Emden (Bloeme)

Laatste wijziging: 25 april 2016

Bloeme Emden (Amsterdam, 26-7-1926 – Herzliya, Israël, 18-7-2016)1

De jonge Bloeme Emden moest zestien keer verhuizen naar een nieuw onderduikadres en belandde daarbij onder meer in Zaandam. Op haar laatste schuilplaats werd ze aangehouden. Ze overleefde twee concentratiekampen.

Sobibor
Het gezin Emden woonde in de Amsterdamse Lutmastraat 194 II. Bloeme was een dochter van diamantbewerker Emanuel Emden (Amsterdam, 28-12-1889) en Roza Emden-de Vries (Amsterdam, 16-6-1902). Ze had één zusje, Via Roosje (29-5-1932). Deze zouden alle drie op 9 juli 1943 in Sobibor om het leven worden gebracht.

Sipke Lootsma
Bloeme Emden was bij het uitbreken van de oorlog een leerling van de 3-jarige hbs in de Amsterdamse P.L. Takstraat. “Op 15 mei was de capitulatie, ónvoorwaardelijke overgave -welk een vernedering- een feit. Ik weet ook niet meer of we les hadden en of we de volgende oorlogsdagen nog naar school gingen. Wel herinner ik me dat toen we, na de capitulatie, weer op school kwamen, ons bericht werd dat de geschiedenisdocent Lootsma zich, met zijn vrouw, van het leven beroofd had. Ik zie hem nog voor me, een bedaagde, grijze, lange, tanige man, die inspirerend les wist te geven. Hij was een felle bestrijder geweest van het nazidom, in woord en geschrift, en wilde het ergste voor zijn.” Zaandammer Sipke Lootsma gaf ook les op het Gemeentelijk Lyceum in zijn woonplaats. In tegenstelling tot wat Bloeme Emden zich herinnert, pleegde Lootsma’s vrouw overigens geen zelfmoord.

Eindexamen
In 1941 deed Bloeme eindexamen op de hbs, waarna ze naar de 5-jarige hbs-a kon. Haar vader slaagde er een jaar later in een Sperr voor haar te regelen. “Hoewel mijn vader jarenlang werkloos was geweest en nu in een heel andere branche werkte, was hij uit solidariteit met de arbeiders uit zijn beroep altijd lid gebleven van de ANDB, de Algemene Nederlandse Diamantbewerkers Bond. Hij kreeg ook een Sperr en daarmee waren mijn moeder en Via ook gesperrt; vanaf 16 jaar kon je individueel en dus niet in gezinsverband vermoord worden.”

‘Joden-hbs’
“Na de vakantie zomer 1942 ging ik weer naar school. De onderwijsinstelling was inmiddels verhuisd naar een gebouw in de Stadstimmertuinen, recht tegenover de echte joodse hbs. Spottend noemde men onze school de Joden-hbs.” Het aantal leerlingen nam als gevolg van razzia’s in hoog tempo af. “Mijn vader had willen onderduiken, mijn moeder durfde niet, ‘want als je gepakt werd ging je als strafgeval’. Wat een tragische misvatting. Hun en mijn Sperr bleven nog relatief lang geldig.”

Lees meer

Speech
Half mei 1943 deed Bloeme examen, als enig overgebleven leerling. “Aan het einde van de maandagochtendzitting stond Freddie van Moppes, mijn vriendje en halve verloofde van toen, bij de schooldeur op me te wachten: ‘ze’ waren thuis geweest om me te halen, want mijn Sperr was ‘geplatzt’. Ik moest ’s avonds om 8 uur thuis zijn, dan kwamen ze terug, en was ik niet aanwezig, dan werden mijn ouders en zusje meegenomen.” Nog diezelfde middag deed ze, op eigen verzoek, alle acht resterende examens achter elkaar. “Ik werd naar binnen geroepen en kreeg mijn diploma uitgereikt met een diep-tragische speech. Moederziel alleen. Ik huilde -en anderen met mij in die directeurskamer- en vroeg me af of dit diploma ooit enige zin zou hebben. Ik was 16 jaar oud, bijna 17.”

Hollandsche Schouwburg
Bloeme werd via het politiebureau aan de Pieter Aertszstraat naar de Hollandsche Schouwburg gebracht. Met behulp van een kennis wist ze te ontsnappen en onderdak te krijgen bij haar tante Truus en oom Floor, die in de Orteliusstraat 339 woonden. Ze kreeg een vals persoonsbewijs en een nieuwe naam: Nancy Winifred Altmann, geboren in Indië. Bloeme kreeg tijdens haar onderduiktijd veel hulp van Tine Kramer (Oterleek, 1919) en haar man Herman Jan Waage (Zaandam, 1916), bij wie ze ook langdurig onderdook. Tine was van 1939 tot 1941 verpleegster in opleiding in het Zaandamse Gemeenteziekenhuis, maar kreeg daar te horen dat ze vanwege haar anti-Duitse houding niet te handhaven was. Daarop vluchtte ze met Herman naar Amsterdam.

Zaandam
Bloeme Emden reisde van schuilplaats naar schuilplaats. “Van al die adressen zijn me slechts enkele bijgebleven. Een adres in Zaandam waar ik weinig welkom was en waar ik een grote afwas moest doen met bijna koud water, waarover ik volgens mijn gastvrouw te lang deed.” Op een van die adressen, bij Aad Zegers en diens zuster Mary ten Have-Zeegers in Rotterdam, werd Bloeme gearresteerd.

Auschwitz
Ze belandde in Westerbork en vervolgens, op 5 september 1944, in Auschwitz en daarna in het Opper-Silezische industriestadje Liebau. Daar maakte ze de bevrijding mee. Pas op 30 juni 1945 wist ze, via allerlei omwegen en sterk vermagerd, in Amsterdam terug te komen. Ze trouwde in 1950 met Hans Evers, met wie ze zes kinderen kreeg. De bekendste van hen is rabbijn Ralph Evers.

Voetnoten

1 www.communityjoodsmonument.nl; www.joodsmonument.nl; Schaap, E. Vrijgevochten. Zaans verzet in nationaal perspectief; De Groene Amsterdammer (15-12-2010)