FONTEIJN (KAREL)
Karel Anton Fonteijn (Den Haag, 12-12-1925)1
Karel Fonteijn kwam in het najaar van 1942 in Zaandijk terecht bij Tieke Jansma en verbleef daarna enige tijd bij de eveneens in Zaandijk wonende familie Rijpstra. Hij overleefde de oorlog.
Auschwitz
Karel was de zoon van vertegenwoordiger Benjamin Fonteijn (Den Haag, 23-11-1886) en Carolina Fonteijn-Alter (Den Haag, 31-7-1893). Zij werden op 10 september 1943 om het leven gebracht in Auschwitz. Het gezin woonde begin 1942 in de Haagse Bosschestraat 112.
Tieke Jansma
Karel dook in 1942 zo'n twee weken onder bij een tekenleraar in Dordrecht. Zijn oom en tante Duits-Fonteijn woonden eveneens in die gemeente. Salomon Duits was voorzitter van de joodse gemeente in Dordrecht. In zijn huis verbleef ook de uit Velsen afkomstige Greet Hamburger. Zij bracht Karel, die na Dordrecht een dag of vier, vijf bij Haagse kennissen onderdak vond, omstreeks oktober 1942 naar haar vriendin Tieke Jansma (Ooststellingerwerf, 11-10-1913). Die woonde in Zaandijk, in een woning tegenover station Zaandijk.
Onderwijs
Tieke en de joodse Greet konden aanvankelijk geen werk vinden als leraressen. Daarop volgden zij een verpleegstersopleiding in de Egmondse omgeving. Toen het joodse kinderen tijdens de oorlog werd verboden lessen te volgen met niet-joden kon Greet Hamburger in Dordrecht een baan vinden in het speciaal onderwijs voor joodse leerlingen. Tieke Jansma werd per 1 januari 1943 in Zaandijk aangesteld als onderwijzeres.
Familie Rijpstra
Van Tieke Jansma ging Karel door naar de woning van Bart Rijpstra (Leeuwarderadeel, 27-6-1912) en diens echtgenote Wijtske Rijpstra-Keverkamp (Leeuwarden, 19-1-1915). Die woonden aan de Meidoornlaan 2. Op dat adres waren toen ook Doris Berliner* en haar moeder ondergedoken. Na ongeveer een week vertrok Karel naar de familie Van den Abeele in Haarlem. Zoon Jan van den Abeele zat eerder samen met Greet Hamburger en Tieke Jansma op de kweekschool in Haarlem.
Terugkeer
In 1943 kwam Karel eventjes terug bij de familie Rijpstra, om naar een tandarts in de buurt te kunnen gaan. Hij zou daar nogmaals terugkeren, dit keer voor enkele weken. Ook was hij tijdens het tweede of derde bezoek enkele dagen te gast bij de dames Margaretha Brigitta Jantina Benink (Doetinchem, 11-8-1897) en Trijntje van Hoorn (Zaandijk, 24-1-1899). Zij woonden in de Dr. Jan Mulderstraat 41 in Zaandijk.
Acht onderduikers
In oktober 1944 vertrok Karel Fonteijn naar het huis van de inmiddels in Amsterdam (Nieuwe Prinsengracht 90 III) wonende Tieke Jansma. Hij was daar niet alleen. Op dit adres verbleven nog zeven andere onderduikers: Selma Wackers-Schwarz*, Doris en Erna Berliner*, Davina Margot van Rijn*, Norbert Klein, Esther Helena Knap en Heinz Martin Silbermann.
Tyfus
In november 1944 was Selma Wackers-Schwarz de straat opgegaan en teruggekomen met (voor joden niet toegestane) palingen, een delicatesse in de Hongerwinter. Enkele onderduikers (de beide Berliners, Norbert Klein en Selma) werden ziek. De palingen bleken te zijn besmet met salmonellabacteriëen. De getroffenen moesten worden opgenomen in het ziekenhuis aan de Karel du Jardinstraat. Tieke Jansma overleed daar op 12 januari 1945 zelf aan tyfus. Na haar overlijden werden er nog twee onderduikers opgenomen in de woning aan de Nieuwe Prinsengracht.
Verlaagd plafond
Karel Fonteijn verliet slechts twee keer de schuilplaats aan de Nieuwe Prinsengracht. Eén keer ging hij op zoek naar brandhout, de tweede maal was voor de Pesachviering. Die vond plaats bij de eveneens ondergedoken Hongaarse rabbijn Aron Neuwirth (Alistal, 30-7-1881) en diens gezin. Zij verbleven eveneens op de Nieuwe Prinsengracht, op nummer 100 III. Karel en zijn lotgenoten konden zich in geval van nood verbergen boven een voor de gelegenheid verlaagd plafond, dat zich onder de zoldervloer bevond. Er was net voldoende ruimte om alle acht onderduikers te herbergen. Alle overgebleven onderduikers bleven tot aan de bevrijding in de woning van Tieke Jansma.
Na de oorlog
Na de oorlog begon Karel Fonteijn een opleiding in Amsterdam. In februari 1947 vertrok hij als dienstplichtig soldaat met de 'Van Oldenbarneveldt' naar Nederlands-Indië. Daar hield hij zich vooral bezig met het repareren van voertuigen. Nadien werkte hij achtereenvolgens in Argentinië, Nederland en Colombia. In de jaren zestig keerde hij definitief terug naar Nederland.
1 Informatie van Henk Krigee uit Zaandam (30-8-2009) en Karel Anton Fonteijn (2008); www.joodsmonument.nl