Kuijt (Bob S.)

Laatste wijziging: 27 april 2016

Bob S. (‘Sam’) Kuijt (Amsterdam, 8-1-1917 – Californië 8-4-2008) en Flora Kuijt-Blits (3-8-1920 – Californië 12-2-2005), met haar broer David Blits1

Bij het echtpaar Jacob Gerrit (‘Jaap’) en Tijntje (‘Trien’) Kok, Oud Heinstraat 23 in Zaandijk, zat drie jaar lang het Amsterdamse echtpaar Kuijt ondergedoken. In de hongerwinter kwam daar Flora’s broer David bij.

Emmer

In zijn boek Our story beschrijft Bob Kuijt (dan inmiddels gewijzigd in ‘Kuyt’) hoe hij in mei 1942 na een razzia in Amsterdam met zijn verloofde en latere echtgenote Flora op de trein stapte en naar Zaandijk vluchtte. In Amsterdam woonde het stel op de Hunzestraat 61. Het echtpaar had contact met een ondergrondse medewerker (in het boek aangeduid met het pseudoniem Jan Duinker), via wie ze een schuilplaats in Zaandijk aangeboden kregen. Die bevond zich op de zolder van buschauffeur Jaap en zijn vrouw Trien Kok. Overdag dienden de gasten voor hun behoeften gebruik te maken van een emmer, in de nachtelijke uren mochten ze ook het toilet op de begane grond gebruiken. Eén keer per week mochten ze ’s nachts douchen, in de badkamer op de begane grond. In geval van nood kon het stel zich verbergen onder de vloer van de woning.

Schuilnamen

Het echtpaar werd voorzien van de schuilnamen Piet en Truus Bakker en kreeg valse persoonsbewijzen, waarop stond vermeld dat ze uit Alkmaar kwamen. Het echtpaar Kok had een 6-jarige zoon, Jan Jacob. Die kreeg te horen dat zolang ‘Piet’ en ‘Truus’ op visite waren er boter in huis zou zijn, maar als buitenstaanders daarvan zouden horen, ze ongetwijfeld ook boter wilden. Om die reden moest Jan zijn mond houden over het bezoek.

Razzia’s

Bob Kuijts zwagers en schoonouders doken eveneens onder, in Zaandijk. Via Jaaps broer Cor, die ook in de Oud Heinstraat woonde, onderhielden Bob en Flora contact met hen. Bobs eigen ouders zus en ouders achtten het niet nodig om een schuilplaats te zoeken. Ze kwamen om het leven in de concentratiekampen. In augustus 1942 vernamen de twee onderduikers dat hun Amsterdamse woning was ontruimd door de nazi’s. Bob en Flora wisten zich tijdens twee razzia’s in Zaandijk op tijd te verbergen. De tweede keer, medio 1943, zou er volgens Kuijt elders in de straat wel een joods echtpaar met hun kind zijn opgepakt.

Ziek

Datzelfde jaar werd Bob Kuijt ziek. De Koogse huisarts Henricus Hagtingius kwam ’s avonds langs om de patiënt bij te staan. De situatie werd echter zo ernstig dat Jaap en Cor Kok met een buurman, Dirk van Pelt, afspraken Bob in de achterliggende tuin te begraven als hij zou overlijden. Bob knapte echter op.

Eind januari 1945 was Flora’s broer David* wegens voedselgebrek gedwongen om van schuilplaats te wisselen. Hij kreeg eveneens een plek op de zolder van Jaap en Trien Kok.

Nationaal Steunfonds

Voor het onderhoud van Bob, Flora en David verstrekte het Nationaal Steunfonds maandelijks ruim 300 gulden. Dat gebeurde via Zaandammer Remmert Aten en via het echtpaar Joop en Lena Keijzer, Oud Heinstraat 18 in Zaandijk. De drie onderduikers maakten in Zaandijk de bevrijding mee. Na de oorlog emigreerde het echtpaar Kuijt naar de Verenigde Staten.

Zie verder de familie Blits* in Zaandijk.

Voetnoten

1 Kuyt, Bob S. Our story; Informatie van Erik Schaap (april 2009) en Henk Krigee uit Zaandam (22-10-2009 en 5-6-2012); Gezinskaart Zaandijk