Koningsbrugge-de Jong, van (Sara)

Laatste wijziging: 27 april 2016

Gezin Sara van Koningsbrugge-de Jong (Schoten, 24-4-1914 – Auschwitz, 21-1-1945)1

Sara de Jong was sinds 1936 getrouwd met Adolphus (‘Dolf’) Adrianus Petrus van Koningsbrugge (Amsterdam, 21-10-1913). Afgaand op het aantal personen dat op de Weitere Aufstellung achter Sara’s naam staat, had het echtpaar in februari 1942 een kind. Dat klopte, al was Sara op dat moment wel al hoogzwanger van haar tweede dochter. Het echtpaar komt niet voor in het Zaandamse gemeentearchief, een aanduiding dat het echtpaar pas na midden 1939 in Zaandam kwam wonen. Afgaand op de informatie uit het Amsterdamse Stadsarchief verhuisden ze in augustus van dat jaar naar de Zaandamse Baltischestraat 8, in de Havenbuurt. Ze kwamen uit Naarden. Adolf van Koningsbrugge was niet-joods. Zijn beroep was machinebankwerker. Niet lang na hun aankomst in Zaandam werden zij gedwongen naar Amsterdam te vertrekken. Ze belandden in de Jodenbreestraat.

Amsterdam

In een vertrouwelijk verslag van de Zaandammer en communistische verzetsstrijder Klaas Grootes2 over een verraadskwestie in de Havenbuurt (november 1943) komt Adolf van Koningsbrugge voor. Grootes kende hem van de werkverschaffing. Hij was volgens de verzetsman getrouwd met een joodse vrouw, Lien, en had naar Amsterdam moeten verhuizen. Grootes schreef dat Van Koningsbrugge eind 1943 met zijn vrouw en twee kinderen aan de Jodenbreestraat 33a woonde. Op dat adres zou een CPN-bijeenkomst plaatsvinden. ‘Lien’ was dezelfde persoon als Sara. In het gezin waren inmiddels twee kinderen, Clara Maria en Rachel (respectievelijk geboren op 10-4-1937 in Haarlem en op 28-3-1942 in Amsterdam). Overigens stond Sara van Koningsbrugge-de Jong eind augustus 1942 volgens het Joods Monument ingeschreven in het ouderlijk huis te Haarlem. Dat lijkt onwaarschijnlijk, omdat zij toen met man en kind(-eren) in Amsterdam diende te zijn.

Dans ontsprongen

Grootes echtgenote Trien schreef na de oorlog over het echtpaar Koningsbrugge, dat ze al enige tijd kende: “Ik sprak Lien, nog voor ze naar Amsterdam moest verhuizen. En ze zei: ‘Ik krijg daar ook een huis.’ Ik heb haar niet meer gezien. Haar man is de dans ontsprongen en heeft later in het verzet nog een rol gespeeld. Welke weet ik niet, maar we kregen in 1943 opdracht om naar Amsterdam te gaan, daar woonde Dolf Koningsbrugge. Die woonde nog in de jodenbuurt. Maar toen we daar aankwamen, was alles donker, maar hij woonde er wel. Het was vreselijk. Er zat geen raam en deur meer in de huizen en het was aardedonker. Maar we hebben nooit meer wat van hem gehoord.”

Lees meer

Deportatie

De meeste gemengd gehuwde joden die zich niet lieten scheiden, konden de oorlog overleven, zeker de niet-gezinshoofden. Zij moesten wel de jodenster dragen en andere maatregelen ondergaan, waaronder soms sterilisatie. Sara werd laat in de oorlog echter gearresteerd, wellicht vanwege een overtreding. Ze werd naar Westerbork gebracht en van daar op zondag 3 september 1944 naar Auschwitz gedeporteerd. Dit was de laatste trein naar Auschwitz; er zaten 1019 personen in. Met hetzelfde transport reisden Anne Frank en haar familie, die op 4 augustus 1944 verraden werden.3 Ook Samuel de Lange*, Adam Pais* en vermoedelijk Sara Groen* gingen met deze trein.

Sara van Koningsbrugge-de Jong bleef in Auschwitz vier maanden in leven. Op 21 januari 1945 overleed ze bij de gruwelijke laatste evacuatie van het vernietigingskamp. Zes dagen later bevrijdde het Russische leger de resterende Auschwitz-gevangenen. Sara werd 30 jaar. Ze is een van de vijf gemengd gehuwden uit de Zaanstreek die tijdens de Holocaust werden vermoord.

Verwanten

Sara’s ouders waren Simon de Jong (Haarlem, 22-12-1884) en Rachel de Jong-Cohen de Solla (Haarlem, 31-3-1892). Sara was de oudste van vijf kinderen, twee meisjes en drie jongens: Hartog Simon (Haarlem, 15-7-1918), Jacob (Borgerhout, 2-5-1921), Elie (Haarlem, 3-6-1927) en Corrie (3-12-1929). Van Hartog is een marktvergunning bewaard voor de Lange Annastraat in Haarlem (1937). Van Sara’s ouderlijk gezin bleef niemand gespaard. Haar vader werd al op 31 augustus 1942 in Auschwitz vergast, samen met zijn 12-jarige dochter Corrie. Haar moeder stierf er op 19 november 1943, 51 jaar oud. Dan zijn drie andere kinderen al overleden: op 28 februari 1943 in Auschwitz de 24-jarige Hartog, Jacob (21) en Elie (15) ergens in Midden-Europa, vermoedelijk in een werkkamp.

Adolf van Koningsbrugge verhuisde in februari 1945 van Amsterdam naar Heerhugowaard.