Geisenheimer (Eugen)

Laatste wijziging: 25 april 2016

Gezin Eugen Geisenheimer (Keulen, 13-4-1913 – Freiberg, 8-4-1945)1, echtgenote Elfriede Salomon (Landsberg, 9-8-1917) en moeder Ida (Geisenheimer-)Stamm (Lütgen-Dortmund, 2-4-1888), gescheiden van Ernst Israel Geisenheimer.

De Duitse vluchteling Eugen staat als ‘koopman’ op de basislijst. De van Ernst Israel Geisenheimer gescheiden Ida Stamm was eind 1938 met haar twee zoons Eugen en Artur* (Keulen, 21-8-1916) vanuit Keulen naar Zaandam gevlucht. De rijkspogrom Kristallnacht vond plaats op 9 november van dat jaar. Op 1 december 1938 werd aan de Westzijde 108a sieradenbedrijf Gebr. Geisenheimer opgericht. Het was de bijouteriezaak van Eugen en zijn jongere broer. Ida Stamm en Eugen woonden daar ook.

Oorlog

Eugens naam staat op de bedrijvenlijst van januari 1942, met de opmerking ‘bovenhuis’. Hij trouwde in november 1941 met Elfriede Salomon, afkomstig uit de stad Landsberg. Over zijn vrouw handelt een notitie op de mutatiekaarten van de politie. Daarop wordt gevraagd of ‘mej. E.S. Salomon en de heer E. Geisenheimer’ reeds in Duitsland getrouwd waren. Op de basislijst van 1942, waaraan Eugen (nr. 94) en zijn broer (nr. 93) op het laatste moment zijn toegevoegd, staan twee personen achter zijn naam. Vermoedelijk is daarmee zijn vrouw bedoeld. Haar naam komt voor op de aankomstlijst van kamp Westerbork (23 januari 1942), maar niet op de inschrijvingslijst van de gemeente Westerbork van een aantal dagen later. Meer is over haar niet bekend.

Overlijden Ida

Eugen Geisenheimer had nummer 43 op de lijst van 63 Zaans-Duitse vluchtelingen die op 3 februari 1942 in Westerbork werden ingeschreven. Zijn moeder werd na haar verblijf in het ziekenhuis alsnog naar Westerbork gestuurd, vermoedelijk in slechte gezondheid. Ida Stamm (54) stierf er een jaar later, op 31 maart 1943 om 20.40 uur. Volgens het Rode Kruis-archief maakte zij een einde aan haar leven. Zij was de eerste van de drie joodse Zaankanters die in Westerbork stierven. De aangifte van ‘Ida Sara’2 Stamms overlijden werd op 2 april -haar verjaardag- door ‘Artur Israel’ verricht op het gemeentehuis van Westerbork. Hij werd begeleid door de hoofdboekhouder van het kamp, Willem Kloot. Die deed aangifte van het overlijden van een andere bewoner.3

Lees meer

Deportatie

Het duurde tot in 1944 voor Eugen Geisenheimer op transport werd gesteld. Hij overleefde zijn moeder en broer. Hij zat misschien in de naar verhouding comfortabele trein, die volgens de beschrijving van Philip Mechanicus op dinsdag 18 januari 1944 vanuit Westerbork naar Theresienstadt vertrok: “Een trein van derde klasse-wagens met bagagewagens voor de zieken, beestenwagens voor het proviand. De reizigers konden van tevoren hun plaatsen bespreken, in het bizonder de alte Kamp-Insassen. (…) [Hitler] roeit de joden uit, in klassen.”4 Zoals deze trein gingen er nog enkele in de loop van 1944. De relatief gelukkigen, onder wie zeker 33 Duitstalige vluchtelingen uit Zaandam en verschillenden uit Oostzaan, verloren in Theresienstadt hun voorrechten.

Freiberg

Vermoedelijk ging Eugen Geisenheimer in de laatste maanden van 1944 vanuit Auschwitz naar Flossenburg, een kamp ten oosten van Neurenberg. Net als Lilo Jäger-Ardel* en Regina Lewkowicz* en haar moeder kwam hij in Freiberg terecht, een onder Dresden gelegen Saksisch buitencommando van Flossenburg. Er werd gewerkt voor de vliegtuigfabriek van Messerschmitt. Eugen (31) stierf daar op 8 april 1945. Het was kort voor de evacuatie van het kamp en enkele weken voor de bevrijding. De drie andere Zaanse vluchtelingen overleefden de ontberingen wel.