N.N. (Zaandam, 27)

Laatste wijziging: jun 7, 2016 @ 16:16

N.N.1

Onderduiker Zaandam

Afgaand op een getuigenverklaring van Jan Pel, die met zijn moeder, broers en zusters in de Prins Hendrikstraat woonde en daar de joodse baby Marion Swaab verborg, kende de buurt meer joodse onderduikers. Hij vertelde op 24-5-1945 onder meer: “Op dezelfde dagen is bij Sap in de Pr. Hendrikstraat hetzelfde gebeurd, evenals bij H. Fris op de Pr. Hendrikkade (alles verraden door v.d. Kraan).”

Familie Sap

Jan Pel doelde onder meer op de onderduikster bij de familie Sap, die op het adres Prins Hendrikstraat 92 woonde en een halfjoods meisje (10) in huis had. Zij had voogdij-ouders in Zaandam, het echtpaar Gebhard-Pelt van de Bootenmakersstraat 141. Zij brachten haar onder bij de familie Sap, ‘naast melkboer Brouwer’. Ch.P. (‘Chris’) Sap was metaaldraaier. Zijn vrouw heette Mien. Het echtpaar had een zoon, Chris jr., en wilde daarnaast graag een dochter. Mien had kennissen in een van de Amsterdamse jodenbuurten en kende de deportaties van nabij. Het meisje was dan ook welkom in het gezin Sap. Ze kon gewoon naar de openbare school aan het Kattegat. Hoofdonderwijzer J. Klaver steunde haar en liet haar in de klas regelmatig voorlezen. Ze droeg geen jodenster, maar haar aanwezigheid bij het gezin Sap bleef niet onopgemerkt.

Van der Kraan

Toen er een keer werd aangebeld, deed het meisje het luikje in de deur open. Ze zag een man in een zwart uniform. Hij stak de loop van een vuurwapen door het luikje en zei dat ze open moest doen. Ze schrok, maar deed niet wat hij vroeg. ‘Tante Mien’ had haar gewaarschuwd dat ze nooit de deur mocht openen. Later begreep ze dat de man in het uniform die zo plotseling voor de deur stond vermoedelijk Hendrik van der Kraan was. Deze woonde toen op de Prins Hendrikstraat 130. Dat het meisje niet voljoods was, wist of geloofde hij niet.

Euterpestraat

Kort na het incident kwam er een oproep van de aan de Amsterdamse Euterpestraat gevestigde Sicherheitsdienst. Mien Sap moest het meisje daar afgeven. Joden die zonder ster werden betrapt dienden ter beschikking van de dienst te worden gesteld. Het liep echter anders. Mien Sap lichtte de voogdijouders in. Voorzien van officiële documenten van de Voogdijraad en de geboorteakte van het meisje verscheen Mien met haar bij de SD. Een vriendelijke vrouw verwelkomde hen en zei: “Ik neem haar mee.” Het meisje werd naar een kantoortje gebracht waar papier en potloden lagen. De vrouw was mogelijk van het verzet en op de hoogte van het bezoek. Intussen werd Mien in een grote, drukbevolkte ruimte onder veel geschreeuw en gescheld verhoord. Alle papieren waren echter in orde en ze konden samen terug naar huis.

Doodstraf

Van der Kraan arresteerde meer dan 150 joden. In 1948 werd hij hiervoor ter dood veroordeeld, hetgeen een jaar later in levenslang werd gewijzigd. Hendrik van der Kraan stierf in 1955 in gevangenschap.

Na de oorlog

Het meisje bleef ook na de bevrijding bij de familie Sap. Ze woonde in totaal acht jaar bij hen en had het er goed. Helaas werd ze jaren later, toen ze haar levensverhaal had gepubliceerd, door buren om haar geschiedenis gepest. Dat is de reden waarom haar naam hier wordt verzwegen.

Voetnoten

1 Nationaal Archief, CABR-dossier Tonny Jansen; Braspenning, B. Kinderen van toen; Mededelingen Pim Ligtvoet (maart 1999 en oktober 2006)