Betty

Laatste wijziging: 25 april 2016

Betty1
Nadat het verder onbekende joodse meisje Betty vanwege een dreigend inval moest verdwijnen bij de Zaandamse boekhandelaar Willem Brinkman bracht diens broer Hendrik het kind naar de familie De Groot in Wormerveer. Hendrik verborg op dat moment, 27 augustus 1943, al een joodse vrouw in zijn woning aan het Blauwe Arendspad in Zaandam. Betty was 6 of 7 jaar en woonde voordien in Amsterdam.

Huiszoeking
Hendrik Brinkman legde na de bevrijding een verklaring af. “’s Morgens had ik vernomen dat mijn broer gearresteerd was, omdat hij een joods kind in huis had. Ik ben toen onmiddellijk naar het huis van mijn broer gegaan, waar ik mijn schoonzuster overstuur aantrof, omdat zij het kind op het politiebureau had moeten brengen, wat ze echter niet gedaan had. Ik heb toen het kind mee naar huis genomen. Dezelfde dag werd ik gewaarschuwd dat ik huiszoeking zou krijgen, omdat de verblijfplaats van het kind bekend was en onmiddellijk hebben toen de joodse vrouw en het kind mijn huis verlaten.”

Ohmstraat
Betty werd in de Ohmstraat 1 ondergebracht bij een technisch tekenaar van de firma Klinkenberg, Philippus de Groot (Koog aan de Zaan, 22-8-1908), en zijn echtgenote Elizabeth de Groot-Groot (Zaandijk, 25-2-1910). Ze waren familie van Willems echtgenote Aaftje Brinkman. De Wormerveerse politiecommissaris François Willem de Groot zei hierover nadien: “In 1942 of 1943 heeft de inspecteur [Tonny] Jansen telefonisch verzocht een onderzoek in te stellen bij een familie in de Ohmstraat, waar een inwoonster uit Zaandam [Aaftje], die door de politie aldaar werd gezocht, vermoedelijk thuis zou zijn. De inspecteur Jansen heeft er toen niet bij gezegd dat dit een zaak van de SD was en dat het ging om een verborgen jodenkind. De recherche te Wormerveer heeft toen in de betreffende woning een onderzoek ingesteld en zorg gedragen dat de aanwezige gezochte vrouw daar niet in terugkeerde, daar het ons bekend was dat de politie te Zaandam nog zelf een onderzoek naar die vrouw wilde instellen. Bij dat onderzoek bleek ook dat er een jodenkind verborgen was, waarvoor toen maatregelen zijn getroffen dat dat kind door de politie te Zaandam niet kon worden gevonden.”

Vervolg
Hendrik werd na de huiszoeking verhoord op het politiebureau in Koog aan de Zaan. De beruchte politiecommissaris Willem Marinus Ragut en twee SD’ers namen dat voor hun rekening. Daarna werd Hendrik tezamen met zijn broer Willem en twee anderen naar Amsterdam afgevoerd. Hendrik zou weer worden vrijgelaten, zijn broer niet. Onbekend is hoe het de twee onderduikers van Hendrik Brinkman verder is vergaan. Wel staat vast dat Betty de oorlog overleefde.
Zie verder bij Willem* en Hendrik Brinkman* in Zaandam.

Voetnoten

1 Nationaal Archief, CABR-dossier T. Jansen; Informatie van Albert Brinkman uit Zaandam (14-3-2013); Gezinskaart GAZ