Knopf-Ehrenreich (Maryem)

Laatste wijziging: 27 april 2016

Gezin Maryem Knopf-Ehrenreich (Dukla, 1-4-1884 – Auschwitz, 11-10-1944)1, weduwe van David Knopf (Kolomea2, 15-4-1874, – 20-10-1922) met Aron Leo (‘Leo’) (Gelsenkirchen, 14-7-1913 – Auschwitz, 30-9-1942), Lea (‘s-Gravenhage, 23-4-1917 – Auschwitz, 30-9-1942) en Esther Priwe (‘s-Gravenhage, 4-12-1920 – Auschwitz, 30-9-1942)

Het gezinshoofd en haar vroeg gestorven echtgenoot hadden de Poolse nationaliteit. Dukla ligt in het Karpatengebergte, daar waar nu Zuidoost-Polen is. Kolomea ligt aan dezelfde bergketen, 250 km over de grens, in de huidige Oekraïne. Gelsenkirchen, de geboorteplaats van zoon Aron Leo, ligt in het Duitse Roergebied. Het echtpaar Knopf-Ehrenreich verliet tijdens de Eerste Wereldoorlog Gelsenkirchen en vestigde zich in Den Haag. Daar werden twee dochters geboren. Het gezin schijnt nog te zijn teruggekeerd naar Gelsenkirchen.

Zaandam

De weduwe Maryem Knopf-Ehrenreich en haar drie volwassen kinderen werden op 15 november 1938 geregistreerd in Zaandam. Aan het eind van dat jaar werd Maryem overgeschreven naar het verblijfsregister en maakte de gemeente een persoonskaart aan.3 Zoon Leo werd beheerder van het Zaandamse filiaal van de Amsterdamse Woolson’s Hoedenfabriek. Dit filiaal met de naam Nederlandse Hoedenfabriek De Nijverheid was gevestigd aan Rustenburg 108. In het gemeentelijk adresboek van 1941 is ‘reiziger’ A.L. Knopf overigens te traceren op de Bootenmakersstraat 42. Leo werd ook de populaire leider van de joodse kinderclub in de bijsjoel. Regina Lewkowicz* vond hem ‘verschrikkelijk aardig’.4

Oorlog

Leo Knopf zal last hebben gehad van de ‘arisering’ van Woolson’s Hoedenfabriek in november 1941. Op 1 november 1941 trok het Rijkstextielbureau bovendien de vergunning in van zo’n 1600 joodse handelaren in Nederland. Hun voorraden werden daarbij in beslag genomen.5 Dat lot kan Leo net zo goed hebben getroffen als Jacob Speijer* van de Gedempte Gracht. De dan in de J.C. van Wessemstraat 11 wonende Maryem Knopf-Ehrenreich ondertekende op 29 april 1941 het standaardformulier dat de inlevering van haar N.S.F.-radio bevestigde. Ruim een kwart van de Zaandamse, niet-gemengd gehuwde joden bezat een radio en werd getroffen door deze maatregel.

Westerbork

Door de strenge vorst van januari-maart 1942 sprongen in sommige onbeheerde huizen de leidingen. Op 29 januari stond in de voormalige woning van het gezin de parterre blank. Op die dag kwam Maryem naar kamp Westerbork. Aron en zijn zusters Lea en Esther werden met zestig andere Zaans-Duitse vluchtelingen op 3 februari ingeschreven in Westerbork. Ze kregen de nummers 11-13. Maryems inschrijving in de gemeente Westerbork vond plaats op 9 februari, dezelfde dag als de inschrijving van het echtpaar Pollak* en hun dochter. Ze stonden achter elkaar, want de kampautoriteiten verwisselden Maryems geboortedatum met die van Elsa Pollak. Maar het gezin Pollak had officieel uitstel gekregen en Maryem niet. Misschien had Maryem geprobeerd om onder te duiken in Amsterdam. Of er een straf volgde, is niet bekend.

