Brilleslijper (Lion)

Laatste wijziging: 25 april 2016

Gezin Lion Brilleslijper (Amsterdam, 23-3-1899 – Sobibor, 11-6-1943)1 en Lea Brilleslijper-Canes (Amsterdam, 12-4-1895 – Sobibor, 11-6-1943) met zoon Louis (Amsterdam, 2-5-1926 – Sobibor, 11-6-1943)

De familie Brilleslijper woonde op de Tuinstraat 78. Lion was kleermaker en trouwde op 20 augustus 1924 met Lea Canes. Het gezin verhuisde in februari 1937 naar Zaandam, Hoogendijk 14. In mei 1938 gingen ze naar de mooie Tuinstraat. De winkel bevond zich, zeker in het begin van de oorlog, op de Westzijde 44b – naast de woning van verzetsman Walraven van Hall.

Voor de oorlog

Siem Dijkman herinnert zich Louis Brilleslijper uit de tijd dat ze samen op School 10 zaten, in de vijfde of zesde klas. School 10 lag aan de Stationsstraat, naast School 9. Naar de laatste gingen de kinderen van de gegoede burgerij, naar de eerste die van de gewone man en vrouw. Louis was volgens hem een leuke jongen, die goed bij de tijd was. Hij zag er typisch joods uit; niet groot en met donker, krullend haar. Hij had altijd een keppeltje in zijn zak en deed dat op als er om gevraagd werd. Siem vroeg hem eens of hij Hebreeuws kon. “Ja”, zei hij. Hij ging blijkbaar naar de joodse les in de sjoel.

Sjoel

Lion Brilleslijper was voorzitter van het aanvankelijk twaalfkoppige comité dat de herdenkingsplechtigheden organiseerde voor het 75-jarig bestaan van de synagoge aan de Gedempte Gracht, in januari 1940. Aanvankelijk zou Henriëtte Drukker-Manassen* deze functie op zich nemen. Ook Lea Brilleslijper was comitélid. In het derde nummer van het vooroorlogse blad Joodsch Zaandam werden zij door de bestuursvoorzitter Jos Pais* bedankt voor hun inzet. Lion schreef bovendien zelf een stukje op de eerste pagina. Hij beschreef, als Brilleslijper Jr., wat hem bezielde om in het comité zitting te nemen: “De tijd, waarin wij leven, is vooral voor het Jodendom, zeer bedroevend (…) Maar, als één der weinige oasen in de woestijn der vijandig gezinde wereld, is ons dierbaar Nederland.” Hij besloot: “Moge het U ook gegeven zijn het 100-jarige bestaan der Synagoge in betere omstandigheden mede te kunnen vieren”. Een wens die voor de meeste leden niet zou uitkomen.

Oorlog

Een politierapport bevat de aangifte dat op 3 februari 1941 aan de Westzijde 44b twee couponnen stof werden ontvreemd.2 In april 1941 moesten joodse radiobezitters in Zaandam hun toestel afstaan. Lion tekende als joodse radiobezitter uit Zaandam een tevoren ingevulde verklaring: dit Philips-toestel was inderdaad door hem ingeleverd. Negen maanden later moest het gezin alles inleveren. Al voor die tijd, in september 1941, had Louis afscheid moeten nemen van zijn Zaanse school. Hij ging naar de joodse ULO-school in Amsterdam.

Lees meer

Jaap Sajet

Het eerste adres in Amsterdam van het gezin was Manegestraat 8 I, het huis van Lions ouders Liepman en Theresia Brilleslijper-de Swarte (omgekomen in Auschwitz op 26 februari 1943). Het tweede adres, vanaf juli 1942, was de Plantage Franschelaan 15 boven. Daar woonde vertegenwoordiger Jacob (‘Jaap’) Benedictus Sajet met zijn moeder. Hij was aangesloten bij de illegale organisatie Vrije Groep Amsterdam. Jacob gaf hulp aan joodse onderduikers door hen distributiebescheiden en vervalste persoonsbewijzen te verstrekken. Sajet werd verraden, op 1 februari 1943 in Amsterdam gearresteerd en opgesloten in de gevangenis aan de Weteringschans. Van daar is hij via Westerbork op transport gesteld naar Sobibor, waar hij op 2 april 1943 stierf. Moeder Sajet overleefde de oorlog. Of het gezin Brilleslijper feitelijk was ondergedoken bij Sajet en/of deelnam aan diens illegale activiteiten is niet duidelijk.

Deportatie

In het voorjaar van 1943 werd het gezin Brilleslijper ‘gehaald’ en vermoedelijk via de Hollandsche Schouwburg ’s nachts naar Westerbork gestuurd. Lion, Lea en Louis bevonden zich in de beruchte trein die op dinsdag 8 juni uit Westerbork vertrok, het Sobibor-transport met het hoogste aantal gevangenen, 3017 mensen.3 Bij dit transport was een groep van 1750 personen, vooral moeders met kinderen tot 4 jaar, die op maandag 7 juni om 4.30 uur ’s morgens waren aangekomen vanuit Vught. Dit Judendurchgangslager moest zijn niet-productieve bewoners -waaronder doodzieke kinderen en zuigelingen- kwijt, ook de meest weerloze.4 Bijna dertienhonderd anderen, vooral moeders met kinderen tussen 4 en 16 jaar, die in de nacht van maandag op dinsdag uit Vught kwamen, werden aan het transport toegevoegd. Ze werden van de ene veewagen in de andere geladen.5 Van sommige kampbewoners in Westerbork is bekend dat zij zich vrijwillig meldden voor dit kindertransport uit Vught.6 Na een reis van 72 uur in gesloten veewagens, samen met de drieduizend andere ouders en hun kinderen uit ‘werkkamp’ Vught, werden Lion (44), Lea (48) en Louis (17) Brilleslijper op 11 juni 1943 vrijwel direct na aankomst in het Poolse Sobibor door vergassing om het leven gebracht.

Ter geruststelling van de nieuwkomers schijnt de ontvangst in Sobibor vaak hartelijk te zijn geweest. De uitgeputte kinderen kregen snoep, de meegenomen bagage werd na afgifte van een ontvangstbewijs zorgvuldig opgeborgen. Er volgde een inschrijving voor de Arbeitseinsatz, die zich op de ‘Seuchenbekämpfungs-stelle’ -‘Epidemiebestrijdingsplaats’- ontpopte als gaskamer. Slechts dertien vrouwen en drie mannen van de 34.313 personen die uit Nederland naar Sobibor werden gedeporteerd (maart-juli 1943) overleefden de oorlog.7

Naamgenoten

Lion was geen broer, maar wellicht wel een verwant van Jozef Brilleslijper* uit Koog aan de Zaan. Deze was een week eerder met zijn vrouw en vier kinderen in Sobibor vermoord.