Jäger (Hans)

Laatste wijziging: 26 april 2016

Echtpaar Hans Jäger (Leipzig, 6-4-1911 – Buchenwald, 3-2-1945)1 en Lieselotte (‘Lilo’) Ilse Jäger-Ardel (Leipzig, 19-12-1918)

Hans en Lieselotte kwamen, evenals hun (schoon)ouders Ferdinand Jäger* en Malie Jäger-Kalmann*, voor de oorlog naar Zaandam. Hans in december 1938, Lieselotte in april 1939. Hans richtte met een broer van zijn moeder, Julius Kalmann, de schoudervullingenfabriek Bara op. Julius (Leipzig, 20-12-1899) woonde met zijn vrouw Dora Gänger en hun kinderen Friedel en Joachim in Amsterdam. Al na enige maanden trad Hans uit. Op 1 maart 1938 richtte hij met zijn vader en de nog in Duitsland verblijvende zwager Günther Heidemann, man van Lucia Jäger, de schoudervullingenfabriek Jäger en Heidemann op. Het bedrijf werd gevestigd in de Vinkenstraat 1a. In april 1940 ging de zaak naar de Anjelierstraat 46 in Amsterdam.

Oorlog

Hans’ vader werd op 29 augustus 1940 gearresteerd en later overgebracht naar een gevangenis in Duitsland. Na zijn vrijlating in het voorjaar van 1942 woonde hij nog enkele maanden in de Amsterdamse Lekstraat. Hans nam tijdens de gevangenschap van zijn vader de leiding van de zaak over. In oktober 1940 was de registratie van het fabriekje als ‘joodse onderneming’. In maart 1941 kwam de ‘arisering’ van het bedrijf. De roof van geld en tegoeden door de Liro-bank was in augustus. Hans ‘Israel’2 Jäger vulde op 28 april 1941 een verklaring van geen-radiobezit in. Eind november 1941 werden alle joodse Rijksduitsers in Nederland state- en bezitloos verklaard.

Westerbork

Hans en Lieselotte werden samen met de moeder van Hans en 61 anderen op 3 februari 1942 in de gemeente Westerbork ingeschreven (nummer 61-63). Vader Jäger kwam na zijn vrijlating uit gevangenschap en zij daaropvolgende verblijf in Amsterdam ook in het kamp terecht. Hans en Lieselotte behoorden evenals de meeste Duitse vluchtelingen bij de alte Kamp-Insassen, de groep oud-inwoners van kamp Westerbork die vaak leidinggevende posities bekleedden. Allen die het in november of december 1943 niet lukte op de ongeveer 1300 personen tellende Stammliste van het kamp te komen, werden vanaf dinsdag 18 januari 1944 naar Theresienstadt gestuurd. Zo ook Hans en Lieselotte Jäger. Velen van hen werden in het najaar naar Auschwitz gedeporteerd.

Buchenwald

Het jonge echtpaar Jäger behoorde tot de twaalf Zaandamse vluchtelingen die na aankomst in Auschwitz voor ‘werk’ werden geselecteerd en na verloop van tijd naar andere kampen werden doorgestuurd. Auschwitz moest immers vanwege de nadering van het Russische leger geëvacueerd worden. De ontruiming leidde tot dodenmarsen naar kampen die honderden kilometers verder lagen. Soms werden de gevangenen voor het gehele of gedeeltelijke traject in treinen gestopt. Hans Jäger (35) stierf op 3 februari 1945 in Buchenwald, een buitenwijk van Weimar.

Lieselotte bevrijd

Lieselotte Jäger kwam in de laatste maanden van 1944 in Freiberg terecht, waar ze voor de vliegtuigfabrikant Messerschmitt werkte (zie Eugen Geisenheimer*). Ze bleef in Freiberg, een buitencommando van Flossenburg. Daar werd zij in mei 1945 bevrijd. Ze kwam via Parijs, waar zij in een repatriëringkamp haar stadgenoten moeder en dochter Lewkowicz* terugzag, naar Zaandam.3 Vervolgens keerde ze terug naar haar geboorteplaats Leipzig.

Verwanten

Ferdinand (61) en Marie Jäger-Kalmann (57) werden op 7 juli 1944 in Auschwitz door vergassing om het leven gebracht. Van Hans’ zakenpartners in de familie overleefde alleen Lucia Heidemann-Jäger.