HEIJSTEK-ELBERG (BETJE)
Gezin Betje Heijstek-Elberg (Veendam, 16-10-1904)1
Betje was op 29 september 1929 getrouwd met Johannes Cornelis Heijstek (Zwijndrecht, 15-3-1904). Johannes was Nederlands-hervormd. De Heijsteks woonden sinds september 1935 aan het mooie Apolloplantsoen 15. Op nummer 11 woonde tot 1941 de lyceumdocent en verzetsman George Jambroes.
Voor de oorlog
Johannes was onderwijzer in het openbaar lager onderwijs en werkte aanvankelijk in Ouder-Amstel. Daar werd Anton Nico geboren (29-9-1930). Op 2 april 1932 kwam het gezin naar Zaandam en betrok er een huis aan de Taanmanstraat 2. Heijstek werkte op een lagere school. Op de Tolstraat 3 werd het tweede kind geboren, Selma (18-4-1933). In hun volgende Zaandamse woning, aan het Apolloplantsoen, kwam in 1937 ook Betjes moeder wonen, Sara Elberg-de Vries. Zij ontving ouderdomsrente en was de weduwe van Nathan Elberg. Hij was geboren in Wollersheim (Duitsland), Sara kwam uit Groningen. In januari 1942 woonde zij niet meer in Zaandam.
Oorlog
Johannes Heijstek vulde in oktober 1940, vanwege zijn gemengde huwelijk, de joodverklaring in.2 Hij kon vermoedelijk blijven werken. Emanuel Drukker* herinnerde zich dat het echtpaar op 17 januari 1942 met de boot naar Amsterdam ging.3 Dat lijkt in strijd met het politierapport van die dag. Dit zegt dat het echtpaar de al ingenomen huissleutels weer terugkrijgt. Ook vertelde Drukker dat de Heijsteks in het najaar van 1942 in de Jodenbreestraat 66-68 woonden, bij een neef van zijn moeder, bakker Salomon van Thijn.
Vervolg
Het gezin Heijstek-Elberg overleefde de oorlog. Het gezin van Salomon van Thijn (vijf personen) is op 4 juni 1943 in Sobibor vermoord.
1 Weitere Aufstellung nr.6 (4 pers.); Evacuatierapporten; H7; Gezinskaart; Adresboek voor de Zaanstreek 1941
2 GAZ
3 H7
17 januari 1942
Op zaterdagmorgen 17 januari 1942 blijkt dat het uit vier personen bestaande gezin Heijstek-Elberg geen bagagelijsten heeft gemaakt. Vermoedelijk hebben zij al iets gehoord over de mogelijkheid tot uitstel van vertrek naar Amsterdam. Tijdens de politieronde blijkt namelijk 'dat de evacuatie op gemengd gehuwden niet van toepassing is, omdat man Christen is'. Johannes en Betje ontvangen de al ingenomen huissleutels terug. Een andere politieman zegt op 26 januari dezelfde groep gemengd gehuwden aan dat zij binnen zes dagen de stad moeten verlaten. Meubilair mag men meenemen naar de hoofdstad. Op maandagmorgen 2 februari 1942 constateert agent-rechercheur H. dat het perceel Apolloplantsoen 15 verlaten is. De Heijsteks hebben conform de opdracht een Amsterdams adres achtergelaten: "Reinier Vinkeleskade 74 II, p/a Philips."