Degen (Rita)

Laatste wijziging: okt 17, 2016 @ 10:09

Rita Degen (Amsterdam, 25-12-1936)1

Toen de vader van Rita Degen door zijn werk bij de Joodsche Raad getuige was van een van de eerste jodentransporten in Nederland besloot hij om zijn dochter te laten onderduiken. Ze kwam onder meer korte tijd in Zaandam terecht.

Onderduik

Niet alleen Rita, maar kort daarna ook haar ouders vonden een schuilplek. Na hun vertrek werd de woning in de Amsterdamse Jekerstraat ‘gepulst’, in opdracht van de Duitsers leeggehaald door het verhuisbedrijf Puls. Een deel van de bezittingen was kort tevoren veilig gesteld door buren van de familie Degen. Ze zouden na de oorlog foto’s, een bestekcassette, een beeldje en een klok terugkrijgen.

Amsterdam

Rita’s eerste onderduikplek –ze was vijf – was in haar eigen woonplaats, bij de gemengd gehuwde joodse werkgever van haar vader, Walter Lorjé. Ze moest zich voordoen als ‘Rietje Houtman’, om zo haar joodse komaf te verbloemen. Toen er desondanks gevaar ontstond dat ze zou worden verraden – een onbetrouwbaar familielid van de Lorjé’s herkende Rita –, moest ze onmiddellijk weg. Ze werd weggebracht naar het gereformeerde echtpaar Kees en Marie Fonds in Hengelo.

Hengelo

Rita kreeg een nieuw pseudoniem: Rita Fonds. Af en toe kon ze een brief naar haar ouders sturen, maar daadwerkelijk contact was er niet. Begin 1944 werd het gezin geëvacueerd naar Amsterdam. Daar kwamen ze terecht op het Kwakersplein. Het was net op tijd, een week later viel er een brandbom op de woning in Hengelo. In Amsterdam kon Rita voor het eerst naar school.

Zaandam

In het najaar van 1944 verbleef het gezin Fonds met Rita enkele weken bij familie ‘op een boerderij in de buurt van Zaandam. We liepen er vanuit Amsterdam naartoe’, aldus Rita Degen. ‘Op die boerderij hadden ze zelfs echte boter.’ Onbekend is op welk Zaans adres ze verbleven.

Bevrijding

Na de bevrijding werd Rita herenigd met haar ouders. Ze wilde aanvankelijk niet mee en begroette haar ouders met: “Dag mevrouw, dag meneer”, waarna ze zich omdraaide en verder ging met spelen. De familie Degen kon niet terug naar het oude huis aan de Jekerstraat. Ze brachten er nog één keer een bezoek en zagen er een van hun eigen schilderijen boven de haard hangen. De nieuwe bewoners weigerden om het mee te geven.
Rita’s grootouders en zeven ooms en tantes overleefden de Jodenvervolging niet.

Voetnoten

Prins, M. en Steenhuis, P.H. Ondergedoken als Anne Frank. Verhalen van joodse kinderen in de Tweede Wereldoorlog