Druk (Isaac)

Laatste wijziging: 25 april 2016

Echtpaar Isaac Druk (Amsterdam, 16-12-1882 – Auschwitz, 28-1-1944) en Mietje Antje Druk-van Menk (Harderwijk, 29-2-1884 – Auschwitz, 28-1-1944), alsmede Roosje (‘Roos’) Mechanicus-Druk (Amsterdam, 17-5-1879) en Maria (‘Marie’) Hendrina du Mosch (Amsterdam, 31-10-1878)1

Het echtpaar Druk kwam in de zomer van 1943 terecht bij de familie Bakker in Krommenie. Voordien woonden ze op de Linnaeusparkweg 23 I in Amsterdam. De Bakkers vormden een groot gezin, met vier kinderen. Vader Piet Bakker (12-10-1894) was al geruime tijd werkloos als gevolg van maagklachten. De familie woonde op de Wilhelminastraat 26 en bood tijdens de oorlog meerdere joden onderdak. In 1942 korte tijd aan mevrouw Barach*. Na het echtpaar Druk trok ook Roos, de zus van kantoorbediende Isaac Druk, bij hen in. Zij nam haar vriendin Marie du Mosch mee.

Linnaeusparkweg
Ook Roos woonde voordien (samen met haar al in maart 1943 in Westerbork overleden moeder en haar in datzelfde jaar in Auschwitz vermoorde broer Salomon) op de Linnaeusparkweg, op nummer 14 I. Met Roos kwam tevens Marie du Mosch mee, een vriendin. Marie, de weduwe van de al in 1927 overleden Leonardus Cohen, woonde aan de Lindenlaan 74 in Halfweg.

Bewegingsvrijheid
In het boekje ‘Goed volk’ vertelt Henny Bakker (Krommenie, 21-12-1928) iets over de situatie in haar ouderlijk huis, waar op een gegeven moment vijf onderduikers verbleven. “Vaak zaten we met z’n allen aan tafel en waren dan met z’n tienen (vijf onderduikers, mijn vader, moeder, mijn zus, mijn jongste broer en ik). Mijn oudste broer was er niet. Die zat toen in Duitsland. Die onderduikers hadden natuurlijk niet veel bewegingsvrijheid. Ze mochten alleen maar op hun kamer blijven en soms naar de achterkamer. Zeker niet naar de voorkamer. De achterkamer was geen probleem, omdat de poort altijd op slot zat, dat kon geen kwaad. Ja, wat die onderduikers de hele dag deden weet ik eigenlijk niet. Ik zag dat de dames meestal aan het handwerken waren en dat ome Dirk [Isaac Druk] de bijbel overschreef. Niemand wist van die onderduikers. Buitenshuis spraken wij er nooit over, want je wist dondersgoed dat dat gevaarlijk was. Zelfs mijn opa wist het niet.”

Sicherheitsdienst
Omdat een van de dames, tegen de wens van Piet Bakker in, een correspondentie begon met een kennis in Amsterdam, werd de onderduikplek verraden. In een dagrapport van de Amsterdamse politie d.d. 17 januari 1944 werd verslag gedaan van de arrestatie van de onderduikers: “Rechercheurs van de S.D. te Amsterdam verschenen om joden te arresteren. Na anderhalf uur komen zij terug met P. Bakker, Wilhelminastraat 26, die voor f 25,- per persoon per week sinds Juni 1943 vijf joden had verborgen. Zij werden onder leiding van Zwart, Hovenier en Koene naar Amsterdam gebracht en ter beschikking gesteld van de S.D.-afdeling Joodsche Zaken.”

Arrestatie

Op 17 januari werden dus de familieleden Druk en Marie du Mosch gearresteerd, alsmede gastheer Piet Bakker. De ook bij de familie Bakker ondergedoken, 80-jarige Jansje Fieijra-de Gorter* werd de volgende dag opgehaald. De Duitsers dreigden de vrouw van Piet Bakker te arresteren als de oude dame daar niet meer zou zijn. Piet Bakker werd op 2 september 1944 vrijgelaten, na zes weken cel in de Amsterdamse Euterpestraat en zes maanden in kamp Vught. Hij was toen ernstig ziek. Hij overleed in 1956. De vijf onderduikers overleefden hun arrestatie niet. Ze werden op 28 januari 1944 om het leven gebracht in Auschwitz, elf dagen na te zijn opgepakt.

Voetnoten

1 Historisch Genootschap Crommenie (september 2006), www.joodsmonument.nl; Informatie van Henk Krigee uit Zaandam (31-1-2010), Stadsarchief Amsterdam, toegangsnummer 1479, inventarisnummer 804; Zwager-Bakker, H. Goed volk