Schaap (Henny Margaretha)

Laatste wijziging: aug 8, 2018 @ 17:21

Henny Margaretha (‘Hennie’) Schaap (Amsterdam, 18-3-1922 – Leeuwarden, 26-3-1999)1

Hennie Schaap was de dochter van Joseph Schaap (Amsterdam, 4-9-1891 Sobibor, 16-4-1943) en Maria Bertha Schaap-Mooleman (Amsterdam, 17-12-1891 Sobibor, 16-4-1943). Ze had één broer, Abraham (‘Appie’) (Amsterdam, 10-6-1920 Sobibor, 16-7-1943). Door onder te duiken, onder meer in Koog aan de Zaan, overleefde Hennie als enige van het gezin de oorlog.

Amsterdam

Hennie Schaap gaf in 1978 een interview aan de Volkskrant waarin onder meer de oorlog ter sprake kwam. Haar familie woonde voor en tijdens de eerste bezettingsjaren in de Laing’s Nekstraat 19 II, in Amsterdam-Oost. Hennie vertelde dat haar vader vijfentwintig jaar portier was bij de Amsterdamse Diamantbeurs, ‘een heel nederige baan’. “Mijn vader was SDAP’er, zoals de meeste joodse arbeiders. Het hoorde er gewoon bij dat je in de AJC ging als je een jaar of veertien was, zodra je van school af was. (…) Op één mei liepen we trots achter de rode vlag, in ons AJC-uniform. Dan had je voor het eerst sokken aan, op één mei, dan was de winter afgelopen. Je leefde voor de AJC. Daar heb ik mijn algemene ontwikkeling opgedaan, in de AJC. Wat wist je als arbeiderskind van muziek, van literatuur?”

Synagoge

Volgens Hennies dochter gingen Joseph en zoon Appie Schaap op zaterdagmorgen naar de synagoge. “Niet echt uit overtuiging, maar omdat de werkgever dat min of meer verwachtte.” Hennie, die alleen de lagere school afmaakte, werkte tot in het begin van de oorlog in de confectie-industrie, ‘van half acht ’s morgens tot zes uur ’s avonds lusjes omkeren met een haarspeld’. “Met de knikkerzak aan het stuur van de fiets ging ik op m’n veertiende voor het eerst naar het atelier. Een succes is het nooit geworden. Ik kon nooit stilzitten. Maar wat moest je anders? Ik was liever als dienstmeisje gaan werken, maar in joodse families werd niet gediend. (…) De laatste tijd voor de oorlog hebben we een goede tijd gehad. Ik verdiende eenentwintig gulden, in het ondergoed dus, en mijn vader vijfentwintig.”

Broer

“Mijn broer studeerde. Dat was nu eenmaal zo: een jongen mocht studeren. Ik heb mijn ouders dat nooit kwalijk genomen: er was geen geld om mij ook te laten studeren. Ze hadden maar twee kinderen, mijn ouders. Ze waren lid van de neo-Malthusiaanse bond. Vooruitstrevend voor hun tijd, ja. Mijn broer had HBS. Toen zou hij naar Delft gaan, maar daar werd hij niet toegelaten. De universiteit was gesloten voor joden. Dat was pech, ja. Maar nog veel meer pech was dat hij werd opgepakt en weggevoerd.”

Onderduik

Hennies ouders werden eveneens gedeporteerd en vermoord. Zijzelf ontsnapte aan dat lot. “Ik ben via de AJC ondergedoken bij een familie in Koog aan de Zaan.” Wellicht dat de Koger Marinus Jacobus (‘Rinus’) Hille hierbij een rol speelde. Hij behoorde tot de landelijke leiding van de Arbeiders Jeugd Centrale en hielp veel joodse onderduikers. Hennie Schaap kon niet lang bij het Koogse gezin blijven: “Die hadden twee kinderen en die zeiden tegen Jan en alleman: wij hebben een tante en die kruipt in een kast als er bezoek komt. Daar moest ik dus weg.”

Friesland

Ze kwam in Friesland terecht. “Ondanks alle ellende heb ik het in Friesland fijn gehad. (…) De mensen bij wie ik ondergedoken was, mijn pleegouders noem ik ze altijd, waren hervormd, maar heel tolerant. (…) Ik leefde daar op, omdat ik buiten mocht. Melkbussen schuren, dat actieve leven was een opluchting. Op de ateliers in Amsterdam had ik me nooit kunnen voorstellen dat dit bestond.” In Friesland ontmoette ze ook de man met wie ze in augustus 1950 zou trouwen, Broer Abma. “Ik heb mijn man dus opgedoken toen ik ondergedoken was. Een echte Fries.” Ze kreeg met Broer Abma twee kinderen.

Bevrijding

“Na de oorlog was er voor mij geen reden om terug te gaan naar Amsterdam. Mijn familie was er niet meer. (…) Ik blijf me steeds weer afvragen waarom ik speciaal gespaard moest blijven en al die anderen niet.” Hennie Schaap kwam met haar man in Brummen en Middelburg te wonen en werd verpleegkundige. Ze overleed in 1999.

Voetnoten

1 www.joodsmonument.nl; Gemeentearchief Amsterdam, archiefkaart; de Volkskrant (27-5-1978), Leeuwarder Courant (16-8-1950); www.maxvandam.info