Zaandam > Nederlandse jood van de evacuatie op 17 januari 1942

JONG, DE (SIMON)


Gezin Simon de Jong (Alkmaar, 30-6-1898)1, Betje de Jong-de Swaan (Groningen, 6-8-1902) met Salomon (Amsterdam, 23-9-1928)

 

Simon trouwde in 1919 met de 17-jarige Betje. Betje was een oudere zuster van Leentje de Swaan*, die in augustus 1923 de Zaandammer Pieter Keijzer*huwde. Simon en Betje de Jong woonden aanvankelijk in Amsterdam, waar zoon Salomon werd geboren. Het echtpaar verhuisde vaak heen en weer tussen Amsterdam en Zaandam. Dat bleek later een voordeel. In 1922-'23 kwam het gezin naar Zaandam, waar het inwoonde bij Simons ouders*. Twee jaar daarna woonden ze op de Hoogendijk 66. In 1928 ruilden Simon en Betje van huis met hun (schoon-)ouders De Jong, die de woning kochten. Simon was 'koopman in alles' en zal hebben samengewerkt met zijn vader die handelde in lompen en oude metalen.

 

Voor de oorlog

Weer twee jaar later trokken Simon, Betje en Salomon opnieuw naar Amsterdam. Ze keerden een paar keer terug naar Hoogendijk 66 en woonden daar ook tot het moment van hun gedwongen vertrek uit Zaandam. Kleinzoon Salomon staat in januari 1935 vanuit Amsterdam ingeschreven bij zijn grootouders.

In de jaren 1935-'37 staat Simon in Zaandam genoteerd als 'bloemenventer'. Broers van zijn vrouw, Salomon en Jozef de Swaan, hadden in die jaren hetzelfde beroep in Zaandam. Simon was Wolf Bosbooms bloemenman van: "'Vijf cent een bos!', die de straat uit was voor je een bos kon kopen."2 

 

Oorlog

In april 1941 vulde Simon, net als 63 andere Zaandamse joden, een verklaring in geen radio te bezitten. Vanaf september 1941 was zijn zoon niet meer welkom op niet-joodse scholen. Nog rond de jaarwisseling vroeg en kreeg Simon de Jong van het genazificeerde college van B&W een vergunning voor het op straat verkopen van bloemen. Begin april 1942 adviseerde de hoofdcommissaris van politie in Zaandam echter om Simons ventvergunning 'in te trekken daar hij niet arisch is en geëvacueerd is naar Amsterdam'. Het college nam het advies over. Simon en Betje zouden tijdens de oorlog onderduiken en overleven.

 

Vervolg

Na de oorlog had Simon de Jong een kledingzaak op de Nieuwendijk in Amsterdam.

Zijn moeder en oudste zuster met haar gezin overleefden de Holocaust niet.

 

1 Aufstellung nr. 27 (2 pers.), vermoedelijk Simon en Betje; evacuatierapporten

2 Wolf Bosboom in H3

 


Laatste bewerkingsdatum: 2011-11-15


Zaandam 1940

 

17 januari 1942

Op 17 januari 1942 is er veel verwarring rond dit gezin (zie Elsje de Jong-Lelie*). Op het genoemde adres treft politieman Hendrik van der Kraan de twee aangeduide personen niet aan. Wel Elsje Lelie, de weduwe van Salomon de Jong en moeder van Simon, die ook op zijn briefje staat. In zijn rapportage noemt Van der Kraan echter alleen S. de Jong. Deze mag in de gemeente blijven. Daarmee wordt waarschijnlijk Elsje de Jong, de weduwe van Salomon bedoeld. In de latere inventarisatie van de niet-geëvacueerden staat over het gezin van Simon de Jong: "In Amsterdam ingeschreven." Ze wonen dus niet meer in Zaandam. Het echtpaar heeft zich mogelijk snel laten overschrijven. Dankzij de verwarring redt het echtpaar de huisraad.