Zaandam > Nederlandse jood van de evacuatie op 17 januari 1942

KONINGSBRUGGE, VAN-DE JONG (SARA)


Gezin Sara van Koningsbrugge-de Jong (Schoten, 24-4-1914)1

 

Sara de Jong was getrouwd met Adolphus Adrianus Petrus van Koningsbrugge (Amsterdam, 21-10-1921). Gezien het aantal personen dat op de Weitere Aufstellung achter Sara's naam staat, had het echtpaar in februari 1942 een kind. Zij komen niet voor in het Zaandamse gemeentearchief, een aanduiding dat het echtpaar vermoedelijk pas na midden 1939 in Zaandam kwam wonen. Het gezin woonde in de Havenbuurt, aan de Baltischestraat 8. Adolf van Koningsbrugge was niet-joods. Zijn beroep was machinebankwerker. Niet lang na hun aankomst in Zaandam werden zij gedwongen naar Amsterdam te vertrekken.

 

Amsterdam

In een vertrouwelijk verslag van de Zaandammer en communistische verzetsstrijder K. Grootes2 over een verraadskwestie in de Havenbuurt (november 1943) komt Adolf van Koningsbrugge voor. Grootes kende hem van de werkverschaffing. Hij was volgens de verzetsman getrouwd met een joodse vrouw, Lien, en had naar Amsterdam moeten verhuizen. Grootes schreef dat Van Koningsbrugge eind 1943 met zijn vrouw en twee kinderen aan de Jodenbreestraat 33a woonde. Op dat adres zou een CPN-bijeenkomst plaatsvinden. Dat 'Lien' dezelfde persoon is als Sara lijkt waarschijnlijk. In het gezin zijn inmiddels twee kinderen. Overigens stond Sara van Koningsbrugge-de Jong eind augustus 1942 volgens het Joods Monument ingeschreven in het ouderlijk huis te Haarlem. Dat lijkt onwaarschijnlijk, omdat zij toen met man en kind(-eren) in Amsterdam diende te zijn.

 

Deportatie

De meeste gemengd gehuwde joden die zich niet lieten scheiden, konden de oorlog overleven, zeker de niet-gezinshoofden. Zij moesten wel de jodenster dragen en andere maatregelen ondergaan, waaronder soms sterilisatie. Sara werd laat in de oorlog echter gearresteerd, wellicht vanwege een overtreding. Ze werd naar Westerbork gebracht en van daar op zondag 3 september 1944 naar Auschwitz gedeporteerd. Dit was de laatste trein naar Auschwitz; er zaten 1019 personen in. Met hetzelfde transport reisden Anne Frank en haar familie, die op 4 augustus 1944 verraden werden.3 Ook Samuel de Lange*, Adam Pais* en vermoedelijk Sara Groen* gingen met deze trein.

Sara van Koningsbrugge-de Jong bleef in Auschwitz vier maanden in leven. Op 21 januari 1945 overleed ze bij de gruwelijke laatste evacuatie van het vernietigingskamp. Zes dagen later bevrijdde het Russische leger de resterende Auschwitz-gevangenen. Sara werd 30 jaar. Ze is een van de vijf gemengd gehuwden uit de Zaanstreek die tijdens de Holocaust werden vermoord.

 

Verwanten

Sara's ouders waren Simon de Jong (Haarlem, 22-12-1884) en Rachel de Jong-Cohen de Solla (Haarlem, 31-3-1892). Sara was de oudste van vijf kinderen, twee meisjes en drie jongens: Hartog Simon (Haarlem, 15-7-1918), Jacob (Borgerhout, 2-5-1921), Elie (Haarlem, 3-6-1927) en Corrie (3-12-1929). Van Hartog is een marktvergunning bewaard voor de Lange Annastraat in Haarlem (1937). Van Sara's ouderlijk gezin bleef niemand gespaard. Haar vader werd al op 31 augustus 1942 in Auschwitz vergast, samen met zijn 12-jarige dochter Corrie. Haar moeder stierf er op 19 november 1943, 51 jaar oud. Dan zijn drie andere kinderen al overleden: op 28 februari 1943 in Auschwitz de 24-jarige Hartog, Jacob (21) en Elie (15) ergens in Midden-Europa, vermoedelijk in een werkkamp.

 

1 Weitere Aufstellung nr. 9  (3 pers.); Evacuatierapporten; H8; G18; Gezinskaart Haarlem; www.digitaalmonument.nl; Adresboek voor de Zaanstreek 1941

2 GAZ

3 Müller, o.c. (p. 208, 218); Lin Jaldati (Lientje Brilleslijper); Rebling, o.c. (p. 339-340); Presser, o.c. II (p. 304); Borensztajn, o.c. (p. 41)

 


Laatste bewerkingsdatum: 2009-11-27


Marktvergunning van Hartog Simon de Jong voor de Haarlemse Lange Annastraat, 1937 (www.joodsmonument.nl)

 

17 januari 1942

Op 17 januari 1942 komt Sara's naam en die van twee andere gemengd gehuwde vrouwen voor op het briefje van rechercheur Hendrik van der Kraan. Alle drie wonen ze in de Havenbuurt. In zijn rapport schrijft de politieman alleen over het gezin De Ridder-Samson*. Hij zal hen het eerst hebben bezocht. Uit dit confronterende bezoek concludeert hij dat de opdracht tot verwijdering uit Zaandam niet van toepassing is op gezinnen waarvan de man 'arisch' is. Het gezin Van Koningsbrugge-de Jong krijgt tien dagen later alsnog de aanzegging Zaandam voor 1 februari te verlaten en naar een Amsterdamse jodenbuurt te verhuizen. Men mag de inboedel meenemen. Uit de afsluitende inventarisatie van midden februari blijkt dat aan Sara van Koningsbrugge en haar gezin nog tot de 19de van die maand 'in Folge Befehl SS' uitstel wordt verleend. Een reden staat er niet bij. Was Sara in verwachting? Het gezin hoort daarmee tot de laatsten die Zaandam verlaten. Op de burgemeesterslijst van 7 maart komt hun naam niet meer voor.