LITTWITZ (LUDWIG)
Gezin Ludwig Littwitz (Berlijn, 11-9-1891)1 en Erna Littwitz-Fabian (Berlijn, 8-9-1897) en Charlotte Littwitz-Nachschön (Kempen/Posen, 24-11-1866)
Op de gezinskaart en de basislijst staat Ludwig beschreven als koopman en Duitser. Hij heeft geen godsdienst. De laatste twee kwalificaties golden ook voor Erna. Erna en Ludwig trouwden op 15 juni 1924, een maand na (schoon)broer Georg*. Ze werden op 27 februari 1936 ingeschreven door de burgerlijke stand van Zaandam. Een half jaar later volgde het gezin van Ludwigs oudere broer Georg en hun moeder, Charlotte Littwitz-Nachschön. Zij was weduwe van Moritz Littwitz. Charlotte ging bij haar zoon Ludwig wonen.
Schoudervullingen
Georg richtte begin 1937 een schoudervullingenfabriek op. Hij werkte samen met Ludwig. Dat kan op andere wijze ook gegolden hebben voor de Berlijner Jacob Rosenthal* , die in april 1937 bij hen op de Beethovenstraat 15 kwam wonen. Jacob was tandtechnicus, maar werkte in Zaandam als stofknopenmaker. Ludwig Littwitz en Jacob Rosenthal staan beiden als ondernemer op de bedrijvenlijst van januari 1942.
Oorlog
Dat Ludwig en Erna in 1936 meldden 'zonder godsdienst' te zijn, werd onder de nazi-wetten niet geaccepteerd. Het geloof van de grootouders gold na 1940 als maatstaf voor joods-zijn. Door de meldingsplicht van januari 1941 moest ieder 'van joodschen bloede' het geloof van de grootouders opgeven. Naast de reguliere antisemitische maatregelen kregen Ludwig, Erna en Charlotte al vanaf juli 1940 een speciale behandeling: registratie, intimidatie, arrestaties en op 25 november 1941 de afname van hun nationaliteit en vermogen. In december werden de niet-Nederlandse joden opgeroepen tot 'vrijwillige emigratie'.
Westerbork
De vroege komst naar Westerbork en hun Duitse achtergrond betekenden een relatief voordeel en een plaats in de zogenaamde 'kamparistocratie'. Charlotte Littwitz-Nachschön en het echtpaar Littwitz-Fabian bleven twee jaar in Westerbork. Met de andere familieleden en nog 26 Duitse vluchtelingen uit Zaandam gingen zij vanaf januari 1944 met de als 'luxe' omschreven transporten van alte Kamp-Insassen naar Theresienstadt. Zij mochten daar niet lang blijven. Begin juli2 werden zij naar Auschwitz gestuurd, bijna drie maanden eerder dan de andere familieleden.
Auschwitz
Op 7 juli 1944 kwamen Ludwig Littwitz (52) en Charlotte Littwitz-Nachschön (77) onmiddellijk na aankomst in Auschwitz door vergassing om het leven. Van Erna Littwitz-Fabian (46) staat deze sterfdatum niet vast, hoewel hij aannemelijk is.3
Verwanten
Het gezin van Georg en Adelheid Littwitz werd drie maanden later, op verschillende dagen, in hetzelfde kamp vergast. Jacob Rosenthal kwam in december 1944 om het leven, niet ver van Dachau.
1 Aufstellung nr. 48 (Littwitz; Duits - 2 pers.); nr. 57 (Littwitz-Nachschön; Duits-1 pers.); nr. 71 (Rosenthal; Duits - 1 pers.); Evacuatierapporten; Rechnung Zentralstelle; H7-8; G20-21, Gezinskaart; Gemeentearchief Westerbork
2 In H8 wordt van september gesproken
3 G21, het In Memoriam-boek, www.ogs.nl en www.joodsmonument.nl geven alleen het jaar 1944, zonder maand en dag
19 januari 1942
De vier bewoners van Beethovenstraat 15, een van de vijf buitenlandse adressen in die straat, staan op maandag 19 januari 1942 vermeld op het briefje van politieman H. Hij meldt geen bijzonderheden. Wel opvallend is dat de 75-jarige Charlotte Littwitz, anders dan Käthe Bernstein-Erle*, Samuel Levij* en vijf andere hoogbejaarde (groot-)ouders, met haar kinderen en kleinkinderen meegaat naar Westerbork. Ze is de oudste van de groep buitenlandse joden die op deze dag Zaandam verlaat. Binnen drie maanden wordt de huisraad weggehaald. De waarde ervan wordt geschat op 337,50 gulden. De huisraad van Ludwigs moeder en Jacob Rosenthal hoort hierbij. De schoudervullingenfabriek vervalt aan de autoriteiten en wordt vermoedelijk geliquideerd door de Treuhand.