Jong, de-Slap (Marianna/Marie)

Laatste wijziging: 26 april 2016

Gezin Marianna (‘Marie’) de Jong-Slap (Amsterdam, 21-11-1913)1

Marianna’s echtgenoot was Gerardus (‘Gerrit’) de Jong (Krommenie, 24-9-1914). Hun kinderen tot aan de evacuatiedatum waren Nicolaas (‘Nico’) (Krommenie, 4-9-1933)Gerardus (Krommenie, 6-3-1935), Maria (Assendelft, 26-3-1940) en Elisabeth (‘Lies’) (Assendelft, 14-10-1941). Hierna kreeg het gezin nog drie kinderen, allen in Assendelft: Adriana Klasina (‘Jane’) (2-1-1943), Louis (‘Loek’) (4-11-1944) en Herman (29-8-1947).

Gezin

Vader en de kinderen De Jong waren rooms-katholiek, moeder was Nederlands-Israëlitisch. Vanwege het huwelijk met Gerrit werd Marie katholiek. Ze had haar man leren kennen bij de Vereenigde Blik Fabrieken (Verblifa), waar ze allebei werkten. De huwelijkssluiting voor de wet vond op 19 juli 1933 plaats in Amsterdam. Binnen twee maanden werd hun eerste kind geboren. Het echtpaar woonde aanvankelijk in Krommenie, op het Kattenpad 27a. Het beroep van Gerard sr. was toen schippersknecht en fabrieksarbeider. Hij voetbalde bij de katholieke voetbalclub GVO. Het gezin De Jong verhuisde tussen 1936 en 1939 met de twee jongens, Nico en Gerard, naar Assendelft. Het nieuwe adres was de W. Sijpesteijnstraat 23 in buurtschap de Heit. Daar werden Rita en Lies geboren. Lies was op de dag van de jodenevacuatie, 22 april 1942, net een half jaar oud.

Jodenevacuatie

De dienstdoende ambtenaar van Assendelft zette behalve Marianna Slap ook de kinderen op de burgemeesterslijst. Bij Marianna noteerde hij bovendien de naam van haar niet-joodse echtgenoot. De politielijst vermeldde de vader niet, maar noemde Marianna ‘arisch’. Dientengevolge zou volgens de regels het gezinshoofd joods moeten zijn. De Krommenieër gezinskaart en navraag bij vroegere buren leren echter dat Marianna joods was. Zij werd ‘zwarte Marie’ genoemd, vanwege de kleur van haar haar.

Gebeurtenissen

Eind 1942-’43 werd Marie opgeroepen om zich te melden bij het Amsterdamse deportatiecentrum Hollandsche Schouwburg. Onbekend is waarom dit gebeurde. Een Duitse medewerker naaide haar losgeraakte ster nog stevig vast. Men ontdekte echter dat ze gemengd gehuwd was en stuurde haar terug. Ze kwam het verhaal vertellen bij haar broer Bram en schoonzuster Lies in de Amsterdamse Retiefstraat. In mei 1943 werd ook Bram opgeroepen. Er werd toen besloten dat zijn dochter Bertha (‘Bep’) naar Assendelft zou gaan. ‘Oom Gerrit’ haalde haar op 16 mei op. Bep kwam gewoon als ‘nichtje uit Amsterdam’ naar de Sijpesteijnstraat, waar al vier kinderen waren. Vanwege spanningen in het gezin vertrok Bertha na tien maanden naar een ander adres in het dorp.

Vervolg

Marie droeg buiten de ‘jodenster’ (waarvan ze er na de oorlog twee bewaarde, zie de illustratie) en zou met sterilisatie bedreigd zijn. Het gezin De Jong-Slap overleefde de Sjoa. Dat gold niet voor de ouders van Marianna (Hijman Slap en Rachel Mok) en voor zes van haar acht broers en zussen.

Ongeluk

Rita de Jong trouwde na de oorlog met een Canadees, met wie ze emigreerde. Ze was in 1970 met drie kinderen op bezoek in Assendelft en wilde een pakje afgeven voor kennissen in Den Helder. Ze was in Canada taxichauffeur. Ze kon een auto lenen en reed met haar moeder en de kinderen op 15 maart naar het noorden. Langs het Noord-Hollands kanaal gebeurde er iets waardoor de auto te water raakte. Een voorbijganger kon door het geopende raampje de jongste van de kinderen aanpakken, Rick. Daarna zonk de auto. Marie, Rita en de twee andere kinderen, Shirley en Suzan, verdronken.

Voetnoten

1 Burgemeesterslijst; Politielijst; Gezinskaart Krommenie; Mededelingen van J. Kramer uit Krommenie en C. Cornelisse uit Assendelft (april 1999); Informatie van Jaap van Vlaanderen (1-9-2009), de familie Van Tongeren-Slap (2-10-2009), Bertha Slap (10-10-2009), Gerrit de Jong en Bertie Dekker-de Jong (22-10-2009)