Wormer > Joodse onderduiker

SZLAJCHER (SCHEINDEL EN ZILLA)


Scheindel ('Sophie') (Keulen, 14-5-1923 – Antwerpen, 15-6-2011) en Zilla ('Zilly') Szlajcher (Keulen, 9-8-1926)1

 

De Duits-joodse Berek Szlajcher en Hinda Sara Szlajcher hadden drie dochters en een zoon. De persoonsgegevens van Rebeka (Keulen, 4-12-1921) en Zilla zijn nog niet openbaar. Dat geldt niet voor de kaart van David Hirs(c)h Szlajcher (Keulen, 12-10-1924), een broer van bovengenoemde zussen. Op de archiefkaart in het bevolkingsregister van Amsterdam worden de namen van zijn ouders niet vermeld. David kwam op 1 mei 1940 vanuit Driebergen naar Amsterdam (Plantage Middenlaan 80). Daar bevond zich het Portugees Israëlitisch Jongensweeshuis, Aby Jetoniem. Joodsmonument.nl vermeldt dat David Szlajcher, zoon van 'Bernard' (is Berek) Szlajcher, student was van het nabijgelegen Nederlands-Israelitisch Seminarium aan de Rapenburgerstraat 175-179. Hij stierf op 30 september 1942 in Auschwitz.

 

Scheindel/Sophie

Volgens de zoon van Rebeka kwamen de vier kinderen Szlajcher op 31 januari 1939 vanuit Keulen aan in Nijmegen. Hun eerste verblijfplaats zou een jeugdkamp in Soesterberg zijn. Van Scheindel is bekend dat ze op 24 mei 1938 in Soest geregistreerd stond (Amersfoortsestraat 91), op 20 april 1939 in Driebergen-Rijsenburg (Huize Kraaijbeek, Hoofdstraat 63), op 18 juni 1940 in Amsterdam (Watteaustraat 9 hs) en twee maanden later in de eveneens hoofdstedelijke Roompotstraat 15 I. Op de woningkaart van het laatstgenoemde adres wordt Scheindel aangeduid als Sophie. Zilla woonde op 29 juli 1940 in de Amsterdamse Euterpestraat 121, bij Else Hirsch-Dülken (Keulen, 27-9-1878 – Auschwitz, 26-2-1943), en vanaf 25 juli 1941 eveneens in de Roompotstraat 15 I. Op dat adres leefde Rahel Wolff-Marx (Elberfeld, 8-1-1882 – Frankrijk, 31-12-1942), in feite de pleegmoeder van beide zusjes.

 

Keulen

De zusjes Szlajcher waren vluchtelingenkinderen uit Duitsland, geboren in Keulen. Toen ze eind jaren dertig naar Nederland kwamen, was hun vader uitgewezen naar Polen. Hij wist echter België te bereiken. Na de oorlog werd hij met zijn kinderen herenigd. Als orthodox-joodse kinderen hadden de Szlajchers destijds contact met Justus Tal (1881-1954), de opperrabijn in Utrecht. Tal overleefde als een van de weinige joods-religieuze leiders de oorlog door onder te duiken in Amsterdam. Van hem is een naoorlogs schrijven bewaard gebleven aan Rebeka Szlajcher.

 

Kraaijbeek

Van Huize Kraaijbeek in Driebergen-Rijsenburg is bekend dat het van 1933 tot 1938 eigendom was van de Vereeniging Het Zonnehuis Beekbergen. Er werden chronisch zieken verpleegd. Daarna werd het gebruikt als koloniehuis voor joodse kinderen uit verschillende Europese landen. Een deel van het terrein was ingericht als proef- en schooltuin ter voorbereiding op een eventuele vestiging in Israël. Tijdens de oorlog werd het gebouw gevorderd door het Duitse leger. Wellicht heeft niet alleen Scheindel, maar ook David er enige tijd doorgebracht.

