Davids (Andries)

Laatste wijziging: 25 april 2016

Andries Davids (Rotterdam, 30-11-1905 – Golleschau, winter/voorjaar 1945)1

Andries was vertegenwoordiger binnenland van Polak & Schwarz* en had Groningen als standplaats.

Familie

Hij was het derde en jongste kind van Polak & Schwarz-handelsreiziger Samuel Davids* (Rotterdam, 29-4-1874) en Geertruida Dasberg* (Rotterdam, 13-6-1876). Andries trouwde in 1930 met Esther Bekkers (Rotterdam, 12-8-1906). In zijn huwelijksjaar werd Andries door Polak & Schwarz aangesteld als vertegenwoordiger voor het noordelijk buitengebied, reden om in augustus 1930 van Rotterdam naar Groningen te verhuizen. Het echtpaar staat op de grote groepsfoto die rond 1939 ter gelegenheid van Samuel Davids’ jubileum voor het bedrijf in Zaandam werd gemaakt.

Gezin

Het echtpaar Davids kreeg in Groningen drie kinderen: Geertruida (‘Trudi’) (Groningen, 17-9-1931), Lea (Groningen, 29-4-1934) en Samuel (‘Sam’) (Groningen, 14-12-1936). Het gezin woonde aanvankelijk aan de Westerhavenstraat 2a en begin 1941 aan de Parklaan 27. Op last van de bezetter moesten ze in augustus 1942 naar het Taco Mesdagplein 10 verhuizen.

Werkkamp

Andries Davids moest in de oorlog naar een werkkamp in Overijssel, Het Wijde Gat. Dat zal in de herfst van 1942 zijn geweest. Zijn collega Corrie Lammes ontving in oktober van hem een eerste brief. Andries schreef haar dat de geselecteerde Groningse joodse mannen verdeeld waren over vijf kampen in Drente en Overijssel. In Staphorst bevonden zich tachtig joden. Andries was ontroerd door het feit dat de bevolking hen bij het vertrek uitzwaaide, ‘zelfs hooge politieambtenaren’.2 Op zijn kamer waren de pianoleraar van een van de kinderen, Sal Dwinger, en een bekende van de fabrieksdirectie van Polak & Schwarz, Leo Frank. Wellicht was dit Leonard Johan Gerard Frank (Arnhem, 9-9-1908/Bussum, 9-8-1979), over wie zijn kleindochter zegt dat hij in de oorlog werd geholpen door de verzetsman Bart Rijpstra uit Zaandijk. Hij zou ook diens identiteit hebben ‘geleend’ en zijn zoon naar Rijpstra hebben vernoemd.

Westerbork

Na enige tijd werd Andries naar Dedemsvaart en op 3-10-1942 naar Westerbork gestuurd. Dezelfde dag of een dag later werden ook zijn vrouw en de kinderen daarheen gedeporteerd. Corrie Lammes bezocht Andries in Dedemsvaart en het gezin in Westerbork. Ze stuurde hen tevens levensmiddelen. Ook kreeg ze het van directeur Schwarz* gedaan dat Andries een vorm van salaris behield. Dat mocht in die tijd hoogstens 250 gulden per maand zijn. Dat geld kreeg zij in bewaring. Andries vroeg haar om er ook boodschappen van te doen. Ze herinnert zich een stofzuiger, jurken en spelletjes voor de kinderen te hebben gekocht. Corrie kreeg foto’s van de kinderen en de ouders. Naast die van Trudi waren dat professionele portretopnames van alle kinderen en de ouders uit maart en april 1944. De meeste kampbewoners waren toen al gedeporteerd.

Lees meer

Emigratiebureau

In Westerbork werkte Andries Davids bij het emigratiebureau van de Joodse Raad. Dit controleerde onder andere afstammingsbewijzen ten behoeve van emigratie.3 Hij fungeerde er volgens het aanvullende jaarverslag van Polak & Schwarz als inkoper.4 Daardoor had hij bewegingsvrijheid. ‘Einkäufer’ Davids handelde relatief veel zaken af met Zaanse bedrijven, zoals Bruynzeel, Jan Dekker, T. Duyvis en Hille.

‘Aan de zaak’

Hij plaatste ook meerdere keren bestellingen bij zijn oude werkgever Polak & Schwarz, onder meer geneesmiddelen voor de kampbevolking.  Andries ‘kwam regelmatig aan de zaak. Tevens kon hij berichten meenemen van andere in Westerbork aanwezige Joden’, aldus het naoorlogse verslag van Polak & Schwarz.  Hij kwam ook wel in Wormerveer, bij Abraham Pais*, handelaar in scheepsbenodigdheden en lange tijd vrijgesteld van ‘evacuatie’.

Huwelijksgetuige

Andries was toeziend voogd van Bernardus Goslinski (Groningen, 8-3-1922). Deze was sinds 30 april 1942 leerling-verpleegkundige in het krankzinnigengesticht het Apeldoornsche Bos, evenals zijn verloofde, Roosje Manassen (Elst, 24-3-1922). Velen zochten tijdens de oorlog toevlucht tot dergelijke instellingen waar het niet-joodse personeel ontslagen was. De inrichting werd op 21 en 22 januari 1943 leeggehaald. In Westerbork besloten Bernard en Roosje te trouwen. Andries was, samen met de Groningse uitgever en voogd Lion Poons, getuige5 bij hun huwelijk op vrijdag 5 februari 1943. De jong getrouwden werden kort daarop gedeporteerd en in Auschwitz om het leven gebracht.

Deportatie

Vanwege Andries’ werk kon deportatie van het gezin Davids naar het Oosten worden uitgesteld. Op 4 september 1944 moest het gezin alsnog weg. Ze worden die dag naar Theresienstadt gedeporteerd. Andries wordt op 29-9-1944 verder vervoerd naar het aan Auschwitz verbonden werkkamp Kommando Golleschau. Daar werd hij volgens het bedrijfsverslag gezien door zijn zuster. Dat moet Sara* zijn geweest. Zijn vrouw en kinderen werden op 7 oktober vergast in Auschwitz. Andries’ overlijdensdatum, ergens tussen januari en mei 1945, stamt uit de periode dat Auschwitz ontruimd werd vanwege de komst van het Russische leger.

Voetnoten

1 Plaquette Polak & Schwarz; NIOD, Aanvullend verslag Polak & Schwarz; Mededelingen van Gerard Duijf uit Koog aan de Zaan, Cor Flipse en Corrie Lammes uit Uitgeest (2003) en Mareline Frank (22-7-2013);Gezinskaarten Amsterdam; www.ogs.nl; www.joodsmonument.nl; Zie jubileumfoto bij Polak & Schwarz*; www.stolpersteineschilderswijkgroningen.nl

2 Brief uit collectie van Corrie Lammes

3 www.jhm.nl, documenten nr. 0000429 (telegram aan het emigratiebureau, 1943)

4 Aanvullend verslag (p. 4-5)

5 www.joodsmonument.nl (Andries Davids)