Lanzkron (Beatrice Babette en Ruth)

Laatste wijziging: nov 29, 2023 @ 19:45

Beatrice (‘Bea’) Babette Lanzkron (Hamburg, 15-12-1930) en Ruth (‘Ruthi’) Lanzkron (Hamburg, 14-6-1935)1

De familie Lanzkron vluchtte vóór de oorlog vanuit Duitsland naar Nederland. De twee dochters van het gezin kregen een onderduikplek bij de familie Hulst in Groenekan. Toen de situatie daar te gevaarlijk werd, verhuisden de meisjes tijdelijk naar Zaandam.

Hamburg
Moritz Lanzkron, in Hamburg de eigenaar van een zaak in chemicaliën en medicijnen, zijn echtgenote Fanny Lanzkron-Steindecker en hun dochters Bea en Ruthi verlieten in de winter van 1938 Duitsland, om te ontkomen aan het dreigende gevaar dat ze daar als joden liepen. Ze kwamen in Rotterdam terecht. In mei 1940 woonde het gezin daar in een nieuwbouwwoning in de Lumeystraat. Toen in september van dat jaar alle buitenlandse joden de kuststreek moesten verlaten, verhuisden de Lanzkrons naar de Albrecht Thaerlaan 20 in Tuindorp (Utrecht).

Groenekan
Omdat de dreiging voor joden op een gegeven moment ook in Nederland te groot werd, benaderde Moritz Lanzkron kennissen in Groenekan, een dorp bij De Bilt. Maarten (Zaandam, 16-7-1895) en Jeanne Magdalena (‘Non’) Hulst-Bosman (Djember, 28-11-1893) boden Bea en Ruthi Lanzkron vanaf 18-8-1942 gastvrijheid aan in hun huis aan de Vijverlaan 26 (nu 32 en 34), hoewel ze zelf al vier kinderen hadden. Maarten was dienstweigeraar, Non enige tijd Montessorileidster, hetgeen veel zegt over hun pacifistische wereldbeeld. Hun zelfgebouwde huis met tuinbouwbedrijf in Groenekan grensde aan de Werkplaats van onderwijsvernieuwer Kees Boeke. De woning fungeerde ook als overnachtingsplek voor de uitwonende leerlingen van de Werkplaats. De zusjes Lanzkron werden aan de huisgenoten voorgesteld als kinderen van Maarten en Non Hulst. Vader en moeder Lanzkron doken onder op een achterafkamer in Rotterdam.

Verzet
De hulpverlening van het echtpaar Hulst bleef niet beperkt tot de zussen Lanzkron. In de loop van de oorlog huisvestten ze nog negen andere joden. Omdat een gearresteerde verzetsman na martelingen doorsloeg en namen noemde, werd Maarten Hulst in december 1943 opgepakt. De Duitsers doorzochten zijn woning en vonden zes slapende kinderen. Omdat Non Hulst volhield dat het haar eigen kinderen waren, lieten de Duitsers hen met rust. In september 1944 werd haar man vrijgelaten uit kamp Vught.

Zaandam
In het voorjaar van 1944 werd de situatie op Vijverlaan 26 zo dreigend dat Bea en Ruthi Lanzkron tijdelijk bij Maartens Zaandamse familie werden ondergebracht. Hoewel niet is vastgelegd op welk adres ze terechtkwamen, is het waarschijnlijk dat dat de Plataanlaan 85 was, waar Maartens broer Antonie Cornelis, diens echtgenote Martha Janna van Prooijen en onder andere hun zoon Johannes (‘Jan’) woonden. Schippersknecht Jan Hulst werd in juni 1937 Spanjestrijder tegen de fascistische troepen van generaal Franco en keerde na een klein jaar terug naar zijn geboorteplaats. Veel voormalige Brigadisten belandden in het verzet. In juni 1944, toen de situatie weer wat veiliger leek, kon Non Hulst de kinderen weer van Zaandam naar Groenekan halen.

Bevrijding
Het hele gezin Lanzkron mocht de bevrijding beleven. Ze gingen terug naar hun oude woning in Tuindorp. Het contact met de familie Hulst bleef gehandhaafd. Ruthi Lanzkron emigreerde in 1960 naar Israël. Op 15-3-1966 zijn Maarten (postuum, hij overleed in 1959), Non en hun zoon Ernst Hulst op voorspraak van de familie Lanzkron onderscheiden als ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’.

1Staatsarchiv Hamburg; St. Maerten (mei 2020); P. Ligtvoet en W. Schenkeveld, De Zaanse Spanjestrjjders; Adresboeken Zaanstreek 1941 en 1946; Humanitarisme.nl.