
Vervolg
Ze wist echter op 9 september met hulp van de illegaliteit te ontsnappen en werd vervolgens naar de gereformeerde familie Gootjes in Heerhugowaard gebracht. Na de bevrijding haalden haar moeder en haar zus haar daar op en keerde ze gedrieën terug naar Amsterdam. Haar vader, Jacob Querido (Amsterdam, 19-11-1896) stierf voor of op 31 maart 1943 in gevangenschap, ergens in Midden-Europa.
Zie verder Klara Querido-Rood* in Zaandam.
1 www.joodsmonument.nl; http://kibrahacha.com; Rechtvaardigen onder de Volkeren; Valkhoff, Ziporah en Withuis, Jolande Leven in een niet-bestaan. Beleving en betekenis van de joodse onderduik. In dit laatste boek heet Duifje 'Jop' en Rebecca 'Bep'
2 Volgens Rechtvaardigen onder de Volkeren ging het om een adres in Koog aan de Zaan