Cohen (Herman Cornelius)

Laatste wijziging: 25 april 2016

Herman Cornelius Cohen (Amsterdam, 15-7-1897)1

‘Analyst’ Cohen was ‘Nederlands-hervormd/geen’. Zijn echtgenote, Hendrika Kuijk (Wormerveer, 29-4-1902), was doopsgezind. Het echtpaar Cohen-Kuijk woonde in de Weverstraat 3. Herman Cornelius Cohen was hoofd van het laboratorium van de linoleumfabriek, waar hij in augustus 1922 kwam werken, en leidinggevende van Hans Börnstein*. Cohen was verder vrijwilliger bij de Luchtbescherming. Hij werd enige tijd voor het uitbreken van de oorlog ziek en stierf op 28 september 1939. Börnstein schreef een in memoriam in het bedrijfsblad ‘De Band’ waarin hij Cohen prees om ‘zijn buitengewone activiteit, zijn uitgebreide kennis op elk gebied en zijn rijkdom aan nieuwe ideeën bij de uitvoering van zijn werk’. “Voor iedereen stond Cohen altijd klaar, of het om de oplossing van een moeilijk technisch vraagstuk, of om een persoonlijke aangelegenheid ging.”

Definitie 

In september 1939 was het Nederlandse Bevolkingsregister nog niet bezig met de definitie van  joodse grootouders. Men vertelde later ten onrechte dat hij zichzelf vanwege de Duitse inval het leven benam. Het gezin telde vier kinderen, drie jongens en een meisje dat vroeg stierf. Twee van de zonen zouden na de oorlog naar Zuid-Afrika emigreren. De derde zoon werkte in de jaren ’60 enige tijd bij de linoleumfabriek.

Voetnoten

1 Mededelingen  S. Hondema sr. en O. Krommenhoek, Krommenie (maart 1999) en A. Duits en S. Hondema (september 2001); Gezinskaart; De Band (1939)