Cohen (Ernst)

Laatste wijziging: 25 april 2016

Ernst Paul Alexander Cohen (Amsterdam, 23-3-1904 – Baai van Manilla, 21-9-1944)1

Ernst Cohen staat in 1938 bij het Amsterdamse bevolkingsregister genoteerd als ‘vertegenwoordiger essencefabriek N.V. Polak’ – de firmanaam Polak & Schwarz is ingekort. Ernst was via zijn moeder een neef van Loes Pop, echtgenote van de derde directeur van Polak & Schwarz, Dolf Schwarz*. Ernst was de jongste van de twee kinderen van uitgever Alexander Ezechiël Cohen en Sophia Beer. Het gezin woonde op de Keizersgracht 320 en later op de Den Textraat 36.

Huwelijk

Ernst werd in 1931 van de gezinskaart uitgeschreven naar ‘Frankrijk’. Vijf jaar later, op 29 september 1936, trouwde hij Annie Sara Rabbie (Watergraafsmeer, 5-1-1913). Haar ouders waren Jacob Rabbie en Sara Beffie. Jacob was onderdirecteur van de Rotterdamsche Bank.

Nederlands-Indië

Het Rode Kruis berichtte Polak & Schwarz op 26 oktober 1945 dat Ernst Cohen Beer bij het uitbreken van de oorlog in Palestina was.2 Van daar ging hij naar Nederlands-Indië, waar Polak & Schwarz een kantoor had in Batavia. Ook Ernsts vrouw was in Nederlands-Indië. Na de aanval van Japan op de Amerikaanse oorlogsvloot (7 december 1941) verklaarde Nederland de oorlog aan Japan en riep de gouverneur-generaal een algemene mobilisatie uit. Ernst was dienstplichtig en werd landmachtsoldaat in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Het Japanse leger nam hem gevangen en vervoerde hem naar een krijgsgevangenkamp in Singapore. Zijn vrouw werd geïnterneerd in een concentratiekamp op Java.

Toyofuku Maru

Begin september 1944 was Ernst op een klein Japans vrachtschip, de Toyofuku Maru. Dat voer van Singapore via Thailand naar Japan en vervoerde 1200 Engelse en Nederlandse krijgsgevangenen. Het was een van de elf zogenoemde Hell Ships, Japanse vrachtschepen boordevol krijgsgevangenen die de naam ‘Maru’ droegen. In Manilla werden zieken en stervenden aan wal gebracht. Op 21 september werd de Toyofuku Maru in de Baai van Manilla door torpedo’s van Amerikaanse bommenwerpers tot zinken gebracht. Het schip was vermoedelijk niet herkenbaar als passagiersschip. Er waren 200 overlevenden. Ernst Cohen behoorde daar niet bij.

Echtgenote

Echtgenote Annie Cohen-Rabbie werd in een ziekenhuis opgenomen. Ze keerde na de oorlog naar Nederland terug en werd in het Centraal Israëlitisch Ziekenhuis verpleegd. Na haar herstel voegde zij zich bij haar ouders en zuster Elly, die de oorlog in New York overleefden.

Verwanten

Weduwe Sophie Cohen-Beer stierf op 23 juli 1943 in de gaskamers van Sobibor.

Voetnoten

1 Plaquette Polak & Schwarz; Mededelingen van Cor Flipse (2003); Gezinskaarten Amsterdam; www.ogs.nl; www.joodsmonument.nl

2 Aanvullend verslag Polak & Schwarz, Afdeling Personeel 1943 t/m 1945, NIOD, doc. II 1359 (p.5)