Zaandam > Buitenlandse jood van de evacuatie op 19 januari 1942

ALEXANDER (OSCAR)


Echtpaar Oscar Alexander (Tachau, 22-7-1904)1

 

De stateloos geworden tandtechnicus Alexander was gehuwd met de niet-joodse en van oorsprong Nederlandse Mechelina ('Lina') Theodora Jansen (Balgoy, 14-5-1903). Het echtpaar woonde op de Mozartstraat 6.

 

Broer

Hun dochter Jenny (Amsterdam, 21-8-1946) vertelde dat vader Alexander vermoedelijk in 1938-'39 in Zaandam ging wonen. Oorspronkelijk kwam hij uit het Tsjechoslowaakse Tachow/Tachau, bij de Beierse grens. Het gezin had zeven of acht zoons en een dochter. Oscar studeerde in Duitsland voor Zahntechniker en werkte tot zijn eerste vertrek naar Nederland in Neurenberg bij tandarts Schmidt. Broer Egon Alexander was vanwege Hitlers machtsovername in 1933 naar Nederland gevlucht en als kapper begonnen. Eind jaren '30 had hij een zaak naast bioscoop Cineac aan het Damrak in Amsterdam. Oscar volgde hem in 1934-'35, maar vertrok kort daarna naar Spanje en Portugal. Hij had geen geluk. In 1936 brak in Spanje de burgeroorlog uit. Toen Oscar terugkwam, vestigde hij zich in Zaandam, waar veel Duitse immigranten waren. Het levensonderhoud was er minder duur dan in Amsterdam.

 

Huwelijk

Oscar leerde in 1939 de niet-joodse Lina Jansen kennen. Duitsers waren haar niet vreemd. Op haar 17de was ze als au pair in Duitsland gaan werken. In september 1939 viel nazi-Duitsland Polen binnen. Oscars zuster Gertrude kwam naar Amsterdam. Samen met Egon Alexander en zijn vrouw ging zij met een van de laatste schepen voor de Duitse overval op Nederland naar de Verenigde Staten. Oscar bleef en trouwde op 5 juni 1940 met Lina. Het merkwaardige bij dit gemengde huwelijk was dat Mechelina vanwege haar uiterlijk vaak voor 'joods' werd gehouden, terwijl Oscar voor 'ariër' kon doorgaan. Beiden hadden een zwakke gezondheid en last van astma. Bij de jodenevacuatie van januari 1942 kon het echtpaar vanwege ziekte niet weg.

 

Westerbork

Het is onduidelijk hoe lang Oscar Alexander in het ziekenhuis is gebleven. Mogelijk woonde hij er lange tijd, alleen of samen met zijn vrouw. Hun dochter weet dat er eind 1942 vanwege ruzie over de grootte van de woonruimte een situatie ontstond waarbij haar vader bij de politie werd aangegeven en gearresteerd. Men stuurde hem, hoewel gemengd gehuwd, naar Westerbork. Daar kwam hij terecht in het kampziekenhuis. De Duitse immigrant dr. F.M. Spanier was er directeur. Steeds als er deportatie dreigde voor Oscar ontsloeg Spanier hem als zieke en gaf hij hem werk te doen.

 

Onderduik

Intussen vond Mechelina een woning in de Amsterdamse Camperstraat 18 I. Hier woonden tot hun deportatie de familie Melkman en Louis Pimentel. Mechelina bewoog hemel en aarde om haar man uit het kamp te krijgen. Ze had succes. Na acht maanden mocht Alexander terug naar Amsterdam. Hij vertelde later dat hij de laatste dag in Westerbork had deelgenomen aan een vastendag. Vermoedelijk was dit het vasten van de negende Av (Iisja be-Av), een rouwdag die in juli/augustus valt. Midden juli mocht een groep gemengd gehuwden uit Westerbork terug naar Amsterdam.2 Hier had Lina een onderduikplek voor haar man gevonden in de garage van een bevriende arts. Gevaar bleef, zeker voor gemengd gehuwde mannen zonder kinderen. Zij konden worden verplicht om zich te laten steriliseren of, vanwege een nieuwe maatregel, opnieuw worden gearresteerd. Het echtpaar  overleefde de oorlog.

 

Verwanten

Ook Gertrude en Egon Alexander en diens vrouw overleefden de oorlog. De ouders Alexander beleefden de bevrijding niet. Zij werden vanuit Neurenberg gedeporteerd en slachtoffer van de Sjoa.

