LEVIE, DE (MAX)
Gezin Max de Levie (Groningen, 24-4-1880)1 met dochter Betty Babette (Oldenburg, 7-11-1906)
Max was de zoon van Auguste Gertud Goldschmidt uit Weener (Duitsland) en veehandelaar Daniel de Levie uit Nieuwe Pekela. Max werd in Groningen geboren. Ook zijn echtgenote, Emma Regina van Wien (Winschoten, 3-7-1882), werd aan de Nederlandse kant van de grens geboren. Het echtpaar De Levie-van Wien trouwde op 10 juli 1905 in Winschoten en verhuisde naar het Duitse Oldenburg. Daar werden Betty Babette en Auguste Gertrud (Oldenburg, 18-10-1908) geboren.
Zaandam
Het gezin kwam op 20 april 1938 naar Zaandam. Beide ouders hadden toen de Duitse nationaliteit en waren joods. Max was veehandelaar (voor de moeilijkheden die joodse veehandelaren in nazi-Duitsland ondervonden; zie Levi* en Max Löwenstein*). Het gezin woonde aanvankelijk op de Czaar Peterstraat bij J. Duijf. Vier maanden later verhuisde men naar de Ooievaarstraat 43c. Aan het eind van dat jaar werd de registratie overgeschreven naar het verblijfsregister en werd een persoonskaart aangemaakt. Het gezin De Levie betrok na die tijd een woning in de Stationsbuurt, in de Emmastraat 28. Dat was het adres waar tot eind 1937 de joodse galanterieverkoper Max van Santen* met zijn gezin had gewoond.
Zoon
In november 1938, na de Kristallnacht, deed Max de Levie een poging om zijn 24-jarige, alleenstaande zoon Dagbobert vanuit Keulen naar Nederland te halen. "Mijn vrouw heeft ernstige suikerziekte en kan de angst en de zorgen om mijn zoon niet verdragen", schreef hij enkele weken later aan het Comité voor Joodsche Vluchtelingen, dat tot dan nog niets van zich had laten horen. Emma's broer Ferdinand was enkele weken eerder in de gevangenis van München gestorven, waardoor haar zenuwen tot het uiterste gespannen waren. Het emigratieverzoek werd desondanks afgewezen door de restrictief opererende Nederlandse overheid.
Broer
In dezelfde maand vroeg het echtpaar De Levie hulp aan het in Amsterdam gevestigde comité om Emma's broer Jozef (Winschoten, 1-7-1876) en diens vrouw Ida vanuit Frankfurt am Main naar Nederland te krijgen. Zij was Duitse van geboorte, hij -oorspronkelijk Nederlander- genaturaliseerd tot Duitser. Jozef zou na de Kristallnacht 'in levensgevaar' verkeren. "Wij smeeken U, mijne Edl. Achtb. Heeren, die armen te helpen, en niet aan hun lot over te laaten", schreven Max en Emma. Ook dit verzoek werd afgewezen.
Oorlog
Als ondernemer maakte Max de Levie dezelfde onteigeningsprocedures mee als allen die zich in oktober 1940 via de Kamer van Koophandel als 'joodse onderneming' bij de Wirtschaftsprüfstelle moesten laten registreren. Voor Duitse joden kwam daarbij dat zij door de toepassing van het Reichsbürgergesetz op 25 november hun vermogen en nationaliteit kwijtraakten. Max de Levie komt voor op de bedrijvenlijst van januari 1942.
Amsterdam
Of Max de Levie in Amsterdam is gebleven of naar Westerbork ging, is niet bekend. Zijn naam komt op geen van de slachtoffer-websites voor. Datzelfde geldt voor Emma Regina de Levie-van Wien.
Verwanten
Auguste Gertrud de Levie woonde in 1942 bij de familie Groenteman-Engelsman op de Vechtstraat 85 hs. Zij stierf op 9 november 1942 in Auschwitz, op dezelfde dag en plaats als Betty (zie verder Bernstein*).
1 Aufstellung nr. 42 (Duits - 2 pers.); Evacuatierapporten; Rechnung Zentralstelle; Gezinskaart; NIOD-archief 181b, inventarisnummer 386
19 januari 1942
Op de basislijst van januari 1942 staan slechts twee personen. Naast het gezinshoofd is er in een aantal notities alleen sprake van dochter Betty. Haar jongere zus Auguste Gertrud is dienstbode in Amsterdam. Over moeder Emma Regina de Levie is niets bekend. Het huishouden waarvan politieman Hendrik van der Kraan op 19 januari 1942 het verplichte vertrek controleert, bestaat volgens het opdrachtbriefje inderdaad uit twee personen. Max heeft zichzelf, Betty of beiden voor die tijd ziek gemeld. In de rapportage staat: "Aangezegd uitstel verleend van 3 dagen." Ook op de basislijst is bij Max aangetekend: "Is ziek." In een later overzicht is sprake van het verplichte doktersattest. In een notitie over negen nog niet vertrokken personen wordt over 'Levy M.' gezegd: "Indien ziek naar ziekenhuis, niet ziek: naar Westerbork. Huisraad laten staan, alleen beddegoed, handbagage. Betty de Levy kan tot 14.2.42 bij haar man, Hans Bernstein, blijven." Op het overzicht van 26 januari blijkt dat Max de Levie opgenomen is in het Amsterdamse Centraal Israëlitisch Ziekenhuis. Uit de artikelen van Peter Heere is bekend dat ook Betty en haar verloofde hebben gemeld ziek te zijn. Dit geeft hen de tijd om nog in Zaandam te trouwen. Op 2 februari verricht rechercheur Brandsma een laatste controle bij Emmastraat 28, 'voorheen bewoond door M. de Levie'. Er is niemand meer. Brandsma sluit af, verzegelt het huis en brengt de sleutels over naar het politiebureau. De naam Max de Levie komt tenslotte voor op het overzicht van 'nach Amsterdam evakuierte Juden'. Zijn inboedel wordt later weggehaald. De geschatte waarde is 41 gulden.