Joods Monument Zaanstreek

Joden in de Zaanstreek, 1940-1945

De teksten op deze website zijn geschreven door Pim Ligtvoet en Erik Schaap. Aan de basis hiervan ligt het boek ‘Ik heb een heel tijdje niets van me laten horen. Joden in de Zaanstreek 1940-1945, dat in het voorjaar van 2007 verscheen.

Op deze website staan per (voormalige) Zaanse gemeente de joodse inwoners beschreven die

  • getroffen werden door de jodenevacuaties van januari-april 1942;
  • daar buiten vielen maar wel in een van de Zaanse gemeenten woonden of werkten;
  • in de Zaanstreek waren ondergedoken.

Hieronder is een inleiding op elk van deze groepen te vinden.

Jodenevacuaties

De jodenvervolging lijkt aan de Zaanstreek grotendeels voorbij te zijn gegaan. De ‘jodenster’, die eind april 1942 werd ingevoerd, werd hier nauwelijks gedragen. De bijna 320 ‘voljoodse’ inwoners werden in het najaar van 1942 niet zoals in Amsterdam bij nacht en ontij van hun bed gelicht. Toch werden ruim 180 van hen vermoord. Waarom is dat zo weinig bekend? Een deel van het antwoord ligt in de ‘evacuatie’. Zaandam was door de Duitsers geselecteerd als proefgemeente voor de uitzetting van joodse inwoners naar getto’s.1 Vanuit die getto’s zou het makkelijker zijn hen naar de vernietigingskampen te deporteren. In de eerste, ijskoude maand van 1942 ging de proef van start.

Joden die buiten de ‘evacuaties’ bleven

Bij elke Zaanse gemeente, met uitzondering van Assendelft, zijn de namen opgenomen van joden die niet op de evacuatielijsten stonden en evenmin ondergedoken zaten. Een aantal van hen woonde in de Zaanstreek, maar hoefde niet te vertrekken. Anderen woonden in Amsterdam, maar werkten tijdens de oorlog in de Zaanstreek, bijvoorbeeld als arts in het Gemeenteziekenhuis, leerkracht op het Zaandamse lyceum of werknemer bij het joodse bedrijf Polak & Schwarz. Bij gebrek aan gesystematiseerde gegevens is het overzicht niet volledig.

Joodse onderduikers

Een derde groep die op deze website terug te vinden is, zijn de joden die in een van de Zaanse gemeenten onderdoken. Hoewel er inmiddels honderden namen bekend zijn, is de opsomming van deze mensen en hun helpers niet volledig. Daarvoor zijn meerdere oorzaken. Een groot aantal joden werd verraden en gedeporteerd, hun helpers naar kampen gestuurd. Veel ooggetuigen van toen leven niet meer. En de ‘ondergrondse’ werkte uiteraard in het geheim. Namen noemen was gevaarlijk. Er werd bijna niets op schrift gesteld. De kinderen van toen kennen die sfeer nog. Behalve dat zij veel niet wisten c.q. weten over de exacte gebeurtenissen in die illegale schemerwereld, vertellen zij er over het algemeen niet zomaar over.