Leuw, David Herman

Laatste wijziging: 27 april 2016

David Herman Leuw (Gouda, 17-6-1938)1

David Leuw was een zoon van belastingcommies Maurits Emanuel Leuw (Monnickendam, 18-6-1902 – Auschwitz, 31-3-1944) en Elizabeth (‘Lies’) Leuw-Heilbron (Lochem, 16-4-1908). David had een tweelingzus, Bertha Evelijn Beatrix (‘Betty’), en een jongere zus, Elly Irene (Gouda, 8-8-1941). Vanaf eind 1943 was David ondergebracht bij de familie Pot in de Bredenhofstraat 4.

Gouda
Het gezin Leuw woonde voor en in het begin van de oorlog aan de Burgvlietkade 60 in Gouda. Toen de nazi’s de joden uit die plaats verwijderden, kwam het gezin terecht in de Amsterdamse Ciliersstraat 15b. An Walma-Pot (1928) weet van wat Lies Leuw haar later vertelde dat het gezin zich hier aanvankelijk voorbereidde op deportatie. Er was een oproep gekomen. Zij was bezig met het naaien van namen in ondergoed. Daarna leek onderduiken een betere optie; er was contact met de ondergrondse. Maurits Leuw had astma en zou zijn vrouw, kinderen en onderduikgevers kunnen verraden. Toch ging het gebeuren.

Verpleegstersuniform
Verzetsvrouwen in verpleegstersuniformen kwamen de kinderen halen. Op 30-4-1943 werden de kinderen door het verzet ondergebracht op verschillende plaatsen, om pas twee jaar later weer herenigd te worden. An Walma-Pot: “Mevrouw Leuw kwam in Monnickendam terecht. Ze moest er in de huishouding werken. David, Betty en Elly doken onder in Nieuw-Vennep. Elly bij de familie Van Ingen. Vader Maurits Leuw moest nog wat zakelijke dingen regelen en zou een dag na de anderen onderduiken. Helaas werd hij toen opgepakt.”

Haarlemmermeer
Van eind 1943 tot de bevrijding vond David onder meer een gastvrij onderkomen bij het Zaandijkse gezin Pot. An Pot was een van de schakels. Jan van de Geer, een neef van moeder Hendrika, was vanwege de Arbeitseinsatz ondergedoken in Nieuw-Vennep. Hij was de allereerste onderduiker bij de familie Bogaard en fel anti-nazi. An logeerde er in april bij bekenden, de familie Splinter, eigenaars van een kruidenierszaak. Reizen was niet meer zo makkelijk, maar er was een bodedienst in Nieuw-Vennep, Schalk, die een verbinding met de Zaanstreek onderhield. Jan wist daarvan en kwam zijn achternichtje opzoeken. Hij had een envelopje bij zich met een foto van David en een briefje. Daarop stond: “Dit jongetje wordt gebracht.” Jan vertelde zijn achternichtje erbij: “Geef het envelopje aan je vader en zeg dat het jongetje door Teunis en Willem Bogaard wordt gebracht.” Bij hen was David net aan een ramp ontsnapt.

Bogaard
De eerste locatie waar hij terechtkwam was niet geschikt, omdat er clandestien werd geslacht. De tweede schuilplek was de bekende onderduikboerderij van de familie Bogaard in Nieuw-Vennep. Toen daar tussen 6 en 8 oktober 1943 een overval plaatsvond, waarbij in tegenstelling tot de 34 joodse volwassenen de twintig kinderen ontkwamen, moest David weg. Hij kwam terecht bij de familie Pot. De twee Bogaards die niet waren gearresteerd brachten hem. David kreeg de achternaam van de gastfamilie toebedeeld en als voornaam Pietje. An Walma-Pot: “We vonden dat een vervelende naam en gingen hem Herman noemen.”

Familie Pot
David noemt die periode ‘een fijne onderduiktijd met fantastische pleegouders’. An: “Hij was dol op mijn moeder. Hij mocht van haar niet ‘mama’ of ‘moeder’ zeggen, want hij had een vader en een moeder. Het was ‘oom en tante Pot’. Naast ons woonden drie tantes, zussen van vaders eerste vrouw. Tante Gré, onderwijzeres, leerde Herman thuis lezen en rekenen.” Toen Lies Leuw haar zoontje na de bevrijding kwam ophalen, riep hij: “Ik kan lezen en rekenen.” David kon gewoon door naar de lagere school. Maar in de oorlog kon dat niet: “Ik speelde altijd buiten.” Met zijn blonde haar viel hij niet op als joodse onderduiker. Bovendien waren de buren ‘goed’ en waarschuwden ze als er gevaar dreigde. Achterbuurman Rijswijk (Boschstraat 23) tilde Herman via het kippenhok over de schutting naar zijn erfje. Herman kon er spelen met Piet en Wim en er een nachtje slapen. Soms moest hij vanwege de dreiging tijdelijk naar een ander adres.

