Bernstein-Erle (Käthe)

Laatste wijziging: 25 april 2016

Gezin Käthe Bernstein-Erle (Aerzen, 14-11-1871 – Auschwitz, 11-12-1942) met zoon Hans Josef Bernstein (Berlijn, 23-7-1907 – Midden-Europa, vóór 31-3-1944)

Hoewel moeder en zoon Bernstein, als Duitse joden, in januari 1942 naar Westerbork dienden te gaan, was hun situatie bijzonder. Käthe mocht vanwege haar leeftijd naar Amsterdam en Hans had zich ziek gemeld. Dat deed hij om drie dagen na de verplichte vertrekdatum in het huwelijk te kunnen treden met Betty de Levie*. Dat gebeurde op 22 januari. Ook Betty gaf op ziek te zijn. Het jonge paar kreeg uitstel van vertrek tot 14 februari. Vanwege het uitstel trokken moeder en zoon en mogelijk ook de schoondochter in bij Taeke en Johanna Jansonius, die op de Heerengracht 63 woonden. Aannemer Taeke werkte net als Hans in Poppert’s Hoedenfabriek, in de Bootenmakersstraat. De dochter van het echtpaar Jansonius (1937) kan zich nog herinneren dat mevrouw Bernstein in haar bed sliep. De situatie was echter niet houdbaar, en na een paar dagen gingen de beide Bernsteins alsnog naar Amsterdam. Zie verder bij Käthe Bernstein* en Max de Levie*.1

Voetnoten

1 Informatie van A. Kleiss-Jansonius uit Zaandam (1-3-2011)