Zaandam > Buitenlandse jood van de evacuatie op 19 januari 1942

GEISENHEIMER (EUGEN)


Gezin Eugen Geisenheimer (Keulen, 13-4-1913)1, echtgenote Elfriede Salomon (Landsberg, 9-8-1917) en moeder Ida (Geisenheimer-)Stamm (Lütgen-Dortmund, 2-4-1888), gescheiden van Ernst Israel Geisenheimer

 

De Duitse vluchteling Eugen staat als 'koopman' op de basislijst. De van Ernst Israel Geisenheimer gescheiden Ida Stamm was eind 1938 met haar twee zoons Eugen en Artur* (Keulen, 21-8-1916) vanuit Keulen naar Zaandam gevlucht. De rijkspogrom Kristallnacht vond plaats op 9 november van dat jaar. Op 1 december 1938 werd aan de Westzijde 108a sieradenbedrijf Gebr. Geisenheimer opgericht. Het was de bijouteriezaak van Eugen en zijn jongere broer. Ida Stamm en Eugen woonden daar ook.

 

Oorlog

Eugens naam staat op de bedrijvenlijst van januari 1942, met de opmerking 'bovenhuis'. Hij trouwde in november 1941 met Elfriede Salomon, afkomstig uit de stad Landsberg. Over zijn vrouw handelt een notitie op de mutatiekaarten van de politie. Daarop wordt gevraagd of 'mej. E.S. Salomon en de heer E. Geisenheimer' reeds in Duitsland getrouwd waren. Op de basislijst van 1942, waaraan Eugen (nr. 94) en zijn broer (nr. 93) op het laatste moment zijn toegevoegd, staan twee personen achter zijn naam. Vermoedelijk is daarmee zijn vrouw bedoeld. Haar naam komt voor op de aankomstlijst van kamp Westerbork (23 januari 1942), maar niet op de inschrijvingslijst van de gemeente Westerbork van een aantal dagen later. Meer is over haar niet bekend.

    

Overlijden Ida

Eugen Geisenheimer had nummer 43 op de lijst van 63 Zaans-Duitse vluchtelingen die op 3 februari 1942 in Westerbork werden ingeschreven. Zijn moeder werd na haar verblijf in het ziekenhuis alsnog naar Westerbork gestuurd, vermoedelijk in slechte gezondheid. Ida Stamm (54) stierf er een jaar later, op 31 maart 1943 om 20.40 uur. Volgens het Rode Kruis-archief maakte zij een einde aan haar leven. Zij was de eerste van de drie joodse Zaankanters die in Westerbork stierven. De aangifte van 'Ida Sara'2 Stamms overlijden werd op 2 april -haar verjaardag- door 'Artur Israel' verricht op het gemeentehuis van Westerbork. Hij werd begeleid door de hoofdboekhouder van het kamp, Willem Kloot. Die deed aangifte van het overlijden van een andere bewoner.3

 

Deportatie

Het duurde tot in 1944 voor Eugen Geisenheimer op transport werd gesteld. Hij overleefde zijn moeder en broer. Hij zat misschien in de naar verhouding comfortabele trein, die volgens de beschrijving van Philip Mechanicus op dinsdag 18 januari 1944 vanuit Westerbork naar Theresienstadt vertrok: "Een trein van derde klasse-wagens met bagagewagens voor de zieken, beestenwagens voor het proviand. De reizigers konden van tevoren hun plaatsen bespreken, in het bizonder de alte Kamp-Insassen. (...) [Hitler] roeit de joden uit, in klassen."4 Zoals deze trein gingen er nog enkele in de loop van 1944. De relatief gelukkigen, onder wie zeker 33 Duitstalige vluchtelingen uit Zaandam en verschillenden uit Oostzaan, verloren in Theresienstadt hun voorrechten.    

 

Freiberg

Vermoedelijk ging Eugen Geisenheimer in de laatste maanden van 1944 vanuit Auschwitz naar Flossenburg, een kamp ten oosten van Neurenberg. Net als Lilo Jäger-Ardel* en Regina Lewkowicz* en haar moeder kwam hij in Freiberg terecht, een onder Dresden gelegen Saksisch buitencommando van Flossenburg. Er werd gewerkt voor de vliegtuigfabriek van Messerschmitt. Eugen (31) stierf daar op 8 april 1945. Het was kort voor de evacuatie van het kamp en enkele weken voor de bevrijding. De drie andere Zaanse vluchtelingen overleefden de ontberingen wel.

 

1 Aufstellung nr. 94 (Eugen Geisenheimer, Duits - 2 pers.) en nr. 80 (Ida Stamm, Duits - 1 pers.); Evacuatierapporten; Rechnung Zentralstelle; Burgemeesterslijst; G10 (hier Ida Geisenheimer-Stamm); Mutaties politie 'Vreemdelingenwet' (1940-1941); www.joodsmonument.nl; Archief gemeente Westerbork (zie ook www.drenlias.nl); Dieuwke Grijpma (augustus 2003)

2 De verplichte voornamen Israel en Sara waren in Duitsland op 1 januari 1939 ingevoerd voor iedere jood bij wie de voornaam 'onvoldoende joods klonk'

3 Bevolkingsregister gemeente Westerbork 1943, nummers 157 en 158. De andere overledene was de 72-jarige Paul Wittstock uit Berlijn. Met dank aan Jan van Bohemen (Westerbork, 2001)

4 Mechanicus, o.c. (p. 254-255)

 


Laatste bewerkingsdatum: 2010-05-01


Zaandam 1940

 

19 januari 1942

Het is het operatieteam niet duidelijk dat Ida Stamm de moeder is van Eugen Geisenheimer -de basislijst zet hen apart-,  noch dat zij dezelfde woning delen. Op het briefje van politieman Van der M. staat op 19 januari 1942 alleen de naam Stamm. Met potlood is de naam 'Geisenheimer, Eugen (2)' er later bij geschreven. Die 2 zou kunnen slaan op E. S. Geisenheimer-Salomon.

In het rapport wordt bericht dat mevrouw Stamm zaterdagavond 17 januari op advies van dokter Folger in het Sint Janziekenhuis is opgenomen. Dat wordt herhaald in de latere overzichten van niet-vertrokken joodse burgers. Op 7 maart 1942 bevindt Ida Stamm zich nog steeds in het ziekenhuis.

Van der M. treft wel de bijna vergeten Eugen aan. Na overhandiging van de huissleutels en een inventarislijst van zijn bagage gaat Eugen naar de Openbare School nummer 9 en vertrekt hij van daar met een hele groep gezonde buitenlandse joden naar kamp Westerbork. De rechercheur merkt nog op -deze januaridagen behoren tot de koudste van de twintigste eeuw-: "Waterleiding kapot gevroren; bij het dooien zal moeten worden voorzien." De inboedel, geschatte waarde 230 gulden, zal gemeenschappelijk zijn geweest met zijn moeder. Voor 21 april worden de goederen verwijderd. De bijouteriezaak komt op 20 mei 1942 onder toezicht van de Duitse Treuhändler Carl Otto Ullrich en wordt twee maanden daarna in opdracht van Omnia geliquideerd.