Drukker (Hartog/Hakkie)

Laatste wijziging: 25 april 2016

Gezin Hartog (‘Hakkie’) Drukker (Zaandam, 21-6-1875 – Sobibor, 26-3-1943)1 en Clara Drukker-Cohen (Hoorn, 31-8-1880 – Sobibor, 26-3-1943) met Izaak (‘Iesie’) (Zaandam, 5-6-1906 – Auschwitz, 30-9-1942) en Engelina(Zaandam, 30-11-1910)

Hartog was een van de drie kinderen van Izaäk Drukker en Maartje Schoen. De familie Drukker woonde vanaf 1915 op de Vinkenstraat 53 en in 1942 op nummer 92. Zoon Izaak, vernoemd naar zijn grootvader, verhuisde tussentijds naar Rustenburg 55. Het was een arbeidersgezin, klein van stuk.2 Hartog stond in de oorlog genoteerd als koopman, Izaak als los werkman en rijwielhersteller. Beiden waren lid van de SDAP. Dochter Engelien trouwde met de niet-joodse Willem Bartels* uit Apeldoorn.

Voor de oorlog

Hakkie verkocht olie voor petroleumstelletjes en dergelijke, maar ventte ook met ijs.3 Ten tijde van de verdrijving uit Zaandam was hij 66 jaar oud en zonder beroep. Hakkie Drukker was volgens Nathan Bosboom* ‘de meest populaire jood van de hele Zaanstreek met Iesie Drukker, z’n zoon. Die zat op toneel, speelde op z’n viooltje’.Saul Smit* omschreef Iesie Drukker als ‘Joodse voetballer, een heel klein kereltje. (…) Hij voetbalde in ZFC’. En hij voegde daar aan toe: “Ik heb niet het idee, kan me vergissen, dat ook maar iemand bij ZFC een vinger heeft uitgestoken om Iesie Drukker te redden.”5

ZFC was in de crisisjaren een wereldploeg, die in 1931 achter Ajax op de 2de plaats van de 1ste klasse eindigde (zie ook bij Bob Prijs*). Ies Drukker speelde in het tweede elftal van ZFC. Hij praatte veel en maakte vaak grappen. Hij was lid van het revuegezelschap van ZFC, waarvan een mooie foto getuigt (zie illustratie). De kinderen uit de buurt kwamen op hem af.6

Deportatie

De laatst bekende informatie over Hartog Drukkers verblijf in Zaandam betreft zijn vergunningaanvraag om tijdens de najaarskermis van 1941 een rijwielstalling te exploiteren op de demp achter de Czarinastraat. Het inmiddels genazificeerde college van B&W verstrekte hem de vergunning. Zoon Izaak hoorde tot de eersten die na de gedwongen verhuizing naar Amsterdam naar Westerbork werden gestuurd. Hij had blijkbaar geen Sperre of andere bescherming kunnen bemachtigen, of dacht dat het wel mee zou vallen met de ‘arbeidsinzet’. Op 15 juli ging het eerste transport vanuit Nederland naar Auschwitz. Het werd voorafgegaan door een mensenjacht. Er volgden meer razzia’s en vanaf begin september het ‘halen’ thuis, waar men verplicht was vanaf 20.00 uur te zijn. Izaak (36) kwam op 30 september 1942 in Auschwitz om het leven. Op die herfstdag werden twaalf uit de Zaanstreek afkomstige joden omgebracht.

Hartog Drukker (67) en Clara Drukker-Cohen (62) gingen een half jaar na hun zoon op transport, zij het naar een andere bestemming. Zij werden op 26 maart 1943 in Sobibor om het leven gebracht.

Verwanten

Dochter Engelina Bartels en haar gezin overleefden de Tweede Wereldoorlog. Hartogs zuster Judith zou op 4 juni 1943 met haar man in Sobibor worden vergast. Zijn jongere zus Duifje was al in oktober 1942 vermoord in Auschwitz.