 

Kockengen

Rahel Wolff vluchtte medio juli 1942 met haar zoon en schoondochter naar België en vervolgens (tevergeefs) naar Frankrijk. Ze liet Scheindel en Zilla achter onder de hoede van Hendrik ('Henk') Brandhorst (Kockengen, 31-12-1919). Hij nam hen mee naar zijn ouderlijk huis, de molen van zijn ouders Johannes Brandhorst (Moerkapelle, 28-12-1892) en Aartje Brandhorst-de Groot (Moordrecht, 30-4-1895). Deze watermolen stond aan de Wagendijk 15 in Kockengen. De meisjes bleven daar ongeveer een maand. Vervolgens zaten ze een week ondergedoken bij Henk van den Oudenalder in De Bilt en vervolgens bij Jan Gerrit van Eijk (Loosdrecht, 5-12-1912) en Jannigje van Eijk-Brandhorst (Moerkapelle, 1-7-1898) in Nieuwersluis. Jannigje was een zus van Henk. Bij het echtpaar Van Eijk bleven de zussen ruim acht maanden. Henk Brandhorst had Rebeka onderdak bezorgd bij Philip Groot, die aan de Militaireweg in Krommenie woonde.

 

Wormer

Jannigje van Eijk werd op den duur nogal nerveus van de onderduiksters, mede omdat aan de overkant van hun huis Duitsers ingekwartierd waren. Scheindel en Zilla Szlajcher kregen op 27 maart 1943 een nieuwe schuilplaats bij Annie en Jan Houtman in Wormer. Zij woonden aan de Zandweg 97. Gedurende hun hele onderduiktijd zorgde Henk Brandhorst voor hun eerste levensbehoeften, overigens zonder daar iets voor terug te krijgen.

 

Henk Brandhorst

Henk Brandhorst ging in het communistisch verzet schuil achter de naam 'Dirk'. Hij was onder meer actief binnen de (links göriënteerde) Zaanse tak van de Raad van Verzet en de Gewestelijke Sabotage Afdeling. Op 16 september 1942 had Henk samen met een andere jodensmokkelaar, 'Don Jozé' Peerbooms (10-8-1916) uit Deurne, zes uit Amsterdam afkomstige joodse vluchtelingen ondergebracht in een huisje in de Vlierdense bossen. De vluchtelingen hadden het tweetal 5000 gulden betaald. Dat was de helft van hetgeen met Brandhorst en Peerbooms was afgesproken, in ruil voor hun hulp bij het naar het Frankrijk smokkelen van de zes.

 

Erwin Michael Joseph

Er ontstond echter onenigheid en Brandhorst zou na de oorlog verklaren gevreesd te hebben voor verraad. Samen met Peerbooms beraamde hij een plan om het zestal om het leven te brengen. De 16-jarige Erwin Michael Joseph werd als eerste uit het zomerhuisje geleid, naar een plek in het bos waar al een graf was gegraven. Daar sloeg Brandhorst hem dood met een hamer. Samen met Peerbooms begroef hij de jongen. Ze misten echter de moed om ook de anderen te doden. De overlevenden werden de verdere oorlog ondergebracht in een kippenhok in Deurne-Zeilberg. Ze maakten daar de bevrijding mee. Peerbooms werd op 13 juli 1944 door het verzet geliquideerd, verdacht van verraad in een andere zaak. Brandhorst werd in 1946 veroordeeld tot zes jaar cel, waarvan hij er drie uitzat. Hij overleed in 1981.

 

Krommeniedijk

Eén van de meisjes Szlajcher verbleef ook nog in Krommeniedijk, bij een zus van Jan Houtman, mevrouw Heins-Houtman. Na de oorlog keerden de drie terug naar hun ouders in Brussel. Rebeka verhuisde op 27 mei 2009 naar Israël, Sophie naar België en Zilla naar Zwitserland.

 

 

 

1 Brief van Els Koolman-Kuijper uit Zaandam (juni 2007); Informatie van Miriam Mijatovich-Keesing uit Heemstede (4-10-2009), Chantal Alter (29-6-2011), Henny Brandhorst uit Amsterdam (31-7-2011) en Davy Schmidt (7-8 en 2-9-2011); NIOD-archief 185b, inventarisnummer 9d; www.plaatsengids.nl; www.joodsmonument.nl; www.mba.nl; www.antroz.nl/historie-kraaijbeek.pdf; Informatie van Henk Krigee uit Zaandam (4-8-2010); J. Kooistra en A. Oosthoek, Recht op wraak. Liquidaties in Nederland 1940-1945; Eindhovens Dagblad (21-5-2011)

 


Laatste bewerkingsdatum: 2011-09-06


V.l.n.r. Scheindel, Zilla, Rebeka en David Szlajcher, waarschijnlijk in 1939 in het jeugdkamp te Soesterberg (collectie Davy Schmidt)