Cohen (Henri)

Laatste wijziging: 25 april 2016

Echtpaar Henri Cohen (Amsterdam, 6-10-1904 – Amsterdam, 24-1-1959) en Henriëtte (‘Jet’) Aardewerk (Amsterdam, 27-3-1907)1

Een contactpersoon van de ondergrondse, Aris Voogd, deed eind 1944 een beroep op het echtpaar Abel Venema (Zaandam, 1902) en Lijsbeth Antje Moerbeek (Purmerend, 1897) om een onderduiker op te nemen. Het echtpaar woonde aan de J.J. Allanstraat 384 en had vier kinderen: Jan (1927), Trijntje (1929), Johanna (1932) en Anneke (1937). Abel Venema had een metaalbewerkingsbedrijf in de oude loods van houtzaagmolen De Tweeling. Zijn woning en werkplaats lagen op een achtererf, een stukje het land in. Er waren eerder al drie onderduikers gehuisvest. De man om wie het nu ging, zat in Amsterdam bij een spoorwegbeambte, die vanwege de spoorwegstaking zelf moest onderduiken. De schuilnaam van de nieuwe onderduiker was ‘oom Henk’. Hij kwam begin december 1944 naar Westzaan. Oom Henk kon bij het huis vrij rond lopen en alles ging goed. In februari 1945 kwam ook zijn vrouw, ‘tante Ger’, op de fiets uit Amsterdam. Feitelijk waren zij de diamantbewerker/bezorger Henri Cohen en Jet Cohen-Aardewerk, een employee van kledingwinkel A. de Vries. Ze woonden voordien in de Amsterdamse Van Woustraat 222 (2 hoog) en waren sinds 20 december 1933 met elkaar getrouwd.

Problemen

Het echtpaar Cohen had vervalste identiteitspapieren. Pas na enige tijd werd duidelijk dat ‘Henk en Gerda Arends’ joden waren. Dat maakte het risico groter. Voogd verklaarde echter dat hij het de Venema’s van tevoren had gezegd. Een ander probleem was dat tante Ger tbc had. Voorafgaand aan het onderduiken had ze gekuurd en medicijnen gebruikt. Dat werd tijdens hun onderduik moeilijk, waardoor de ziekte niet onder controle was. Met de veiligheid van onderduikers en gezin waren geen problemen. Ook de jongste dochter Venema praatte haar mond nooit voorbij. Hanna Jacobs-Venema: “Wij vonden het erg gezellig met hen over de vloer. Het waren aardige mensen. Zij zong graag liedjes van Heintje Davids.”

Nederlands Volksherstel

In een brief van de hulporganisatie Nederlands Volksherstel (afdeling Westzaan) komt overigens naar voren dat Henri Cohen al veel eerder in Westzaan belandde dan eind 1944. “Deze heer is ongeveer twee en een half jaar hier in Westzaan ondergedoken geweest en bij hem zijn alle meubelen door de Duitsers weggehaald”, aldus de briefschrijver op 6 augustus 1945. Ruim een maand later liet Volksherstel weten aan Henri Cohen ‘een slaapkamer ameublement te hebben gegeven’. Via illegale organisaties kregen de Venema’s extra voedselbonnen voor de onderduikers. Tijdens de Hongerwinter bleek dat onvoldoende. Dochter Trijnie Roos-Venema: “Mijn vader is toen met drie anderen in een roeiboot naar boerderijen boven Alkmaar gegaan om aardappelen en suikerbieten te kopen.”

Vervolg

Na de bevrijding pakte Henri Cohen vanuit Westzaan zijn vak van diamantbewerker zo goed als het kon weer op. Hij werkte in Amsterdam bij de firma Asscher in de Tolstraat. Maar pas in augustus 1945 konden Jet en hij terug naar Amsterdam, zij het eerst naar een tijdelijk adres in de Van Woustraat 208. Daar had eerder een joods gezin gewoond, dat echter de Holocaust niet overleefde. Jet ging kuren en herstelde langzaam. Helaas hadden ook vier leden van het gezin Venema tbc opgelopen: Jan, Abel, Anneke en Johanna. De een na de ander moest één of enkele jaren een kuur ondergaan. Pas tegen 1960 was de situatie weer normaal. Het contact met ‘oom Henk’ en ‘tante Ger’ bleef bestaan en was goed.

Voetnoten

1 Mededelingen van Gré Vis-Luttik (oktober 2006) en Jan Venema uit Westzaan (januari 2007); Saus, N. Venema Westzaan (februari 2006); Informatie van Henk Krigee uit Zaandam (27-8-2009 en 13-4-2010) en Trijnie en Hanna Venema (maart 2017); GAZ-archief PA 173, inventarisnummer 3 (Nederlands Volksherstel)