Kooiker (Alexander)

Laatste wijziging: 27 april 2016

Echtpaar Alexander (‘Lex’) Kooiker (Amsterdam, 16-10-1914 – Zaandam, 20-2-2000) en Antje Cornelia (‘Annie’) Roosdorp1

Alexander Kooiker was gemengd gehuwd en had ‘slechts’ twee joodse grootouders. Door deze omstandigheden kwam hij heelhuids door de Tweede Wereldoorlog.

Huwelijk

Voor de oorlog woonde Alexander bij zijn ouders, aan de Amsterdamse Zeedijk. Op Goede Vrijdag 7 april 1939 kreeg hij het bevel om op te komen voor militaire dienst en moest hij per direct naar Oldenzaal. Alexander en Antje traden op 15 februari 1940 met elkaar in het huwelijk. Dat gebeurde in Zaandam. Na een paar dagen trok het bruidspaar naar Twente. Daar kregen ze van de medewerkers van de grenspost waar Alexander gelegerd was een echte Twentse bruiloft aangeboden. Een foto van de bijbehorende huifkartocht rond De Lutte haalde de Twentsche Courant.

Demobilisatie

Na de capitulatie in mei 1940 volgde de demobilisatie. Annie en Lex moest moesten een woning zoeken en vonden die aan de Koogse Parallelweg 20. Daar zou zich het belangrijkste deel van hun leven afspelen. In het Adresboek voor de Zaanstreek uit 1941 wordt als Alex’ beroep assistent-bedrijfsleider vermeld.

Aanmelding

Het aanmeldingsformulier van Alexander Kooiker werd op 20 februari 1941 ingeleverd bij het gemeentehuis. Alexander had twee joodse grootouders ingevuld. Een maand later kreeg hij tegen betaling van de leges het Bewijs van Aanmelding en de hoedanigheid GI op zijn persoonskaart. Zijn naam stond daarom niet op de burgemeesters- en politielijst van maart 1942.

Halfjood

Hij kwam wel voor op de lijst van de gemengd gehuwden en halfjoden van juli 1942. Daarop werd genoteerd dat Alexander ‘Mischling I’ was en in ‘Mischehe’ leefde. Het echtpaar Kooiker-Roosdorp hoefde dus om twee redenen niet weg uit Koog aan de Zaan. Ook halfjoden hadden echter met beperkingen en bedreigingen te maken. “Het aantal gedeporteerde halfjoden moet niet onderschat worden, maar algemeen wordt aangenomen dat er nauwelijks maatregelen tegen het vermogen van deze groep zijn getroffen.”2 Het tijdschrift Demos berekende het aantal gedeporteerde halfjoden op 350 bij een totaal van bijna 15.000 personen.

Jodenster

Alex’ moeder moest een jodenster dragen. Doordat zij gemengd gehuwd was, bleef ze gespaard voor deportatie. Van haar familie (haar meisjesnaam was Trompetter) kwamen 22 broers, zusters en hun kinderen om in de gaskamers. Twee ooms wisten zich met hun gezinnen te redden door onder te duiken.

Het einde van de oorlog was voor Alexander en Antje een dubbel lichtpunt. Op 29 april 1945 werd namelijk hun eerste dochter geboren, Erica Libertas (=’vrijheid’). Later volgden nog twee kinderen: Edo en Merel.

Voetnoten

1 Aanmeldingslijsten maart 1941 nummer 16 en najaar 1942 nummer 33; Opgave gemengd gehuwden juli 1942; www.geneaweb.nl/maand2.2000/maand2.2000.htm; Roof en Restitutie Joods Vermogen, II (p. 91); Informatie van Daan Brinkhuis (24 en 28-9-2011)

2 Roof en Restitutie Joods Vermogen, II (p. 91)