Lees meer

Eerste transport

Een half jaar later, op 15 juli 1942, werden de drie kinderen Knopf vanuit Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. Zij behoorden tot de 150 Duitse kampbewoners die het getal van het eerste Auschwitz-transport van joden uit Amsterdam moesten ‘volmaken’.6 De 4.000 in Amsterdam verstuurde oproepen tot ‘eventuele deelname aan onder politietoezicht staande werkverruiming in Duitsland’ hadden slechts 962 emigranten opgeleverd, ondanks een razzia, gijzelneming en druk op de Joodsche Raad. Desondanks vond op 15 juli ’s morgens om 2.16 uur het transport plaats van Amsterdam CS naar Westerbork (station Hooghalen). De groep liep van daar naar Westerbork, werd er geregistreerd en moest vervolgens terug naar Hooghalen. Het transport ging meteen door naar Auschwitz. Wellicht werden de drie kinderen gestraft, omdat Leo in een eerdere fase toestemming had gekregen om de Joodsche Raad in Amsterdam te bezoeken, maar daarvan niet (tijdig) was teruggekeerd. Dat valt tenminste af te leiden uit een brief die kampcommandant Jac. Schol op 8 juli naar de Zentralstelle in Amsterdam stuurde: “Von Transport das am 3 Juli nach Amsterdam ging sind nicht zurückgekommen (…) Leo Knopf, geb. 14.7.13.” Blijkbaar is Leo kort daarna alsnog naar Westerbork teruggekeerd, als gevangene of ‘vrijwillig’.

Deportatie

Alle ingezetenen van Westerbork die tussen 1902 en 1925 geboren waren, hadden zich op 14 juli moeten laten keuren voor de ‘Arbeitseinsatz’. 150 van hen werden geselecteerd voor aanvulling van het transport op 15 juli. Aron, Lea en Esther Knopf behoorden daartoe. Ze moesten hun moeder achterlaten. De trein kwam op 18 juli aan in Auschwitz. Aron (29), Lea (25) en Esther (21) Knopf bleven daar nog tien weken in leven. Op 30 september 1942 werden zij in de gaskamer omgebracht.

Theresienstadt

Maryem Knopf-Ehrenreich bleef achter in Westerbork en werd een tijd lang door haar Duitse achtergrond beschermd. In de nazomer van 1943 ging zij met het tweede transport naar ‘bejaardengetto’ en ‘elitekamp’ Theresienstadt. Dat moet op 14 september zijn geweest. De journalist Mechanicus7 zou op die dag waarschijnlijk naar Auschwitz zijn gestuurd, ware het niet dat hij door bemiddeling van het joodse hoofd der Registratie, Kurt Schlesinger, in Westerbork werd gehouden. Mechanicus schrijft het volgende: “Het eerste contingent voor Theresienstadt -driehonderd man- werd aan de transporttrein vastgehaakt: eveneens in goederenwagens, vijftig of zestig mensen per wagen, voor het merendeel ouden van dagen, alte Kamp-Insassen en ouders van oud-leden van de Joodsche Raad. (…) Elk hunner mocht vijftig kg. bagage meenemen, die in een afzonderlijke wagon werden geladen. (Zij die naar Polen gaan, mogen slechts vijftien kg. meenemen).” Volgens een onduidelijk bericht bij Presser werden deze 305 reizigers echter eerst naar Bergen-Belsen gevoerd, vanwaar 281 van hen op 25 januari 1944 naar Theresienstadt gingen. Van deze groep zouden 71 personen het kamp overleefd hebben.8

Auschwitz

Maryem maakte deel uit van de groep van drieduizend uit Nederland afkomstige joden die in juli-oktober 1944 vanuit Theresienstadt naar Auschwitz werden gedeporteerd. Onder hen waren 33 Duits-joodse vluchtelingen uit Zaandam. Maryem Knopf-Ehrenreich (60) kwam op 11 oktober 1944 direct na aankomst door vergassing om het leven, twee jaar na haar kinderen.