FIEIJRA-DE GORTER (JANSJE)
Jansje Fieijra-de Gorter (Amsterdam, 15-4-1862)1
Jansje de Gorter was een dochter van Samuel Benjamin de Gorter en Paulina van Wijck. Ze trouwde in 1886 met David Fieijra. Het echtpaar kreeg twee kinderen: Abraham en één kind dat de oorlog overleefde. De Portugees-joodse David Fieijra stierf in 1934. Jansje woonde in 1941 op de Ceintuurbaan 221 huis in Amsterdam. In juni 1943 dook de inmiddels 80-jarige vrouw onder bij het gezin van Piet Bakker (1894), aan de Wilhelminastraat 26 in Krommenie. Piet en zijn jonge dochter Henny brachten haar via het zwaarbewaakte Centraal Station in Amsterdam naar Krommenie. Het uit zes personen bestaande gezin Bakker nam zes joodse onderduikers in huis.
Arrestatie
Tegen de regels in begon één van de onderduikers te corresponderen met een kennis in Amsterdam. De brieven zijn waarschijnlijk onderschept, waardoor het onderduikadres bekend werd. De onderduikers en Piet Bakker werden op 17 januari 1944 gearresteerd en meegenomen. Jansje Fieijra-de Gorter was slecht ter been en mocht in eerste instantie blijven. Mevrouw Bakker moest, op straffe van arrestatie, zorgen dat haar onderduikster op de Wilhelminastraat bleef. Jansje Fieijra-de Gorter werd een dag later alsnog opgehaald en gedeporteerd. Tien dagen later, op 28 januari 1944, is ze in Auschwitz vergast. Piet Bakker kwam na ruim een half jaar gevangenschap in kamp Vught vrij. Hij bleek roodvonk te hebben en genas nooit volledig. Hij stierf in 1956.
Voor de andere onderduikers bij de familie Bakker, zie Druk* en Barach*.
1 Historisch Genootschap Crommenie, september 2006, www.joodsmonument.nl; Stadsarchief Amsterdam, toegangsnummer 1479, inventarisnummer 804