Gevaar
Eén keer, aldus An Walma, klepperde de brievenbus ’s avonds, in spertijd. Buiten fluisterde een mannenstem een paar keer door de spleet: “Kind moet weg!” Dat moet wel een politieman zijn geweest, Keijzer misschien. Vader Pot bracht Herman toen in een deken naar de overbuurman, Gerrit Schoute (Bredenhofstraat 7). Herman begon bij het oversteken te huilen. “Stil”, zei vader, “De moffen.” Dat woord kende hij en het huilen stopte. Herman bleef er twee nachten.

Loslippigheid
Een andere keer, vermoedelijk op 7 of 8 maart 1944, stond er na het klepperen een onbekende vrouw aan de deur. Ze zei dat een buurvrouw zich in de bakkerswinkel had versproken. Niet omdat ze kwaad wilde, want ze was geen verklikker, maar als gevolg van loslippigheid. Ze had een zoon, een arts, die was ondergedoken en naar Engeland gevlucht. Wat was er gebeurd? Op 7 maart was in Zaandijk Arno Salomons (1936), alias ‘Ronald’, uit de schoolbanken gehaald. Hij zat ondergedoken bij het echtpaar Boekenoogen-van Manen aan de Lagedijk 46 en was blijkbaar ontdekt. De jongen werd gearresteerd en naar het Amsterdamse hoofbureau van politie gebracht, een dag later gevolgd door zijn pleegmoeder. De buurvrouw had toen hardop in de winkel gezegd: “Erg hè, van die twee kindertjes. Hopelijk halen ze dat jongetje bij aan de overkant ook niet weg.” Opnieuw moest Herman een tijdje uit huis, tot het weer veilig leek.

Tommy Wolff
Met het tweede kindje kan de buurvrouw ‘Tommy’ Wolff (1939) hebben bedoeld. Hij werd in de nacht van 27 op 28-11-1943 opgepakt bij het echtpaar Hagtingius-de Jong Luneau. Dat was op de Lagedijk 30. Ondanks het gevaar regelde moeder Pot dat David, Betty en Elly elkaar een keer konden zien. Dat vond ze belangrijk voor de kinderen. Het gezin Pot bestond uit vader Arijan (Wormer, 22-8-1887 – Zaandijk, 20-9-1952), moeder Hendrika (Zaandam, 21-2-1893 – Koog aan de Zaan, 21-1-1990) en dochter Anna (‘An’) Margaretha (Zaandijk, 27-7-1928). Arijan Pot was vrij gevestigd vertegenwoordiger in producten als honing en chocolade. Dat heette toen agenturen-commissiehandel. An: “Hij werkte voor Zaanse bedrijven, zoals Grootes (chocoladerepen) en Swart (koek), voor Mellona in Santpoort, voor Atlanta in Groningen en anderen. Via moeders familie was er goed contact met mensen uit het verzet. Jan van de Geer is al genoemd. Een ander was Jan Jong, verzetsnaam ‘Joop van Rein’. Hij was een zoon van Arend Jong, de man van Hendrika’s halfzuster Reina, en vaders beste vriend.

Auschwitz
Vader Maurits Leuw werd op 31-3-1944 in Auschwitz om het leven gebracht. De andere gezinsleden overleefden de jodenvervolging. Een maand na de bevrijding plaatste moeder Leuw een oproep in de voormalige verzetsbladen De Waarheid en Trouw, omdat ze nog altijd geen idee had waar haar kinderen waren. Een verzetsman uit Monnickendam, aldus Anna Walma, hoorde van het bericht en kende Lies Leuws situatie. “Ze is helemaal over haar toeren. Ze heeft net gehoord dat haar man niet meer terugkomt.” Via via kwam hij bij vader Pot terecht. Deze bleek David in huis te hebben en het adres van diens twee zusjes te kennen.

Ontroerend
De hereniging van moeder Leuw met Herman was ontroerend. Zij kwam samen met een familielid dat de oorlog ook had overleefd. Bij Hermans zus Elly, die in Nieuw-Vennep was gebleven, ging het minder goed. Toen haar moeder bij mevrouw Van Ingen, het hoofd van de lagere school, kwam, betreurde die het vertrek van haar onderduikkind en ze zei: “Dan kan ik haar niet meer van Jezus vertellen.” Hoewel het contact met zijn moeder goed was, verlangde David ook terug naar zijn Zaanse pleegouders. An: “Hij miste ons en ook zijn vriendjes van hier.” De eerste jaren na de oorlog kampte hij onder meer met malaria. “Omdat men dacht dat ik heimwee had naar mijn pleegouders, ben ik naar hen teruggegaan. Daar herkende men de ziekteverschijnselen (aan de Zaan waren plekken met stilstaand water waar de malariamug broedde).” Uiteindelijk kwamen de kinderen Leuw terecht in België (Bertha) en Israël (David en Elly). Betty trouwde met de bekende publicist Hans Knoop. Lies woonde op haar oude dag in het ‘Beth Juliana’ in Herzliya bij Tel Aviv.

Voetnoten

Informatie van D. Leuw in Haifa (21-4 en 10-5-2014) en An Walma-Pot (augustus 2016); www.groenehartarchieven.nl; www.joodsmonument.nl; www.genealogieonline.nl; De Waarheid (8-6-1945); www.genealogy-vdgeer.nl; Vrij Nederland (16-3-1985); www.haarlemmermeer-geschiedenis.nl