Kaplan (Rudolf)

Laatste wijziging: 26 april 2016

Rudolf Kaplan (Keulen, 18-1-1908 – Mauthausen, 16-4-1945)1

Op de basislijst wordt Kaplan ‘arbeider’ genoemd, maar zijn naam komt -doorgestreept- voor op de bedrijvenlijst. Het bevolkingsregister spreekt van ‘koopman’. Zijn godsdienst is ‘Israëlitisch’. Zijn nationaliteit wordt hier als ‘vreemd’ en ‘zonder’ omschreven.

Keulen

De als boekbinder opgeleide Rudolf Kaplan was het vierde kind van schoenmaker Josef Kaplan en Berta Kaplan-Mayer. Zijn vader overleed al in 1923, zijn moeder zou op 22-10-1941 naar het getto van Litzmannstadt (Lodz) worden gedeporteerd. Ze werd in mei 1942 vermoord in Polen, in het vernietigingskamp Chelmno. Rudolfs oudste zus, Rosa, zou met haar man een werkkamp in Hessen overleven.

Boomgaardspad

De in Keulen wonende en werkende Rudolf Kaplan vluchtte in oktober 1936 om politieke redenen vanuit nazi-Duitsland naar Nederland. De vanaf dat moment stateloze ondernemer Kaplan kwam op 26 mei 1937 vanuit Amsterdam naar Zaandam en kreeg bij de bekende joodse winkelier Aron Pais* een kamer op de Hoogendijk 30. Een maand later verhuisde hij naar Erich Baruch op Boomgaardspad 10. Na korte tijd werd daar ook zijn broer Otto* ingeschreven. Niet veel later kwam tenslotte zijn oudste broer, Walter* , naar Zaandam. Erich Baruch (Gladbeck, 8-4-1897) was apotheker en getrouwd. Hij verbleef maar kort in Zaandam en vertrok in februari 1938 naar Antwerpen.

Detective

De nazistische Duitse krant Der Neue Tag plaatste op 26-9-1937 onder de kop ‘Saubere sachen’ een voor Kaplan belastend artikel. “Tot juli 1936 dreef de vluchteling Rudolf Kaplan in de Schillingstrasse een detective-instituut, waarbij hij meerdere jongeren, o.a. een zekere Mathias Zenen, inzette. De jongeren werden voor observaties in echtscheidingszaken gebruikt en tijdens processen als getuigen benoemd. In meerdere zaken is vastgesteld dat deze getuigen onder ede gedeeltelijk in het nadeel van de beklaagde valse verklaringen aflegden.” Slachtoffers werden opgeroepen om zich te melden bij het ‘Kriminalkommissariat’ in Keulen. Rudolf Kaplan kon zich niet verweren; hij verbleef ten tijde van de publicatie al bijna een jaar in Nederland.

Bedrijf

Zuiddijk 297 is Rudolfs laatst bekende adres. Welk soort bedrijf Rudolf had, is niet bekend. Otto Kaplan had een speelgoedwinkel. Zijn broer Walter maakte gebruikte verfbussen schoon. Bekend is wel dat Rudolf financieel geholpen werd door het in Amsterdam gevestigde Comité voor Joodsche Vluchtelingen. Hij had echter moeite om de door het comité verstrekte lening terug te betalen, zo blijkt uit een brief van 6 maart 1938: “Wir haben Ihnen und Ihren Freunden Geld zu Verfügung gestellt, das der Algemeinheit gehört und womit anderen geholfen werden muss. Wir verlangen also umgehend und schriftlich die Mitteilung, wann wir unser Geld zurückbekommen werden.”

Westerbork

Op een bewaard gebleven lijst van, waarschijnlijk, de Zentralstelle für jüdische Auswanderung staat Rudolf vermeld als ‘Aktnummer 10.014’. De lijst bevat de namen en Aktnummers van meer dan tweeduizend buitenlandse en stateloze joden. In de ‘Zaanse’ inschrijvingslijst van de gemeente Westerbork staat Rudolf op 3 februari 1942 met nummer 9 boven zijn broer Walter. Otto is ondergedoken.

Theresienstadt

Rudolf zal net als veel andere Zaans-Duitse vluchtelingen een plaats hebben gevonden binnen de ‘kamparistocratie’ van Westerbork. Van deze groep werden vijfduizend personen vanaf januari 1944 naar ‘elitekamp’ Theresienstadt in Bohemen gestuurd. 33 van hen kwamen uit Zaandam. Ook Rudolf Kaplan moest naar Theresienstadt en, tegen alle beloften in, tussen juli en oktober naar Auschwitz. Broer Walter en zijn partner Erna bleven in het Boheemse kamp. Rudolf behoorde bij de dertien personen uit de groep Zaandamse vluchtelingen die voor ‘werk’ geselecteerd werden en daarna, uit angst voor de naderende Sovjettroepen, naar een ander kamp werden gedreven. Soms gebeurde dat per trein, soms lopend en soms in combinatie. In alle gevallen was er onvoldoende voedsel en kleding en een overvloed aan slagen, honden en schoten.

Mauthausen

Rudolf Kaplan (37) kwam terecht in de steengroeven van het Oostenrijkse kamp Mauthausen. Hij stierf daar drie weken voor de bevrijding, op 16 april 1945. Zijn broers en hun echtgenotes overleefden de vervolging.