Jakoby/Jacoby (Heinz)

Laatste wijziging: 26 april 2016

Echtpaar Heinz Jakoby (Jacoby) (Vandsburg, 27-11-1907 – Auschwitz, 21-8-1942)1 en Rückla (‘Rachel’) Jakoby (Jacoby) -Schiffmann (Lopuszka Mala, 29-3-1911 – Auschwitz, 18-7-1942)2

Vandsburg (Pools: Wiecbork) ligt momenteel in het West-Poolse district Poznan. Lopuzska Mala ligt in Zuidoostelijk Polen, bij Rzeszow. Volgens de basislijst was het gezinshoofd Duitser en zijn beroep ‘Brothausierer’, broodventer – zonder winkel, zoals bijvoorbeeld Barend van Thijn had. Op de ongedateerde verklaring van niet-radiobezitters schreef Heinz Jakoby als geboorteland ‘Westpruisen’.

Zaandam

Heinz was als Duits-joodse vluchteling naar Frankrijk uitgeweken en woonde vanaf 1937 in Zaandam. Op 14 november 1938 vroeg hij het in Amsterdam gevestigde Comité voor Joodsche Vluchtelingen om hulp bij het naar Nederland halen van zes familieleden die in Duitsland het slachtoffer waren van de Kristallnacht. Volgens hem was er sprake van ‘zeer dringende gevallen’. Het betrof zijn broer Siegmund (27-4-1898) en diens vrouw Herta (19-8-1901), zijn zuster Eva (27-7-1897) en haar man Leo David, alsmede zijn moeder Hulda (3-5-1881) en vader Gabriël (11-1-1868). Op 14 december herhaalde Heinz Jakoby zijn verzoek aan het Comité voor Joodsche Vluchtelingen, dat tot dan nog niet had gereageerd. Het was tevergeefs. Bekend is dat in ieder geval Siegmund, Herta, Eva en Leo tijdens de oorlog uit Duitsland zijn gedeporteerd en vervolgens zijn omgebracht in verschillende concentratiekampen.

Czaar Peterstraat

Heinz’ eerste adres in Zaandam was de Czaar Peterstraat 86, de woning van Max Löwenstein*. Daar verbleven voor de Tweede Wereldoorlog meer Duitse vluchtelingen. Twee dagen voor de Duitse inval, op 8 mei 1940, trouwde Heinz met Rückla Schiffmann Zij was al in 1930 vanuit Polen naar Nederland gekomen. Vermoedelijk had zij hier familie. Heinz en Rückla hadden een woning in de Hoveniersstraat 26. Ze behoorden daarmee tot de weinige joodse migranten die niet in de buurten rond de Zuiddijk, de Hoogendijk en de Westzijde woonden. Het jonge echtpaar Werner-Cossen* woonde in het voorjaar van 1941 bij hen in.

De dwars op de Hoveniersstraat liggende Herman Heijermansstraat werd in september 1942 door het college van B&W hernoemd. Vernoemingen van joden waren niet langer toegestaan. Tot aan het eind van de oorlog zou hier de Jan Duijsstraat liggen, een eerbetoon aan de voormalige plaatselijke SDAP-wethouder en Kamerlid (die later zou overstappen naar de NSB).

Lees meer

Westerbork

Op 3 februari 1942 werd het echtpaar in het Drentse Westerbork ingeschreven; Rückla onder de naam ‘Schiffman’, zonder tweede ‘n’. Het pasgetrouwde paar bleef maar kort in het vluchtelingenkamp. Het hoorde met vier andere Zaanse vluchtelingen tot de groep van 150 Westerbork-gevangenen die op 15 juli 1942 het eerste transport vanuit Nederland naar Auschwitz moesten ‘volmaken’. Daartoe was een dag eerder een keuring voor de ‘Arbeitseinsatz’ geweest van alle gevangenen tussen 17 en 40 jaar. “Vroeg in de ochtend van de 15de kwamen, deels te voet, een achthonderd personen uit Hooghalen naar het kamp om daar in een uurtje ‘durchgeschleust’ dat wil zeggengeregistreerd te worden; de jammerlijke stoet, mannen, vrouwen en kinderen, verliet het kamp weer meteen om in Hooghalen als dieren in goederenwagens te worden gestouwd.”3 Op 16 juli herhaalde dit proces zich.

Auschwitz

Rückla (31) en Heinz (33) moesten zich bij de ‘durchgeschleusten’ voegen. Rückla werd na aankomst op 18 juli 1942 voor de gaskamer geselecteerd en met 124 anderen als eerste Nederlandse slachtoffers van de Poolse gaskamers om het leven gebracht. Heinz leefde nog tot 21 augustus 1942.

Eerste slachtoffer

Van de joodse bewoners die in de maanden januari-april 1942 uit de Zaanstreek verdreven werden, was de eerste die werd omgebracht een van oorsprong Poolse vluchtelinge, Rückla Jakoby-Schiffmann. Heinz en Rückla kwamen lange tijd op geen van de Holocaustwebsites voor. Ook in het officiële gedenkboek van Zaanse Sjoa-slachtoffers in het gemeentehuis van Zaanstad kwamen zij aanvankelijk niet voor. Hoogste SS-leider Heinrich Himmler was dat weekend op bezoek in Auschwitz en getuige van Rückla’s vergassing. In zijn naoorlogse autobiografische aantekeningen schreef kampcommandant Rudolf Höss over Himmlers belangstelling: “Na de inspectie in Birkenau was hij aanwezig bij de vernietiging van een zojuist aangekomen Joden-transport. Bij de vernietiging sprak hij geen woord, hij keek alleen zwijgend toe. Daarbij sloeg hij meerdere malen onopvallend de aanwezige officieren en onderofficieren en ook mij gade.”

Opheffing bedrijf

Het NIOD bewaart van Heinz’ bescheiden broodhandel een Omnia-dossier. Opkooporganisatie Omnia kreeg op 15-11-1943 de opdracht tot liquidatie (‘Bestallungsurkunde’), lang na de moord op Heinz en Rückla. Als ‘Abwickler’ trad de ook van andere zaken bekende S.J. Gorter op, toen nog gevestigd op de Lijsterbeslaan 13 in Beverwijk. Vier maanden later schreef hij zijn slotbericht. De broodhandel had activa noch passiva en kende ook geen schuldeisers. Hij bleek nergens bekend of ingeschreven, alleen bij de Centrale Cartotheek Detailhandel en Ambachten. Deze schrapte hem op verzoek van Gorter als ‘opgeheven’ uit de administratie. Bij de opmerkingen kwam te staan dat de woning nu door een ‘Arër’ werd bewoond. Deze had de ruimtes leeg aangetroffen.

Schiffmann

De website joodsmonument.nl kent verschillende slachtoffers met de naam Schiffmann. Sara Schiffmann (Lopuszka Mala, 1902) was dienstbode in Groningen. Süssla Adler-Schiffmann (Lopuszka Mala, 1905) woonde met haar zoontje en haar man in Den Haag. Van hen overleefde alleen de echtgenoot van Süssla Schiffmann.