Lange, de (Abraham/Bram)

Laatste wijziging: 27 april 2016

Abraham Salomon (‘Bram’) de Lange (Raalte, 6-12-1920)1

Bram de Lange woonde tot 1942 bij zijn ouders in Deventer, in de Sluisstraat 11. Van de ongeveer zeshonderd joodse inwoners van Deventer zou tijdens de oorlog tweederde om het leven gebracht worden. De Lange dook onder en kwam terecht in een woning aan de Zaandamse Vergiliusstraat 7.

Thuissituatie

Bram was een zoon van veehandelaar/slager Izak de Lange (Raalte, 18-12-1886) en Elisabeth de Lange-Noach (Zutphen, 24-9-1891). Zij hadden nog drie andere kinderen: Mozes (‘Moos’) (Raalte, 7-2-1913), Sophia (‘Fietje’) (Raalte, 19-3-1915) en Jozef Abraham (‘Jopie’) (Raalte, 3-12-1917). In 1925 verhuisde het gezin van Raalte naar Deventer. Alleen Bram en Fietje besloten om in 1942 onder te duiken. Bram had de overtuiging dat zijn baan als kapper geen vrijstelling zou opleveren voor de aangekondigde tewerkstelling. Zijn familieleden dachten dat het wel zou loslopen met de jodenvervolging en doken niet onder.

Onderduik

Brams vader en twee broers moesten eind augustus 1942 naar werkkampen. Kort daarna werden zij en moeder De Lange getransporteerd naar Westerbork. Op 14 augustus waren Bram en Fietje ondergedoken. Tot die tijd was Bram als kapper aangewezen om de joodse inwoners van Deventer te knippen. Dat gebeurde in zijn ouderlijk huis, in een speciaal daarvoor ingerichte kamer. Een bevriende familie bood in Deventer een schuilplaats aan. Daar verbleef hij het eerste jaar.

Zaandam

Toen er in Deventer verraad dreigde, moest Bram vertrekken. Hij kreeg hulp van een vriendin, Marie Lodeweges-Neuteboom en haar man Gerrit. Zij zorgden ervoor dat hij na korte tijd bij hen in Zaandam werd opgenomen. Het echtpaar Lodeweges woonde in de Vergiliusstraat 7. Bram reisde per trein naar hen toe, destijds een riskante onderneming voor joden. Hij vermoedt dat dit ergens halverwege 1943 moet hebben plaatsgevonden.

NSB’er

Tot aan de bevrijding zou Bram de Lange in de Vergiliusstraat blijven. Tegenover zijn schuilplaats woonde een NSB’er, Heij. Die wist dat de familie Lodeweges een joodse onderduiker had, maar heeft hem nooit verraden. Bram kreeg onder meer hulp van vrienden van de familie Lodeweges (hij herinnert zich de namen Van Nugteren, Achterberg en Adelaar). In huis had hij overigens geen schuilplaats. Wat hem hielp was een goed, vervalst persoonsbewijs. Zijn pseudoniem daarop was Berend Peters. Het Nationaal Steunfonds zorgde voor zijn levensonderhoud. Het Haarlemse echtpaar Vermeer (Schouwtjeslaan 37 rd), dat contact onderhield met de Zaandamse verzetsmensen Piet Bosboom* en Remmert Aten, zorgde dat er maandelijks 60 gulden werd afgeleverd op de Vergiliusstraat.

Lees meer

Hongerwinter

Tijdens de winter van 1944/’45 hielp Bram zijn gastgezin aan voedsel, door per fiets langs boeren en bedrijven te gaan en goederen te ruilen of zich aan te bieden als werknemer. In totaal werd hij zes keer aangehouden door Duitsers of foute Nederlanders, maar met veel geluk wist hij er door te komen. “Ik ben zeer veel dank verschuldigd aan het gezin Lodeweges, die mij als een broer hebben opgevangen in Zaandam. Zonder hen zou ik het niet gered hebben.” In Zaandam maakte hij ook de bevrijding mee.

Na de oorlog

Na de oorlog keerde Bram terug naar Deventer, waar hij in de Gronoviusstraat 48 liefdevol werd opgevangen door zijn latere schoonouders, het echtpaar Neuteboom. Zijn ouders en broers bleken te zijn omgebracht in Auschwitz en Sobibor. Zijn zus Fietje stierf drie maanden voor het eind van de oorlog op haar Utrechtse onderduikadres. Haar beide zonen overleefden wel. Bram trouwde en en kreeg een zoon. Door een brand in zijn woning verloor hij in 1948 zijn vrouw en zijn pasgeboren zoontje Pim. Ook Gerrit Lodeweges en twee van diens kinderen kwamen hierbij om het leven. Onder meer Bram de Lange raakte ernstig gewond. Marie Neuteboom, toen nog zijn schoonzuster (bij wie hij in Zaandam was ondergedoken) ging voor hem zorgen. In 1950 traden ze in het huwelijk. Ze kregen één dochter, Rosella (‘Roos’) op 30-3-1951. Na vijf jaar scheidden ze.

Tweede huwelijk

In 1957 hertrouwde Bram de Lange, met Tuut Koster. Zijn vrouw bracht een zoon mee uit haar eerste huwelijk, Ronald. Na ongeveer vijftien jaar in Deventer te hebben gewoond verhuisde Bram naar het Groningse Haren. Vanaf 1960 beheerde hij als mede-eigenaar de afdeling ‘recuperatie metalen’ van het bedrijf V.O.P., later samen met zijn zoon. Op 60-jarige leeftijd stopte hij na verkoop van zijn bedrijf met werken. Hij woonde daarna met zijn vrouw in België.

Voetnoten

1 NIOD-archief 185b, inventarisnummer 9d; Informatie van A. de Lange (19 en 22-6-2012) en R. Neuteboom-de Lange (7-12-2018); www.joodsmonument.nl; De Typhoon (7-12-1948)