Glijnis-Wertheim (Bertha)

Laatste wijziging: 25 april 2016

Echtpaar Bertha Glijnis-Wertheim (Amsterdam, 5-2-1911)1

Bertha trouwde op 8 juli 1936 met timmerman Cornelis Glijnis (Krommenie, 12-2-1907). Het is niet bekend of er kinderen waren. Het echtpaar woonde aanvankelijk bij Cornelis’ vader Teunis Glijnis op de Militaireweg 144 en betrok later een eigen woning op het Weiver 40.

Familie

Bertha was het vierde van negen kinderen. Haar ouders waren venter Benedictus Wertheim (Amsterdam, 1880) en Clara Wertheijm (Amsterdam, 1879). Bertha’s ouders hadden in Amsterdam op de Rapenburgerstraat en aan het Waterlooplein gewoond. Toen ze geboren werd, woonde het gezin op de Jodenhouttuin 42. Het zou daar tot 1932 blijven, toen men naar de Tugelaweg 92 verhuisde. Vanuit deze kleine, overvolle woning vertrok Bertha op 8 juli 1936 naar Krommenie.

Voljoods

Ze vulde in het voorjaar van 1941 het aanmeldingsformulier in dat uitmaakte wie volgens de nazi-definitie voljoods, halfjoods of kwartjoods was. Bertha was voljoods en kreeg later dat jaar tweemaal een J op haar persoonsbewijs. Haar naam staat als voljoodse vrouw, gehuwd met een ongenoemde ‘arische’ man, op de burgemeesterslijst. Bertha Glijnis-Wertheim kwam in principe niet in aanmerking voor ‘evacuatie’ en deportatie. Als voljoodse moest zij wel de jodenster dragen en leefden zij en haar man onder allerlei beperkingen en bedreigingen.

Verwanten

Bertha’s moeder was op 17 maart 1934 overleden. Haar vader woonde met zijn zoon Juda (1914) in de Nieuwe Amstelstraat 33 III. Hij stierf op 28 september 1942 in Auschwitz. Juda overleed twee dagen later op dezelfde plaats. Bertha’s oudste zuster Heintje Roeg-Wertheim (1906) werd met haar drie jonge kinderen op 21 mei 1943 vergast in Sobibor. Haar echtgenoot Hartog Roeg was al op 5 september 1942 in Mauthausen omgekomen. Bertha’s zuster Kaatje van der Bijl-Wertheim (1908) werd op 12 februari 1943 in Auschwitz met haar vijf jonge kinderen vermoord. Haar man Jacob stierf er op 27 juli van dat jaar. Bertha’s jongere broer Levie (1912) overleed op 30 april 1943 in Auschwitz. Haar zuster Roza was verpleegkundige of patiënt in het Centraal Israëlitisch Krankzinnigengesticht Het Apeldoornse Bosch toen dat werd ontruimd en stierf op 25 januari 1943 in Auschwitz. De namen van haar oudste broer, Machiel (1905), en van haar zuster Sara (1920) komen niet voor op de Holocaustsites. Flora (1916) overleed al in 1917.

Voetnoten

1 Gezinskaarten Amsterdam en Krommenie; www.joodsmonument.nl