Lakmaker (Nathan/Nico)

Laatste wijziging: 27 april 2016

Echtpaar Nathan (‘Nico’) Lakmaker (Amsterdam, 19-12-1905 – 19-2-1957)

Nathan was getrouwd met de niet-joodse Maria (‘Miep’) Helena Lakmaker-Boogert (7-9-1900 – 23-4-1971). Zij woonden in 1942 aan de Dorpsstraat 933. Nathan was samen met Jacob Jan van Harlingen eigenaar van de fietsengroothandel Lakmaker & Co. die net voor de oorlog in Krommenie bestond, in de Noorderhoofdstraat 69. Na de dood van Nathan, hij overleed in 1957 aan een hartaanval, kocht Van Harlingen Miep Lakmaker uit en zette hij de zaak nog jaren voort.1

Jeugdleiders

Nico Lakmaker was een ondernemende man uit een socialistische familie. Op 16-jarige leeftijd begon hij zijn werkzame bestaan als magazijnbediende, maar als een van de weinigen uit zijn familie slaagde hij er later in om een goed inkomen te verwerven. Voor de oorlog was Nico lid van de sociaal-democratische jeugdbeweging AJC -evenals zijn echtgenote- en een enthousiast SDAP-er. De auteur van het boek Solidariteit in anonimiteit schrijft over deze periode2: “Niko Lakmaker en zijn vrouw Miep Lakmaker-Boogert waren geïnspireerde jeugdleiders van de Algemeene in Amsterdam.” De Algemeene betrof de Algemeene Handels- en Kantoorbediendenbond, met de jeugdbond De Jonge Strijders. Het landelijk hoofdkantoor stond in de Amsterdamse Van Eeghenstraat, het gebouw van de afdeling Amsterdam was gevestigd in de P.C. Hooftstraat. Veel jeugdleden werden in 1932 lid van de Onafhankelijke Socialistische Partij (OSP). Nathans broer Leman (1885), begonnen als redactie-assistent bij de Wereldbibliotheek, werd ook lid.3 Volgens de zoon van Lakmakers zakenpartner was Nico een spiritueel mens wiens bron ‘het Messiaanse Licht’ was, de kern van het joodse geloof.

Assendelft

Wanneer Nico en Miep Lakmaker uit Amsterdam naar de Zaanstreek verhuisden is niet bekend. Wel bekend is dat Jacob Jan van Harlingen net voor de oorlog de Krommenieër sigarenfabriek van Baars had gekocht. Een deel werd verkocht en andere delen verhuurd, maar het grootste deel kreeg een bestemming als fietsenfabriek in oprichting. Nathan nam de taak op zich om met een Chevrolet uit 1932 fietsenzaken in Noord- en Zuid-Holland af te gaan, op zoek naar klandizie. Op de eerste verdieping van het pand assembleerden drie monteurs fietsen. In de loop der jaren bouwden zij duizenden exemplaren.

‘Mischehe’

De samensteller van de burgemeesterslijst vergat in 1942 de niet-joodse Miep een plaats te geven op de politielijst. Op de controlelijst van de politie stond ze ook niet en er werd evenmin bij Nathan vermeld dat de aanduiding ‘Mischehe’ op hem van toepassing was. Ook Nathans geboortedatum werd vergeten. Maar als gemengd gehuwde hoefde hij in principe niet weg uit Assendelft. Wel leden hij en zijn vrouw onder de vele beperkende maatregelen die de Duitse autoriteiten oplegden. Joosje Lakmaker, dochter van Nathans oomzegger Hans, vertelt dat Nico soms ‘onderdook’ in het tuinhuisje. Een bewaard gebleven oorlogsfilmpje laat beelden zien van Nico met zijn jodenster op.4 Veel van Nathans familieleden overleefden de jodenvervolging niet. Geen van zijn acht broers en zussen haalde de bevrijding.

Voetnoten

1 Mededelingen van Sjoerd Hondema uit Krommenie (1999), Joosje Lakmaker uit Amsterdam (2008) en Ton van Harlingen (28-1, 1 en 20-2-2018); Lakmaker, J. Voorbij de Blauwbrug

2 de Cort, B. Solidariteit in anonimiteit. De geschiedenis van de leden van de Onafhankelijke Socialistische Partij (1932-1935). Nijmegen, 2004

3 Lakmaker, J. Voorbij de Blauwbrug. Wereldbibliotheek, 2008

4 Verkregen via Joop Helmerhorst uit Assendelft (april 2007)