 

Vervolg

Het echtpaar Alexander woonde na de bevrijding in de Camperstraat. Op 21 augustus 1946 werd Jenny geboren. Haar moeder was al 43, maar de bevalling verliep voorspoedig. De baby werd naar haar beide oma's genoemd. Het Joods Maatschappelijk Werk (JMW) hielp het gezin met extra voedsel en geestelijke bijstand. Op 8 mei 1950 overleed Mechelina Alexander-Jansen. Oscar was ziekelijk en niet in staat om zijn dochter alleen op te voeden. In overleg met het JMW werd Jenny opgenomen in het joodse kinderhuis te Laren, de Bergstichting. Dat was ook volgens de afspraak met haar moeder, die -hoewel zelf katholiek- haar dochter een joodse opvoeding wilde geven. In 1959 verhuisde Oscar Alexander naar Düsseldorf. Hij hertrouwde, scheidde en emigreerde in 1964 naar Israël. Met zijn vriendin bleef hij echter naar Hamburg pendelen. Oscar had aan het eind van zijn leven tien gelukkige jaren. Op 25 oktober 1969 stierf hij in Hamburg, waar hij ter aarde werd besteld op de joodse begraafplaats.

 

Jenny

Jenny verliet op 25 oktober 1965, na vijftien jaar, de Bergstichting en ging naar Israël. Ze woonde er 38 jaar en kwam daarna terug naar Nederland.

 

1 Aufstellung nr. 2 (stateloos - 2 pers.); Evacuatierapporten; Mededelingen van Jenny Moked-Alexander uit Amsterdam (november 2006)

2 Mechanicus, o.c. (p. 86, 17-7-1943)

 


Laatste bewerkingsdatum: 2009-08-25


Jenny Alexander als kind (bron http://mgodschalk.de)

 

19 januari 1942

Agent-rechercheur H. heeft op 19 januari 1942 zeven namen op zijn briefje staan, alle woonachtig in of bij de Beethovenstraat. De eerste is die van 'Alexander O'. Zijn naam is doorgestreept. Daarboven is gekrabbeld: "3 dagen hier." In de rapportage staat: "Gezin wegens ziekte voorlopig 3 dagen uitstel", dus tot 22 januari. Op de inventarisatie betreffende niet vertrokken buitenlandse joden wordt Alexanders achterblijven geregistreerd, omdat zijn 'vrouw ziek' is. De vertrekdatum schuift op. Op 26 januari zoekt politieman Van der W. het echtpaar Alexander op, daarmee afwijkend van zijn aanzeggingsronde langs Nederlandse gemengd gehuwde vrouwen. In zijn rapport schrijft hij te hebben geïnstrueerd dat de 'man naar een ziekenhuis' gaat en 'de vrouw vóór 1 februari naar Westerbork', met beddengoed. Mechelina is blijkbaar niet meer ziek, maar haar man wel, en ernstig ook. Het meubilair moet 'ongerept' hier blijven. Dit alles staat over het echtpaar Alexander vermeld in een lijstje met 'gemengd gehuwden van wie een der partners ziek is en naar een ziekenhuis moet'. Dus voor een niet-joodse, Nederlandse vrouw geldt eind januari 1942: "Umsiedeln nach Westerbork" met enkel handbagage? Puur omdat ze met een Duitse jood is getrouwd? Een andere politieman heeft naast deze instructie 'gewijzigd' geschreven.

 

Eind januari

Uit een tweede inventarisatie eind januari aangaande 'nog in Zaandam verblijvende gemengd gehuwden' blijkt dat Oscar Alexander inmiddels verblijft in het Nederlands Israëlitisch Ziekenhuis (NIZ) aan de Amsterdamse Nieuwe Keizersgracht 110. Op de lijst van 22 januari wordt vermoedelijk dan pas opgeschreven dat het om een 'gemengd' huwelijk gaat en dat het echtpaar 'met meubels naar Amsterdam' kan verhuizen. De vrouw hoeft dus niet naar Westerbork en mag de inboedel houden. Het echtpaar wordt nu hetzelfde behandeld als gemengd gehuwde Nederlandse echtparen waarvan het gezinshoofd niet-joods is.

 

13 februari

De naam Alexander staat dan ook op 2 februari, bij de laatste controleronde tijdens deze operatie, tussen die van gemengd gehuwde vrouwen. Rechercheur H. constateert, net als bij drie anderen: "Het perceel is verlaten. Een adres is volgens omwonenden niet achtergelaten." In het familiearchief is echter een gemeentelijke verhuiskaart van 13 februari 1942 bewaard gebleven waarop als nieuw adres Keizersgracht 110 in Amsterdam is genoteerd. Dat is hetzelfde adres als van het NIZ, maar zonder 'Nieuwe'. Onduidelijk is of het echtpaar in het ziekenhuis woonde. Jenny Alexander acht het zowel mogelijk dat Mechelina opzettelijk geen correct adres doorgaf als dat zij inderdaad op de Keizersgracht woonde. Het politieapparaat was (nog) niet voorbereid op ingewikkelde gevallen als die van een stateloos Duits-joods gezinshoofd van wie de echtgenote buitenlands noch joods is. Het gaat bovendien om een echtpaar dat vanaf het begin een beroep doet op ziekte, en niet zonder reden.