Duis-Clarenburg (Samuel)

Laatste wijziging: 25 april 2016

Gezin Samuël Duis (Amsterdam, 27-8-1885 – Sobibor, 21-5-1943) en Sophia Duis-Clarenburg (Amsterdam, 3-1-1893 – Sobibor, 28-5-1943) met Martin (Zaandijk, 2-12-1923)1

Het gezin Duis woonde in de Karl Marxstraat 39, een midden in het dorp gelegen ‘rode’ straat in een nieuw gebouwde arbeidersbuurt. Er waren zeven kinderen, allen uit het eerste huwelijk van Samuël met Judith Duis (Amsterdam, 6-8-1885). Het eerste kind werd in Amsterdam, het tweede in Alkmaar en het derde (in 1909) in Zaandijk geboren. Overigens stond alleen van Samuël en Judith de godsdienst op de gezinskaart. Ze waren Nederlands-Israëlitisch. Judith overleed op 30 oktober 1933. In december 1933 kwam Elis Ermshaus (Amsterdam, 29-8-1886) als huishoudster in de woning. Zij overleed op 28 maart 1937. Samuël sloot op 20 mei 1937 een tweede huwelijk, met de joodse Sophia Clarenburg.

Familiebedrijf

Aanvankelijk stond Samuël genoteerd als ‘los werkman’. Op de laatste dag van 1930 werd dit veranderd in ‘expediteur’. Diezelfde dag kreeg zoon Barend het beroep ‘inpakker’. Het wees op de start van een familiebedrijf. Op de burgemeesterslijst van maart 1942 werd Samuël ‘Spediteur Frachtgüter’ (vrachtvervoerder) genoemd. Dit beroep stond ook vermeld in het Adresboek voor de Zaanstreek uit 1941.

Oudste kinderen

Het oudste kind was Jacob Samuël*, in 1903 geboren in Amsterdam. Hij sloot een gemengd huwelijk. Het tweede kind heette Debora (Alkmaar, 5-4-1906). Volgens de gezinskaart was zij dienstbode. In februari 1926 werd ze uitgeschreven, bestemming Hilversum. De eerste die in Zaandijk ter wereld kwam was Herman* (16-2-1909). Hij werd fabrieksarbeider. In december 1928 kreeg hij een eigen kaart, als gehuwde. Net als Jacob trouwde hij een niet-joodse vrouw. Hij zou later naar Wormer gaan, waar hij met zijn vrouw een manufacturenwinkel dreef. Zoon Barend (Zaandijk, 17-6-1911) was aanvankelijk boekbinder, maar werd eind 1930 vermeld als ‘inpakker’, vermoedelijk in verband met de start van het expeditiebedrijf Duis. In augustus 1933 werd hij uitgeschreven, bestemming Amsterdam.

Drie jongeren

Dochter Frederika (Zaandijk, 8-4-1917) ging in januari 1934, toen haar moeder net was overleden, naar dezelfde stad. Tussen augustus 1934 en november 1935 woonde ze weer thuis. Het zesde kind heette Willem* (Zaandijk, 8-8-1918). Hij was expeditieknecht en werkte bij zijn vader als chauffeur. Eind dertiger, begin veertiger jaren trouwde hij de joodse Millie IJzerman uit Amsterdam. Ze gingen in Zaandijk wonen. Het jongste kind was Martin (Zaandijk, 2-12-1923).2 Hij stond als enige met zijn vader en tweede moeder op de lijst van maart 1942, met als beroep ‘spediteursknecht’. Na Barend en Willem werkte nu dus Martin bij zijn vader. Op de evacuatielijst werd dit beroep weggelaten en ingevuld dat Martin ‘ohne’ werk was.

Lees meer

Oorlog

Samuël Duis (56), zijn tweede vrouw Sophia (49) en Martin (18) moesten op of rond 22 april 1942 alles in Zaandijk achterlaten en naar Amsterdam vertrekken. Hetzelfde gold voor zoon Wim en Millie Duis-IJzerman. Op 6-11-1942 publiceerde het Dagblad voor Noord-Holland dat Samuëls ‘transportbedrijf in den ruimsten zin’ in andere handen was overgegaan. Het Omnia Treuhandgesellschaft had de onderneming in beslag genomen. Samuël stuurde op dinsdag 5 mei 1943 uit Amsterdam een briefkaart naar Herman in Wormer. Het was een afscheidskaart voor zijn kinderen in de Zaanstreek: “Waarde Familie/ bij deze deel ik mede dat/ we gehaald zijn./ Dus we zullen zien wat er/ van komt. Kijk boven op vliering/ en in dat zwarte kastje op de (…) daar liggen levensmiddelen in.” Afzender: “S. Duis.”3 Het woord ‘halen’ werd gebruikt voor van huis ophalen en naar de Hollandsche Schouwburg brengen voor deportatie naar Westerbork en verder. De familie zal hebben geweten wat met de boodschap werd bedoeld. ‘Levensmiddelen’ kan een code zijn. Of Martin toen nog bij zijn ouders was is niet bekend.

J.D. Vis

In de naoorlogse aantekeningen van de Zaanse oud-verzetsman J.D. Vis zijn enkele zinnen gewijd aan de bezittingen van Samuël Duis: “Arend Luik, Hazepad 13 Zaandijk (…) heeft geholpen inboedel van Duis te bergen en later weer teruggebracht naar Karl Marxstraat. Daarna moest Duis naar A’dam bij buren inboedel ondergebracht. (…) Duis moest weg en Luik heeft hem geholpen.”

Deportatie

Samuël ging met het transport van 18 mei 1943 naar Sobibor. Hij werd op 21 mei door vergassing om het leven gebracht. Zijn vrouw Sophia Duis-Clarenburg (50) werd een week na hem in hetzelfde kamp vergast, op 28 mei 1943. Samuël en Sophia Duis waren de enige joden uit Zaandijk die in de kampen werden vermoord. Martin en de andere kinderen ontkwamen aan dat noodlot, op Barend en zijn gezin na. Barend Duis kwam op 20 april 1945 in Buchenwald om het leven. Zijn vrouw en de kinderen werden op 12 februari 1943 in Auschwitz vermoord.

Voetnoten

1 Burgemeesterslijst plaats 9-11; Politielijst nr. 4; Gezinskaart; Mededelingen van C. Boschman en J. Boschman-Duis (september 2000); www.joodsmonument.nl; Dagblad voor Noord-Holland (6-11-1942); GAZ-archief J.D. Vis; Informatie van Henk Krigee uit Zaandam (11-11-2014)

2 Hij wordt op de politielijst ‘Martis’ genoemd

3 De kopie van de briefkaart werd ter beschikking gesteld door C. Boschman en J. Boschman-Duis (september 2000)