Hond, de (Jacques)

Laatste wijziging: 26 april 2016

Jacques de Hond (Amsterdam, 8-5-1940)1

De kleine Jacques de Hond zat tijdens de oorlog ondergedoken op het adres Harenmakersstraat 35. Daar woonde het christelijke echtpaar Jacob Nijntjes, een chauffeur (Zaandam, 11-7-1889) en Dirkje Nijntjes-Schuit (Zaandam, 22-5-1893).

Pseudoniem

“Mijn ouders hebben mij als tweejarige afgegeven aan een verzetsman die contact had met mensen die onderduikers opnamen”, vertelde Jacques de Hond in 2016 aan het Nederlands Dagblad. “Als een angstig Joods jongetje kwam ik zo bij de familie Nijntjes in Zaandam terecht, heel bijzondere christelijke mensen die mij door de oorlog hebben geholpen en die ik nog altijd dankbaar ben. Ik noem hen nog mijn onderduikpleegouders. Zij hebben hun leven voor mij in de waagschaal gesteld.” Jacques kreeg tijdens de oorlog het pseudoniem Jantje Nijntjes. Hij trok regelmatig op met de buren van nummer 37, de vele pleegkinderen van de daar wonende familie Vet.

Na de oorlog
Jacques kwam heelhuids door de oorlog. Na de bevrijding kwam zijn vader hem ophalen, het enige familielid dat de jodenvervolging overleefde. Jacques kwam in 1948 naar de Rudelsheimstichting in Hilversum, waar weeskinderen werden opgevangen. In 1962 ging hij, pas getrouwd, in Vlissingen wonen. Na zijn militaire dienst kreeg hij een baan in een stoffenzaak in Vlissingen. Als voorzitter van de Stichting Vrienden Joods Monument Vlissingen nam hij het initiatief voor een gedenkteken voor veertig vermoorde joodse inwoners uit die plaats. Het werd in maart 2016 onthuld.

Voetnoten

1 www.godschalk.de; Informatie van A. Vet (24-8-2012); Adresboek voor de Zaanstreek (1941 en 1946), Gezinskaart GAZ; Nederlands Dagblad (22-3-2016)